Nieuws/Financieel
1447446585
Financieel

Column: Rutte moet koopkracht verhogen met lagere lasten

Premier Mark Rutte tijdens het VVD-festival.

Premier Mark Rutte tijdens het VVD-festival.

Mark Rutte heeft vorige week opzien gebaard door het Nederlandse bedrijfsleven stevig de maat te nemen tijdens het VVD-festival. Daarbij ging het om twee maatschappelijke thema’s waarbij Mark gelijk had. Maar met zijn dreigement om de beloofde verlaging van de vennootschapsbelasting te schrappen, ging hij de mist in.

Premier Mark Rutte tijdens het VVD-festival.

Premier Mark Rutte tijdens het VVD-festival.

Tijdens het VVD-festival haalde Mark Rutte als partijleider hard uit naar grote bedrijven waar „de winst tegen de plinten klotst”, maar werknemers daarvan nauwelijks profiteren. Hij gaf dan ook aan dat de lonen verhoogd moeten worden en hekelde ook de hoge beloningen van de topmannen in sommige ondernemingen en de toenemende kloof tussen top en werkvloer.

Cao-lonen blijven ver achter

Kijken we naar de cijfers, dan heeft Rutte gelijk dat bij grote bedrijven de cao-lonen van werknemers ver achterblijven bij de winstontwikkeling. Deze trend is geen Nederlandse ontwikkeling, maar zien we ook internationaal. Vooral de afgelopen jaren zijn daarover studies verschenen van het IMF, de OESO en de Wereldbank. Ze geven geen eenduidige verklaring, maar in het algemeen wordt deze trend toegeschreven aan de toenemende globalisering, sterkere internationale concurrentie en automatisering, maar ook aan de afnemende macht van de vakbeweging. De verwachting is dat deze internationale ontwikkeling mede door machtsconcentraties binnen het bedrijfsleven, vooral in de techsector, nog zal toenemen.

De zorg van Mark Rutte over de beloningskloof tussen topbestuuders en doorsnee werknemers is terecht. In Nederland verdient deze top gemiddeld 20 keer zoveel, maar er zijn een aantal internationale bedrijven waar de kloof boven de 150 ligt. Deze kloof ondermijnt niet alleen de werksfeer in het bedrijfsleven, maar pakt zeker op termijn slecht uit voor de Nederlandse economie die gebaat is bij een redelijke inkomensverdeling.

Rutte vergeet eigen rol

De verschillende kabinetten Rutte zijn verantwoordelijk voor forse lastenverzwaringen op burgers (BTW, energielasten, zorgpremies enz.). Zo is het totaal aan belastingen, premies en heffingen van de overheid de afgelopen vijf jaar toegenomen van circa 36% van het BBP naar ruim 39%. Volgens recente internationale publicaties behoort Nederland op dit moment tot de kopgroep van landen met de hoogste lastendruk en is de grens nu wel bereikt.

Daarnaast is ook de inflatie toegenomen. In 2018 ging het gemiddeld om 1,72% en voor dit jaar is de prognose ruim boven de 2%. Door deze gezamenlijke ontwikkelingen worden loonsverhogingen voor een groot deel opgegeten door lastenstijgingen en blijft er weinig over van de beloofde koopkrachtverbetering. Zie over de koopkracht ook het artikel van Martin Visser in De Telegraaf van afgelopen dinsdag.

Het pleidooi van Rutte voor hogere cao-lonen komt ook wat laat. Op dit moment stijgen de lonen nu al gemiddeld met ruim 3% en deze stijging is, gezien de afgelopen jaren, al relatief hoog. Als premier weet Rutte dat kabinetten niet over lonen in het bedrijfsleven gaan en ook dat het dreigen met het intrekken van de beloofde lastenverlichting voor ondernemingen als de lonen niet stijgen, een loos gebaar is en schadelijk uitpakt voor ons vestigingsklimaat waarvan hij zelf de grootste pleitbezorger is.

Partij voor de middenklasse

Maar politiek gezien zal Mark het belangrijker vinden dat hij met zijn optreden de koers heeft bevestigd dat de VVD de partij voor de middenklasse is en niet van het grootkapitaal. Vanwege zijn geloofwaardigheid zal hij bij de komende Miljoenennota 2020 dit wel moeten waarmaken. De beste methode is een zodanige verhoging van de fiscale arbeidskorting dat werknemers uit de middenklasse daarvan een maximaal voordeel hebben in de vorm van een hoger nettoloon.

Bij het pleidooi voor hogere lonen wordt voorbij gegaan aan het feit dat Nederland wereldwijd nu al tot de kopgroep van landen behoort met de hoogste loonkosten, vooral vanwege de hoge werkgeverslasten en de hoge belastingdruk op arbeid. Daardoor wordt vooral onze banenmotor, het mkb, zwaar getroffen. Dat is de reden waarom de loonkosten juist omlaag moeten. Banen worden in Nederland in hoofdzaak gecreëerd door kleine en middelgrote bedrijven. Hoge loonkosten zijn daar nu al een molensteen en extra kosten betekent minder werkgelegenheid.

Bij extra loonsverhogingen moet bedacht worden dat ze als loonkostenpost ook doorwerken naar de komende jaren. Draait een ondernemer dan wat minder goed dan is de kans groot dat op deze post bezuinigd moet worden en dat kost banen. Veel bedrijven willen daarom een extra structurele loonkostenverhoging voorkomen door jaarlijks te bezien of er ruimte is voor een extra uitkering aan werknemers. Door de FNV is recent een interessante optie voorgesteld: algemene winstdelingsregelingen voor werknemers. In de periode 1994-201 zijn deze regelingen bevorderd door een laag belastingtarief (Wet Vermeend/Vreugdenhil).

Slecht moment

Volgens recente prognoses zal de economische groei in Nederland de komende jaren terugvallen naar 1% tot 1,5% en is het feest van de mooie groeicijfers van de afgelopen jaren (2% tot 3%) voorbij. Deze ontwikkeling zal bij veel bedrijven leiden tot lagere winsten en de noodzaak om extra te letten op de loonkosten. Ook om die reden is het nu een slecht moment om hogere lonen te bepleiten. De nettolonen kunnen het beste omhoog via de hierboven voorgestelde verhoging van de fiscale arbeidskorting. Met deze lastenverlichting komt het kabinet Rutte III ook tegemoet aan het advies van het IMF om het hoge overschot op onze betalingsbalans te verminderen.