1363619
Financieel

Het gevaar van beleggen in minimuisjes

undefined

Beleggen is een vak. Goed beleggen is vooral ook rekening houden met risico’s. Ik heb het daarbij niet over indexhuggers die u voor 1% beheerskosten de maat nemen, maar over échte professionals. Een beleggingsrisico wordt ten opzichte van de index gemeten door de Bèta. Hierbij vertegenwoordigt de index, als gemiddelde, het cijfer 1,00. Elk fonds dat in zijn percentuele ontwikkeling een grotere afwijking in zijn waarde kent dan de index zelf zal een Bèta hebben die hoger is dan 1,00 en elk fonds dat een geringere afwijking heeft dan de index zal een Bèta hebben van kleiner dan 1,00.

Het voorspellen van Bèta

Nu luidt een - nog door veel, ook professionele partijen – gehanteerde mening dat alleen fondsen die een hogere Bèta hebben dan 1,00 kunnen zorgen voor een hoger rendement. Op zich juist, maar wat moet je ermee? Elke Bèta voorspeller faalt in de praktijk tot zover. Uit mijn eigen, onder toezicht van accountants uitgevoerd beursonderzoek als vervolg op mijn proefschrift, heb ik al in 2003 kunnen vastleggen dat het weglaten van risicovolle bedrijven per definitie het rendement t.o.v. een index zou moeten kunnen verdubbelen. In feite zeg ik dan: met een lagere Bèta een hoger rendement maken dan de index. Een uitspraak die voor velen gelijk staat aan het vloeken in de kerk, maar wel één die in 2013 via een uitgebreid hindsight onderzoek in Duitsland aan de Universiteit van Regensburg werd bevestigd.

Simpele reden

De reden is uiterst simpel: bij het oplopen van beurskoersen zullen goede bedrijven het minstens gelijk, zo niet beter doen dan de index en bij dalende beurskoersen zullen de goede bedrijven het juist minder slecht doen dan de index. Dit wordt uiteraard zichtbaar in de Bèta van elke onderneming. Alleen Bèta is per definitie hindsight informatie gebaseerd op echte koersontwikkeling. Bèta laat zich namelijk alleen achteraf berekenen. Uiteraard worden op grond van historische koersontwikkelingen dan de best presterende Bèta’s genomen. Jammer genoeg blijkt dat nou juist weer niet in de praktijk te werken. De reden is simpel: het uitgangspunt is de koersontwikkeling én juist die is onvoorspelbaar en daarmee de historische Bèta’s ook. Elk onderzoek dat de beurskoers als uitgangspunt neemt is naar mijn mening dan ook weggegooid geld. Een toekomstige Bèta in plaats van een historische Bèta zou een veel betere oplossing zijn. Een die omhoog het liefst minimaal 1.00 scoort en omlaag 0,6. Alleen in dit geval wel vooraf te beredeneren en uiteraard met een met meer dan 50% betrouwbaarheid.

Geen relatie met de beurskoers

Dit was de unieke reden om de OK-Score wel als een Bèta voorspeller in te zetten. De OK-Score kent namelijk geen enkele relatie met de beurskoers. Na 14 jaar real life en een kleine 3000 OK-Scores staat de betrouwbaarheidsteller als Bèta voorspeller nog steeds boven de 98%, hetgeen als een niet te miskennen succes kan worden beschouwd. Maar wat is nu het verband met de piepehollekes?

Risico

Stel je belegt in de minimuisjes. Dat zijn alle beursgenoteerde bedrijven die niet in de AEX zitten. Zij maken vaak onderdeel uit van de zogenaamde 5% beleggingsportefeuilles, waar je als institutionele of grotere belegger al snel aan toe bent met een bedrijf met een beurswaarde van onder de 2 miljard. Verder ben je meldingsplichtig bij de AFM waardoor elke beweging die je maakt te volgen is. Veel van deze fondsbeheerders zitten op schoot bij de CFO, waardoor de vrijheid van handelen nog meer wordt ingeperkt om niet van voorkennis te worden beschuldigd. Maar dan nog, als de nood aan de man komt en de nooduitgang moet worden opgezocht is de deur van het piepeholleke te klein. Zodra er dan meer dan 500 aandelen op de markt komen, stort de beurskoers in elkaar. Verkoop kan dan alleen (met verlies) vaak onderhands plaatsvinden. Een naar mijn smaak onwenselijke zaak voor beleggers. Zij moeten een directe liquidatiemogelijkheid hebben. Een van de redenen dat de OK-Score niet gebruikt wordt voor beleggingen in dat type bedrijven. De OK-Score signaleert minimaal één jaar en veel vaker al twee tot zelfs vier jaar voordien onheil. Doordat het OKWF alleen in 50 van de grootste ondernemingen ter wereld belegt is de liquidatie van een aandelenpakket een druk op de knop. Uit de 50 grootste niet bancaire bedrijven ter wereld heeft het OKWF er 13 in de portefeuille zitten. Pas boven de 25 miljard fondsvermogen – en daar zijn wij zeker nog niet – zullen wij onze selectie moeten aanpassen.

Stel dat wij als fonds een meldingsplichtig belang zouden hebben in een klein Nederlands bedrijf; wij zouden bij acute verkoop van ons belang – ook al is dat twee tot drie jaar voordien – een duidelijk signaal aan de markt afgeven en een mogelijk herstelproces van die onderneming kunnen verstoren. Zij zijn veel meer gebaat bij een eigen niet openbaar bekende OK-Score. Alleen valt zoiets buiten het bestek van deze column.

Willem D. Okkerse MBA is CEO van het OK-Score Institute in Antwerpen en Rotterdam. Hij was gastdocent aan de Universiteiten van Delft en Leuven, de Hogeschool van Arnhem en Lid van de Adviesraad van de Hogeschool van Amsterdam. Het OKWF is een beleggingsfonds van Het Effectenhuis Commissionairs in Amsterdam.