Financieel/Ondernemen

Schuldig

Steeds vaker zien we multinationals ter meerdere eer en glorie van de eigen winstmaximalisatie de juridische en ethische grenzen overschrijden. Als ze gesnapt worden voor deze praktijken, wat de laatste jaren eerder regel dan uitzondering lijkt te zijn, gaan de betrokken bestuurders meestal vrijuit. Als er al een financiële sanctie wordt opgelegd dan is dat vaak in het licht van een, met de misdaad behaalde winst te verwaarlozen, schikking.

Ook de reputatieschade lijkt na zo’n ’voorval’ mee te vallen en het wordt snel vergeten. Zelfs excuus wordt zelden gemaakt en de roergang van de betreffende multinational volstaat vaak met de tekst: „Het is spijtig dat dit zo in de media is gekomen”.

Vanuit dat oogpunt is er in oktober 2016 tijdens een conferentie in Den Haag het Monsanto-tribunaal opgericht. Doel van dat tribunaal was de chemie- en zadenreus Monsanto ter verantwoording te roepen voor schendingen van de mensenrechten, milieudelicten en ecocide.

Wie slachtoffer wordt van de praktijken van Monsanto of andere multinationals, heeft nu namelijk weinig mogelijkheden tot rechtspraak. Daarom werd een panel van internationale experts samengesteld om een aanklacht van meer dan vijfhonderd mondiale belangenverenigingen en De Groenen in het Europees parlement, te beoordelen.

Afgelopen dinsdag is er in Den Haag uitspraak gedaan en Monsanto is schuldig bevonden. Nu is het tribunaal geen officieel rechtsorgaan en het hele proces was symbolisch. Maar het doel was om te laten zien dat bedrijven door lacunes in het internationaal recht hun aansprakelijkheid ontlopen. Monsanto dient daarbij als voorbeeld, maar kan zo worden vervangen door andere multinational.