Nieuws/Financieel
1305376909
Financieel

Column: Investeringsfonds voor Nederland?

Rutte en Hoekstra, pas op met investeringsfondsen!

Rutte en Hoekstra, pas op met investeringsfondsen!

De kans is groot dat Prinsjesdag 2019 de geschiedenis ingaat als de laatste met leuke dingen voor de mensen. Uit de Miljoenennota blijkt dat onze economie nog steeds goed draait, de overheidsfinanciën gezond zijn, de werkloosheid op een laag niveau ligt en dat het kabinet extra uitgaven gaat doen voor de collectieve sector (zorg, onderwijs, sociale zekerheid enz.).

Rutte en Hoekstra, pas op met investeringsfondsen!

Rutte en Hoekstra, pas op met investeringsfondsen!

Maar de meeste aandacht trekt de ’belofte’ van de hoge gemiddelde koopkrachtstijging in 2020 van gemiddeld 2,1%. De ervaring leert echter dat deze prognose veelal niet uitkomt en tegenvalt. Daarom wordt in de Troonrede al opgemerkt dat individuele omstandigheden uiteindelijk bepalen in welke mate er sprake zal zijn van een plus. Het is dan ook verstandig dat het kabinet bij het optimistische beeld voor ons land een aantal bedreigingen de revue laat passeren.

Internationaal

De mooie tijden van groeipercentages van 2 tot 3%, met hoge overheidsinkomsten, zijn voorbij. Voor 2020 wordt uitgegaan van 1,5% groei, maar er zijn risico’s dat dit cijfer zal tegenvallen. Daarbij gaat het vooral om de negatieve gevolgen van internationale ontwikkelingen, zoals Brexit, de handelsoorlog tussen China en de Verenigde Staten, protectionistische maatregelen in steeds meer landen en een minder goed draaiende Europese en wereldeconomie. Ook binnenlandse factoren kunnen onze groei negatief beïnvloeden. Voorbeelden zijn de krapte op de arbeidsmarkt, een tegenvallende loongroei, maar ook de aanhoudende lage arbeidsproductiviteit.

Op de langere termijn slaat ook de vergrijzing toe. In de prinsjesdagstukken maakt Rutte III zich terecht bezorgd over de toekomst van Nederland. Om onze huidige welvaart zoveel mogelijk te behouden, is het nodig dat overheden en bedrijven fors gaan investeren in een structurele versterking van onze economie.

Digitalisering

Nederland krijgt de komende decennia te maken met de ingrijpende effecten van een verdere digitalisering, de opmars van nieuwe technologieën (kunstmatige intelligentie, robots enz.), klimaatverandering, een lagere productiviteitsgroei en vergrijzing. Door dit laatste zal de groei van het aantal werkenden teruglopen.

Nu is ongeveer een op de drie Nederlanders ouder dan 65 jaar; in 2040 is dat ongeveer een op de twee. Daardoor moet de Nederlandse welvaart door een steeds kleinere groep werkenden worden verdiend en is productiviteitsgroei de belangrijkste drijver van onze economische groei. Deze is ook nodig om de welvaart in brede zin te garanderen, zoals het kunnen financieren van zorg, sociale zekerheid, het klimaatprobleem, de koopkracht van mensen en beter onderwijs. Bij een lage productiviteitsgroei wordt het lastiger om aan al deze wensen te voldoen. Om deze groei aan te jagen zijn slimme investeringen nodig, waarmee het verdienvermogen van de Nederlandse economie fundamenteel wordt versterkt.

Totempaal

Volgens de Prinsjesdagstukken heeft politiek Den Haag de komende jaren een nieuwe totempaal: het Nederlandse verdienvermogen. Daarbij gaat het ruw gezegd om een maatregelenpakket aan publieke en private investeringen waarmee we in ons land een robuuste economische groei realiseren die het mogelijk maakt dat we ook op de lange termijn onze welvaart kunnen betalen.

Traditioneel worden overheidsuitgaven in beginsel uit de Rijksbegroting gefinancierd. Dit geldt voor zowel de collectieve uitgaven voor zorg, sociale zekerheid, onderwijs, openbaar bestuur enz., maar ook voor allerlei overheidsinvesteringen in bijvoorbeeld infrastructuur en bijdragen van de overheid in projecten in de marktsector. Vooral omdat de Nederlandse overheid op dit moment gratis kan lenen en zelfs op deze leningen kan verdienen, wordt in de Miljoenennota de gedachte geopperd om het verdienvermogen te versterken met behulp van de oprichting van een investeringsfonds.

Investeringsfonds

Volgens dit idee van minister Wopke Hoekstra (Financiën) kunnen uit dit fonds private en publieke investeringen worden gefinancierd die ten goede komen aan het verdienvermogen van Nederland over twintig tot dertig jaar. Daarbij gaat het dus om de toekomstige welvaart.

Volgens een summiere toelichting in de stukken denkt het kabinet aan investeringen op het terrein van kennisontwikkeling, research & development (R&D), innovatie en infrastructuur. Dit moet nog worden onderzocht, omdat er een strenge selectie van investeringsprojecten moet plaatsvinden op de toegevoegde waarde voor het verdienvermogen. Het mag geen geldpotje voor leuke dingen worden. De ministers van Economische Zaken en Klimaat en van Financiën gaan onderzoeken hoe een investeringsfonds kan worden opgericht en rapporteren hierover begin 2020 aan de Kamer.

"Nederland heeft slechte ervaringen met investeringsfondsen"

Een versterking van het Nederlandse verdienvermogen is op zich een goede gedachte. Maar het staat of valt met de uitwerking. De afgelopen jaren is van verschillende kanten bij de Haagse politiek gepleit voor meer overheidsinvesteringen die de Nederlandse economie fundamenteel versterken. Daarbij werd onder meer genoemd een modernisering van onze fysieke en digitale infrastructuur en recent ook klimaat gerelateerde investeringen.

De vraag is wel of een investeringsfonds de beste aanpak is. Met fondsen waarin de overheid geld heeft gestort, hebben we in Nederland slechte ervaringen. Een voorbeeld, uit onze eigen periode als bewindspersoon, was het Fonds Economische Structuur Versterking (FES, ingesteld 1994). Dit fonds, gevuld met gasbaten, was bestemd voor investeringen in de infrastructuur en de kenniseconomie. Maar al snel bleek dat dit fonds niet hobby en lobby proof was. FES-geld werd in de praktijk ook ingezet voor andere projecten die uit de gewone begroting gefinancierd moesten worden. Daardoor hield het kabinet meer geld over voor andere overheidsuitgaven, bijvoorbeeld op sociaal terrein.

Nachtmerrie

Voor elk kabinet geldt dat de instelling van een investeringsfonds met een grote pot geld, ondanks allerlei waarborgen, in een nachtmerrie kan eindigen. Deze pot wordt belaagd door iedereen met ideeën voor leuke dingen. Onmiddellijk na de primeur van het fonds in deze krant stonden de media al vol met plannen die van alle kanten werden gelanceerd; voor woningbouw, een luchthaven in zee, nieuwe bruggen, snelle trams en railverbindingen, extra subsidies voor bedrijven enz.

Daarom moet Rutte III het Nederlandse verdienvermogen niet versterken met een pot geld, maar met speciale staatsleningen, die met alle waarborgen en deskundigheid omgeven, daadwerkelijk worden aangewend voor toekomstgerichte omvangrijke investeringen waarmee we ook op de langere termijn onze welvaart kunnen waarborgen. In politiek Den Haag is Kamerbreed afgesproken dat Nederland in 2050 klimaatneutraal moet zijn. Daarom ligt het voor de hand daarbij gebruik te maken van speciale staatsleningen.