Nieuws/Financieel
1371172
Financieel

Column: ’En dat noemen we marktsentiment’

Aan het begin van wat we nu ‘de grote financiële crisis’ noemen, kwam het komische duo the Long Johns met het volgende (wellicht voor u reeds bekende) filmpje. Natuurlijk is de werkelijkheid een stuk complexer, maar dat sentiment een uiterst belangrijke drijfveer is van financiële markten is ontegenzeggelijk waar.

Zo waanden financiële markten zich veilig na de verkiezingsoverwinning van Macron. De Europese Unie was namelijk veiliggesteld, de Duitse verkiezingen een formaliteit en de situatie in Catalonië stond al helemaal niet op de radar. We konden ons weer gaan richten op verdere Europese integratie, want de Frans-Duitse as was ook gered. Met dit optimisme in het achterhoofd besloten financiële markten dat het tijd was om de dollar in de verkoop te doen ten gunste van de euro. Zo kwam het dat eurodollar aan een haast ongekende rally begon.

Deze rally bracht eurodollar van 1,06 in april van dit jaar richting de 1,21 op 8 september jongstleden. Zoals u wellicht weet, waren er voor de Franse verkiezingen diverse analisten die de verwachting uitspraken dat eurodollar naar pariteit zou kunnen; ofwel een koers van 1. Hoewel wij deze enorme stijging van ruim 15 cent ook niet hadden voorzien waren wij ook toen al positiever over eurodollar. Dit kwam vooral omdat wij grote twijfels hadden over de haalbaarheid van alle ambitieuze plannen van Trump.

Terug naar de rally. In juli werd Draghi de vraag gesteld of de forse herwaardering van eurodollar hem zorgen baarde vanwege het drukkende effect op de inflatie (importen worden goedkoper). Er volgde een vrij lauwe reactie van Draghi: “The repricing of the exchange rate has received some attention during the various exchanges of views, and in various ways. That’s been something that, just as I said, has received some attention”. Eurodollar bleef stijgen en tijdens de ECB persconferentie op 7 september dit jaar veranderde de toon van de ECB. Op eenzelfde soort vraag over de wisselkoersontwikkeling antwoordde Draghi: “[…]the recent volatility in the exchange rate represents a source of uncertainty which requires monitoring…”. De dag daarop werd eurodollar voorlopig op de hoogste koers van dit jaar verhandeld.

En toen de Duitse verkiezingsuitslag. En daarna de zich snel uitdijende crisis rondom Catalonië. We gingen weer terug naar onder de 1,17. Zou de Frans-Duitse as werkbaar blijven met een Jamaica coalitie in Duitsland? En hoe gaat de situatie in Catalonië zich ontwikkelingen? Ofwel was het marktsentiment weer gekeerd? Gezien de wederom scherpe correctie die onlangs plaatsvond in de eurodollar leek dit inderdaad even het geval. Op het moment van schrijven lijkt het positieve sentiment echter weer terug en heeft eurodollar de weg omhoog weer gevonden. Het kan verkeren. Maar welke conclusie kunnen we nu trekken uit bovenstaande?

Wellicht dat het onderzoek van Richard Thaler hierbij kan helpen. Hij won deze week de Nobelprijs voor de economie voor de zogenaamde ’nudge theory’. Nudging stamt uit de tak die we gedragseconomie noemen en onderzoekt hoe instincten dikwijls rationale overwegingen domineren in ons handelen en het maken van keuzes. Zijn bekroonde onderzoek heeft zich ook gericht op de psychologische effecten in markten.

Thaler heeft empirisch bewijs geleverd dat individuele psychologische aspecten niet verdwijnen waarin meerdere economische agenten samen interacteren in markten. Een belangrijke motivatie van het Nobelcomité voor het uitreiken van de prijs is dan ook dat hij een bijdrage heeft geleverd aan het verschaffen van: “a more realistic analysis of how people think and behave whenmaking economic decisions.” Volgens Richard Thaler kunnen we dus blijkbaar niet anders dan het gegeven te accepteren dat we ook binnen de – op het oog – rationele financiële markten, toch niet zo rationeel zijn en handelen. Hebben wij als analisten ons dan voor niets bezig gehouden met het bestuderen van complexe formules en modellen? Je zou er bijna sentimenteel van worden.