Financieel/Geld
1408519
Geld

’Toekenning bijstand zorgbehoevenden discrimineert’

Het toekennen van een bijstandsuitkering aan zorgbehoevenden die samenwonen, discrimineert. De overheid moet het onderscheid in gelijke situaties ongedaan maken, concludeert de Hoge Raad.

Als de wetgever dit nalaat, kan de rechter ingrijpen, stelt de Raad. De zaak is aangespannen door een vrouw wiens bijstandsuitkering is stopgezet door een regeling in de Participatiewet. Die maakt onderscheid tussen de verschillende situaties waarin een zorgbehoevende samenwoont. Tweedegraads bloedverwanten, zoals broers en zussen, worden niet aangemerkt als gehuwden. Alle andere samenwonenden wel.

Gehuwd

De vrouw woont niet samen met een bloedverwant en is dus aangemerkt als gehuwd. Ze voert een gezamenlijke huishouding met haar zorgverlener van wie ze ook woonruimte huurt. Ze betaalt de zorgverlener vanuit haar persoonsgebonden budget (PGB). Daarmee komt het inkomen van de zorgverlener boven de bijstandsnorm van gehuwden uit. De gemeente heeft daarom geconcludeerd dat de vrouw geen recht meer heeft op een bijstandsuitkering.

Volgens de Hoge Raad leidt de regeling tot een ongelijke behandeling in gelijke gevallen en er zijn geen redenen die dat rechtvaardigen. De Raad stelt dat de wetgever het onderscheid moet opheffen: door de uitzondering die geldt voor bloedverwanten ook toe te passen op andere samenwonenden of door de uitzondering voor bloedverwanten te schrappen.