Nieuws/Financieel
1295299
Financieel

ZZP-ers en hun pensioen

Een ZZP-er is formeel een ondernemer (voor de inkomstenbelasting) en dus geen werknemer. Een ZZP-er bouwt dan ook geen pensioen op zoals een gewone werknemer (op enkele uitzonderingen na). Hij moet het zelf regelen. Wat zijn de mogelijkheden?

Sommige ZZP-ers moeten overigens wél verplicht meedoen met een pensioenregeling: bijvoorbeeld schilders, maar ook vrije beroepers zoals fysiotherapeuten en artsen. Als dat niet het geval is, dan moet de ZZP-er het dus zelf regelen via een lijfrente of door zelf te sparen.

Sparen via lijfrente

Vanaf 2017 zijn er drie soorten lijfrente-mogelijkheden om te sparen voor de ‘oudedag’: een lijfrente bij een verzekeraar, een bancaire lijfrente of een lijfrente via een geblokkeerde beleggingsrekening. Deze laatste mogelijkheid geldt pas vanaf 2017.

In alle gevallen is de premie-inleg fiscaal aftrekbaar (onder voorwaarden, maar globaal zo’n 10% van de winst) en zijn de uitkeringen later belast. Net als bij pensioen dus.

Het voordeel van een bancaire lijfrente en een lijfrente via een beleggingsrekening is dat het geld altijd ‘terugkomt’. Als lijfrente voor de oudedag, en bij overlijden gaat het restant altijd naar de partner en/of erfgenamen. Er worden mede daarom nauwelijks nog nieuwe verzekerde lijfrentes gesloten. Het nadeel is wel dat de uitkering niet levenslang is.

(fiscale) Oudedagsreserve

Daarnaast bestaat ook nog altijd de (fiscale) oudedagsreserve. Dat is geen echte spaarpot, maar belastinguitstel. De bedoeling is dat je de winst waarover je geen belasting hoeft te betalen (9,8% van de winst) reserveert voor de oudedag. Dan kun je de oudedagsreserve omzetten in een lijfrente en zijn de uitkeringen weer gewoon belast. Je moet het geld dus wel écht reserveren (zeker de belastingclaim!).

Vrij sparen

Tot slot kun je natuurlijk gewoon zelf sparen. Via de bank, op een gewone beleggingsrekening of ook via het aflossen van de hypotheek. Je hebt dan alle vrijheid. Wel betaal je dan belasting over je opgebouwde spaarpot in Box III (boven de vrijstelling). In alle gevallen kiest je als ZZP-er zelf hoe en hoeveel je spaart. Dus ook als je er weer mee stopt. Een lijfrentecontract is overigens ‘eenzijdig’, dat betekent dat jij zelf bepaalt of je er mee doorgaat of niet. Als ZZP-er moet je dus voldoende zelfdiscipline hebben. Maar goed, dat is juist inherent aan ondernemerschap.

Een lijfrente-uitkering mag ook voor de AOW-datum ingaan én mag vanaf de AOW-datum ook tijdelijk zijn (minimaal 5 jaar).

Bij overlijden

Daarnaast kan de ZZP-er zich aanvullend verzekeren tegen overlijden. Dat kan ook weer via een lijfrente (een zogenaamde nabestaandenlijfrente), maar ook via een losse risicoverzekering, dus gewoon een vast bedrag ineens (en dn ook geen jaarlijkse uitkeringen). De premie is dan niet aftrekbaar, maar de  uitkering is ook niet belast. Het voordeel is dat de partner met dat geld bijvoorbeeld ook de hypotheek (deels) kan aflossen.

Arbeidsongeschiktheid

Een belangrijke aanvulling op het ‘lijfrente-regime’ sinds een paar jaar, is dat bij arbeidsongeschiktheid geld opgenomen mag worden uit de lijfrente-pot. Tot wel € 40.000 per jaar. Het gevolg is dan uiteraard wel dat er minder inzit voor de oudedag…, of dat de pot helemaal leeg is.

Als dit niet gewenst is, dan kan de ZZP-er gewoon een arbeidsongeschiktheidsverzekering sluiten. Er wordt vaak gesteld dat deze ‘duur’ zijn en/of complex, maar dat valt in beide opzichten mee. Zeker als gekozen wordt om pas een uitkering te krijgen na 1 of 2 jaar (voor die periode kan immers goed zelf gespaard worden), in combinatie met een lagere uitkering dan 70% van het inkomen. De premie kan dan fors gedrukt worden.

Broodfonds

Er wordt de laatste tijd ook veel gesproken over zogenaamde ‘broodfondsen’. Dit zijn – kleinschalige - particuliere initiatieven, die voorzien in een inkomen bij arbeidsongeschiktheid voor de eerste 2 jaar. Een groep ondernemers spaart gezamenlijk en degene die arbeidsongeschikt wordt krijg een uitkering. Hoewel hier, zeker gezien de kleinschaligheid, ook nadelen aan zitten – de spaarpot kan ook snel een keer leeg zijn -, kan dit in combinatie met een arbeidsongeschiktheidsverzekering toch een goede – aanvullende - oplossing zijn. Je kunt als ZZP-er natuurlijk ook zelf sparen voor de 1 twee jaar.

Alle mogelijkheden, eigen verantwoordelijkheid (en pensioenplicht)

De conclusie kan dus zijn dat je als ZZP-ers juist alle mogelijkheden hebt en alle vrijheid om het in te vullen zoals je zelf wilt. Er zijn inmiddels ook voldoende aanbieders die zich specifiek richten op ‘het pensioen’ voor ZZP-ers. Máár, je moet het wel zelf regelen. Dat is nu eenmaal inherent aan het zijn van ZZP-er/ondernemer.

Tot slot. Er wordt in de politiek wel gesproken over een vorm van pensioenplicht, ook voor ZZP-ers, maar dat zal nog jaren duren voordat het zover is. Tot die tijd: eigen verantwoordelijkheid!