Nieuws/Financieel
1346972708
Financieel

Column: Nederland geregeerd door politieke verkiezingsthema’s

Politiek Den Haag gaat weer aan de slag. Dit jaar zal de politiek beheerst worden door thema’s die een belangrijke rol gaan spelen bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021. Naast het klimaatbeleid zal de aandacht vooral uitgaan naar de toekomstige ontwikkeling van onze economie, de arbeidsmarkt, de loonkloof, pensioenen, koopkracht, een versterking van de publieke sector en het stellen van grenzen aan het aantal arbeidsmigranten en vluchtelingen.

Afhankelijk van hun politieke profilering zullen de politieke partijen al dit jaar bij deze thema’s op de trom gaan slaan.

Voor alle partijen geldt dat ze er voor moeten waken op allerlei terreinen verkiezingsbeloften te doen die ze niet waar kunnen maken. Zo weten ze nu al dat een nieuw kabinet weinig ruimte heeft voor extra overheidsuitgaven en voor meer koopkracht, bijvoorbeeld door belastingverlagingen.

Volgens recente berekeningen moet dit kabinet, vooral door de toenemende vergrijzing, leren leven met een gemiddelde jaarlijkse groei van slechts rond de 1%, voorheen was dit 2-3%. Het loopt bovendien het risico van een begrotingstekort door de sterk stijgende vergrijzingskosten, met name in de zorg. In deze en volgende columns zullen we een aantal van bovenvermelde thema’s onder de loep nemen

Boosheid

In veel landen, waaronder Nederland, zien we in de samenleving een toenemende ‘boosheid’ over de ongelijke verdeling van de extra opbrengsten van economische groei tussen werknemers en kapitaalbezitters. De afgelopen jaren was het een feest voor bedrijven en aandeelhouders en viel er voor werknemers niets te vieren. Ook in Nederland niet.

Zo groeide onze economie sinds 2014 met in totaal ongeveer 13% en zag de gemiddelde werknemer zijn koopkracht met minder dan de helft van deze groei toenemen. Dit heeft hier geleid tot de roep om hogere lonen en een groter loonaandeel in onze economie (bbp) ten koste van bedrijven en aandeelhouders. Daarnaast neemt in veel landen de onvrede toe over de groeiende kloof tussen arm en rijk.

Volgens internationale vergelijkingen behoort Nederland tot de landen met de kleinste verschillen en staat het hier minder hoog op de politieke agenda. Wereldwijd beschouwd hebben we ook een gemiddeld rijke bevolking.

Volgens recente CBS-cijfers valt op dat de ‘jongere’ ouderen generatie relatief rijk is. Deze generatie in de leeftijd tussen 55-65 heeft gemiddeld circa 28% meer te besteden dan de gemiddelde leeftijdgenoot in de andere EU-landen en staat daarmee op de Europese vijfde plaats.

Thema

In veel landen hebben vooral populistische partijen deze boosheid als politiek thema opgepakt. Dit doen ze ook als het gaat om de gigantische loonkloof tussen de topbestuurders van grote bedrijven en de doorsnee werknemers die overal tot steeds meer wrevel leidt. Deze week publiceerde het zogenoemde High Pay Centre in het VK een online overzicht van loonverschillen binnen Britse beursbedrijven.

De top verdient per jaar 117 keer zoveel als de doorsnee werknemer. In de VS zien we bij bedrijven hogere beloningsratio’s, tussen 200-300. Op basis van de AEX-bedrijven ligt in Nederland deze ratio rond de 70. Maar ook hier neemt de druk op bedrijven toe om de kloof te verkleinen. Door recente strenge Britse verslagleggingsregels in Nederland te introduceren zou dit versneld kunnen worden

Loonstijging

Volgens cijfers van het CBS zien we in ons land een kentering; de lonen gaan stijgen. In 2019 was de gemiddelde loonstijging (2,5%) de hoogste in tien jaar tijd. Daarnaast voorspelt het Centraal Planbureau (CPB) voor dit jaar een verdere oploop tot 2,8% en ook dat het loonaandeel in onze economie zal toenemen tot bijna 75% bbp, het hoogste percentage sinds de jaren in het begin van deze eeuw.

Tegenover de loonstijging in 2019 staat wel het negatieve effect van een inflatie van 2,6%. Voor het nieuwe kabinet ligt hier een belangrijke opgave een bijdrage te leveren aan een evenwichtige loonontwikkeling en een maatschappelijk aanvaardbaar loonaandeel in onze economie. Bovendien houdt het huidige inflatiecijfer ook een waarschuwing in; de btw-verhoging van Rutte III speelt daarbij een belangrijke rol.

Arbeidsmigratie

Vicepremier Hugo de Jonge heeft vorige week de discussie aangezwengeld over het stellen van grenzen aan het aantal arbeidsmigranten en vluchtelingen. Dit heeft nu al geleid tot voorstellen om strengere Canadese en Australische regelgeving over te nemen en snellere procedures in te voeren bij het vluchtelingenbeleid. De kans is groot dat dit een van de belangrijkste thema’s van dit jaar en de verkiezingen zal worden.

Daarbij bestaat het risico dat partijen populaire oplossingen beloven die vanwege de complexiteit en de geldende internationale regelingen niet mogelijk zijn. Als het gaat om het beperken van de arbeidsmigratie in de EU die vooral betrekking heeft op Oost-Europese landen, met name Polen, moet Nederland bij de EU aankloppen. Wij moeten ons namelijk houden aan het vrije verkeer van personen in de EU.

Omdat ons land op allerlei terreinen een groot te kort aan arbeidskrachten heeft en deze door de vergrijzing ook in de toekomst hoog zal blijven, rijst ook de vraag welke gevolgen deze beperking heeft voor onze economie.

Arbeidskrapte

Voorstanders van het beperken van arbeidsmigranten uit Oost-Europa menen dat door deze migranten Nederlandse werknemers minder snel een baan krijgen of in de WW belanden. Het valt op dat harde cijfers waarmee dit kan worden aangetoond ontbreken. Bovendien blijkt uit onderzoek dat deze migranten vooral werk verrichten waarvoor op dit moment in Nederland geen werknemers te vinden zijn.

Ook is er nu al sprake van een afname van Oost-Europese arbeidsmigranten. Door de forse verhogingen van het minimumloon in deze landen is Nederland voor deze migranten minder aantrekkelijk geworden. Daardoor blijven ze liever thuis of gaan ze werken in Oostenrijk en Duitsland waar ze welkom zijn.

Op dit moment is aantal openstaande vacatures in Nederland opgelopen tot bijna 300.000 en wordt ook voor de toekomst een krapte voorzien. Dit leidt in Nederland tot een lagere productie en het afremmen van de economische groei.

Wij zullen er daarom aan moeten wennen dat we nu en ook in de toekomst in veel bedrijfssectoren arbeidsmigranten nodig hebben.

Willem Vermeend is fiscaal jurist en voormalig staatssecretaris en minister, thans hoogleraar aan de Universiteit van Maastricht en ondernemer. Rick van der Ploeg is econoom en oud-staatssecretaris, thans hoogleraar aan de Universiteit van Oxford en de VU. Reageren? Mail naar [email protected].