Financieel/Ondernemen
1471623929
Ondernemen

Column: Zorgen om ondernemerschap

Of ik een goede ondernemer ben, weet ik niet. Want, wát is de definitie van ’goed’? In januari borrelt dit soort filosofische vragen altijd bij mij op omdat óók ik weer op dag één van het nieuwe jaar op 0 euro moet starten. Niks is immers een zekerheid.

Juist daarom maak ik me zorgen om de kwaliteit van het ondernemerschap in Nederland. Ondernemers denken te vaak dat het onvoorwaardelijk goed komt. Dat al die euro’s vanzelf komen aanwaaien. Daarom in deze column een casus.

Plastic tasje

Stel, u runt een kledingwinkel in Amsterdam. Een klant wil een winterjas van €699 aanschaffen. U doet bij de kassa de jas in een plastic tas maar u moet daarvoor wel 10 eurocent berekenen. Dat schrijft de wet voor. De klant vindt het echter kolder dat hij bij zo’n dure aankoop een duppie extra moet aftikken. Natuurlijk begrijpt hij dat de verkoper zich aan de wet moet houden: het tasje mag immers NIET gratis worden meegegeven. Daarom stelt de klant voor dat de jas wordt verkocht voor €698,90 waarna er 10 eurocent bovenop komt voor het tasje. Zo blijft het totaalbedrag ongewijzigd. Feitelijk geeft de winkelier dus 10 eurocent korting op de winterjas.

Wat doet u?

Zegt u ’Ja’ of ’Nee’?

Wellicht raadt u het al. Ik was de klant. Dit alles is namelijk écht gebeurd en het deed nogal wat stof opwaaien op Twitter. De winkel accepteerde mijn voorstel niet waardoor ik besloot de winterjas terug in de rekken te hangen. De verkoopster bleef in verbijstering achter.

Nederland sprak er schande van! Zo omschreef Quote-hoofdredacteur Sander Schimmelpenninck mij als ’De Lul Des Vaderlands’. Ook twitterende bestuursleden van vakbond FNV (Federatie Nooit Vooruit) spraken hun afschuw uit. Want, als je €699 kunt spenderen aan een nieuwe winterjas, dan is een dubbeltje daarbovenop toch geen probleem?

Maar precies dát was dus wél het probleem. Ook een klant kan principes hebben.

Dansend in m’n nakie

De allerbelangrijkste vraag is dan ook in hoeverre het verstandig van de winkelier was om ’nee’ te zeggen op het voorstel. Want voor deze winkel was er aan het slot van die werkdag één heldere conclusie: minder omzet.

Als ik die winkelier-ondernemer was geweest, dan had ik een dansje op de toonbank gemaakt, als de klant daarom had gevraagd. Desnoods in mijn nakie. Blij met de omzet omdat ik daarmee aan het eind van de maand de gigantisch hoge huur van het winkelpand zou kunnen betalen. Met een dergelijke ondernemende mindset had ik het mezelf bovendien makkelijker gemaakt om de salarissen van mijn medewerkers over te maken. Daarnaast zou ik op die dag de concurrentie met de online winkels hebben gewonnen. Jahaaa! Er was immers een klant die in mijn fysieke winkel een aankoop deed. Bijna uniek en intussen geen overbodige luxe omdat afgelopen week ook bekend werd dat Amazon.com naar Nederland komt met een enorm online aanbod. De concurrentie wordt moordend.

Zielige winkelier

Het gepeupel van het twitterend domvolkdeel van Nederland nam het echter op voor de extreem zielige winkelier-ondernemer die er bewust voor koos om omzet te missen. Velen stelden dat een winkelier zulke k*tklanten beter kwijt dan rijk kan zijn. Het gros vond dat ik met mijn onbeschofte gedrag de winkel uitgezet had moeten worden.

Zelfstandigenaftrek

Ook de zzp’ers (zelfstandigen zonder potentie) roerden zich op Twitter massaal. Ik heb bij hen door deze consternatie geen credits meer terwijl al die zzp’ers tegelijkertijd volop in gejammer zijn omdat dit jaar de zelfstandigenaftrek voor hen met €250 wordt verminderd. Hun gehuil is weerzinwekkend: ’Hoe-Moeten-We-Dat-Compenseren?’

Nou, het antwoord is voor hen en voor al die andere naïeve principiële critici niet zo heel ingewikkeld: Ga. Ondernemen.

Niks is immers een zekerheid.

PS – Afgelopen weekend zag ik in de betreffende kledingzaak ’mijn’ winterjas voor de helft van de prijs in de uitverkoop. Do We Need To Say More?

Jerry Helmers is communicatieadviseur, ondernemer en directeur van Crown Media Group. Reageren? Mail naar [email protected].