Nieuws/Financieel
1347782
Financieel

Nut van studies naar ratings

In de studie “Ermittlung von Eigen- Fremd- und Gesamtkapitalkosten” van Krotter en Schüler (what’s in a name) uit 2013 wordt gesteld dat “de actuele empirische onderzoekingen naar ratings niet meer genegeerd kunnen worden”.

In een lezenswaardige tabel uit hun onderzoek naar de relatie ratings en bedrijfsratio’s geven zij aan dat het operationeel inkomen in de verschillende rating klassen vanaf AAA naar B terugloopt van 22% naar 16%. Ook de ROC (Return of Capital wordt onder de loep genomen. Weliswaar is daarbij in de AA klasse het rendement met 28% het hoogste en niet zoals te verwachten viel in de AAA-Klasse, maar blijft Klasse B – comme il faut - het laagste. Zo passeren als voorbeelden de navolgende bedrijfsratio’s de revue.

Tabel relatie risico en EBIT

 

 

Andere studies

Campbell, Hilscher en Szilagy komen in hun studie uit 2006 tot de conclusie dat “een hoger faillisse-mentsrisicoprofiel tot een lager dan gemiddeld rendement op aandelen leidt.” Een vervolgonderzoek uit 2013 door Walkshäusl geeft aan dat het verschil op een risicoarme investering in de DAX, in de periode 1983 tot 2010, bij een begin investering van € 1 Euro na 17 jaar € 12 méér zou opleveren dan de index en € 16 met de portefeuille met de hoogste risico’s.

Conclusies

Dat laatste wisten wij natuurlijk al omdat dit óók de uitkomst was van ons eigen aansluitende weten-schappelijk onderzoek (2000-2003) op de beurstoepassingen van de OK-Score onderzoek (1995-2000), namelijk dat bij het uitbannen van risico’s beleggingen meer dan gemiddeld in rendement zullen groeien.

Als het namelijk zo eenvoudig zou zijn om met behulp van de bekende “ratings” te gaan beleggen, zou iedereen die slechte bedrijven kunnen vermijden, maar valt tegelijkertijd de handel weg. Gelukkig is dit niet zo, want het blijkt namelijk óók zo te zijn, (Lammers 2014) dat de ratings van de Amerikaanse instituten een groot foutenpercentage kennen.

In hun C klasse wordt meer dan 60% van de faillissementen NIET ontdekt. Overigens minder dan bij de accountants, die blijkens het (Breesch c.s.) onderzoek zelfs 75% van de faillissementen NIET ontdek-ken.

Met andere woorden. Elke correlatie tussen het gebruik maken van deze Amerikaanse ratings en rendementen van een portefeuille is dus NON EXISTENT. Dit is uiteraard niet leuk voor pensioenfondsen maar het is wel een van de redenen van de ESMA, de Europese toezichthouder om institutionele beleggers te verplichten om zelfstandig tot beleggingsconclusies te moeten komen en niet meer mogen verwijzen naar openbare ratings.

De conclusie van Krotter en Schüler had dus moeten luiden dat bestaande Ratings maar het beste genegeerd kunnen worden”.

Ik voeg daar zelf nog aan toe: “ook de adviezen van de meeste analisten”. Hun aantal fouten van ca. 80% overstijgt die van de ratingorganisaties nog met 20%. De weg voor de pensioenfondsen is dus nog lang. Misschien tijd voor een wetenschappelijk onderzoek naar de verschillen tussen de z.g.n. “perfecte markttheorie”[lees index], het beleggen met ratings en het beleggen met de OK-Score?

Willem D. Okkerse MBA is CEO van het OK-Score Institute in Antwerpen en Rotterdam. Hij was gastdocent aan de Universiteiten van Delft en Leuven, de Hogeschool van Arnhem en Lid van de Adviesraad van de Hogeschool van Amsterdam.