Nieuws/Financieel

Verleidelijke reuzen in Azië

Door Pieter van Erven Dorens

FOTO REUTERS

Koelt de Chinese economie af? J.P. Morgan vermoedt van wel, onder meer op basis van satellietbeelden van het land. „Je ziet minder activiteit. Het duidt erop dat de Chinese overheid zijn stimuleringsmaatregelen aan het verminderen is”, zegt Zsolt Papp van de Amerikaanse zakenbank.

FOTO REUTERS

Maandag weten we het, als de cijfers over de Chinese economische groei in het tweede kwartaal naar buiten komen. China ging het jaar voortvarend van start met een fraaie groei van 6,9% in de eerste drie maanden, maar bijna niemand verwacht dat het nieuwe cijfer daar bovenuit komt.

Huizenbubbel

Ondanks de verwachte afkoeling zijn de Chinese beurzen dit jaar als een raket omhooggegaan, mede door de lage rente. Er zit ook veel koersherstel in. De beurs van Shanghai staat nog bijna een kwart lager dan voor de beurskrach van medio 2015. Zorg is er over de oplopende schulden en een dreigende huizenbubbel.

Net nu er wat stoom van de economie gaat, worden buitenlandse beleggers juist extra verleid om in Chinese aandelen te stappen. Indexbeheerder MSCI besloot onlangs om volgend jaar 222 Chinese ondernemingen in zijn MSCI Emerging Markets Index op te nemen. Daardoor zijn investeerders die de index volgen gedwongen om ook in die aandelen te beleggen.

Extra instroom

MSCI verwacht een extra instroom van naar schatting $17 miljard. Dat is maar een druppeltje op de Chinese binnenlandse aandelenmarkt (de zogenaamde A-aandelen), die naar schatting $7000 miljard groot is. Daarvan is volgens bureau Capital Economics slechts 2% in buitenlandse handen.

De beurs van Shanghai is qua marktkapitalisatie inmiddels de vijfde ter wereld. Hongkong staat op nummer zes, Shenzen op nummer negen. Veel Westerse institutionele beleggers en particulieren willen graag op de eerste rang zitten om een graantje mee te pikken. „We hebben vanochtend nog een klant voor $100 miljoen binnengehaald”, zegt Rob Marshall-Lee. Hij is beheerder van het Newton Global Emerging Markets Fund, een beleggingsfonds van financiële reus BNY Mellon.

Wonderbaarlijk

Het fonds van Marshall-Lee belegt in 50 tot 70 bedrijven in de opkomende markten. Vorig jaar was er maar een mager rendement, en in 2015 zelfs verlies, maar dit jaar verloopt wonderbaarlijk dankzij de hausse op de beurzen van China en India. Want ook India is een reusachtige markt die je als wereldwijde belegger niet links kunt laten liggen.

„We hebben er veel Indiase consumentenbedrijven bij zitten. India komt nu net uit de bodem van een cyclus. Er is herstel”, zegt Marshall-Lee. Dat zie je ook aan de snel opgelopen Sensex-index van de beurs van Mumbai.

Marshall-Lee komt veel misverstanden over China tegen: „Mensen denken dat het land drijft op export. Maar de maakindustrie krimpt. De groei komt uit de dienstensector. Chinezen willen beter onderwijs, betere ziekenzorg.”

Twintig procent van zijn fonds bestaat uit Chinese internetbedrijven, zoals de explosief groeide internet retailer Vipshop, zoekmachine Baidu en webshop Alibaba. Fijn voor beleggers, hoewel minder voor consumenten, is dat deze internetbedrijven op de eigen markt worden beschermd door het Chinese communistische regime. „Het is meer gecontroleerd. Ze laten Facebook, Youtube en Google niet binnen.”

’Corruptie aangepakt’

Over India is Marshall-Lee nog meer te spreken dan over China. „De Indiase bevolking groeit de komende twintig jaar naar verwachting 40% en de regering is goed bezig. De corruptie wordt aangepakt en men zet agressief in op technologische innovatie. Opeens heeft ook iedereen een bankrekening. De winsten zijn nog wel mager.”

De Franse vermogensbeheerder Comgest heeft een reeks fondsen voor opkomende markten. Daar zit €11 miljard in. Koopjesjagers zijn in India aan het verkeerde adres, zegt Rob Deneke van Comgest:. „India is een van de duurste aandelenmarkten ter wereld. Wij begrijpen dat India duurder moet zijn, omdat er zo veel potentieel is. Maar je moet niet te enthousiast worden. Vaak gebeurt het niet.”

Comgest vindt het daarom lastig geschikte investeringen te vinden in India. „Een van de bedrijven op ons wensenlijstje is Hindustan Unilever. Maar die heeft een koerswinstverhouding van 50. Dan haken wij af. Er zit veel hoop in zulke waarderingen”, aldus Deneke. Hij ziet ook gevaar in de ruime kredietverlening. „Het percentage slechte leningen bedraagt 10 tot 12%. Dat is een stuk hoger dan in China. De kredietgroei is wel teruggebracht.”

Elektriciteit

Een van de posities van Comgest in India is Powergrid, met elektriciteitsnetwerken in heel India. „Er zijn in India veel problemen met elektriciteit”, verklaart Deneke. „Ook in een vijfsterrenhotel kan je zomaar een middag geen elektriciteit hebben. Een andere positie is Infosys, een it-servicebedrijf. Beiden zijn dus niet direct gelinkt aan de Indiase consument.”

Deneke: „Op de hele lange termijn, tien jaar plus, is India de markt waar je moet zitten. Er is veel laaghangend fruit. Ze hebben ook grote ambities. Het probleem is: het komt er nooit zo lekker uit. Je kunt een mooie powerpointpresentatie houden waarom je in India moet zitten. Maar de realiteit is vaak anders.”