Financieel/Geld

Aantal armen daalt maar zeer beperkt

Door Martijn Klerks

Ruim 200.000 huishoudens leven al minstens vier jaar onder de armoedegrens. Dat aantal stijgt.

Ruim 200.000 huishoudens leven al minstens vier jaar onder de armoedegrens. Dat aantal stijgt.

ANP

Den Haag - De crisis is voorbij, maar bijna 1,1 miljoen Nederlanders merken daar niets van. Zij moeten leven van een inkomen onder de armoedegrens. En hun aantal wordt maar niet lager.

Ruim 200.000 huishoudens leven al minstens vier jaar onder de armoedegrens. Dat aantal stijgt.

Ruim 200.000 huishoudens leven al minstens vier jaar onder de armoedegrens. Dat aantal stijgt.

ANP

Dit jaar daalt het aandeel arme huishoudens, dat wil zeggen met een laag inkomen, tot 7,9 procent, stelt het Centraal Planbureau in een raming die het vandaag, op verzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek, naar buiten brengt. Het CBS heeft op zijn beurt becijferd dat twee jaar geleden nog 8,2 procent van alle huishoudens in armoede leefde.

Daarmee zijn er nog steeds méér huishoudens met een laag inkomen dan in 2010, midden in de economische crisis.

Wat zijn de armoedestatistieken van de afgelopen jaren? Bekijk het in onderstaande grafiek. Niet (goed) te zien? Klik hier.

Om door het CBS arm genoemd te worden, mag een alleenstaande overigens niet meer verdienen dan 1030 per maand, en een echtpaar met kinderen niet meer dan 1940 euro.

Het percentage huishoudens dat vier opeenvolgende jaren onder die grens leeft, neemt in de jaren na de crisis zelfs toe. De meeste armen wonen in Rotterdam, daarna volgen Groningen en Amsterdam. Ook in dorpen in het noorden en oosten van het land wonen relatief veel mensen met een laag inkomen.

Hoeveel arme huishoudens zijn er in jouw gemeente? Onderstaande kaart laat het zien. Geen (goed) beeld? Klik hier.

Het CBS noemt vier groepen die opvallend vaak onder de armoedegrens leven. Naast de nieuwe houders van verblijfsvergunningen, die bij hun start in Nederland niets anders hebben dan een bijstandsuitkering, zijn dat ook de zzp’ers. Eén op de tien zelfstandigen moet van minder inkomen rondkomen dan de lage-inkomensgrens, een veel groter aandeel dan de werkenden in loondienst.

Ook vijftigplussers met een uitkering krijgen extra aandacht van de statistici. Het CBS spreekt van een groep werklozen die niet meer aan de slag komt, en van ouderen die zich de arbeidsongeschiktheid in hebben gewerkt. Voor die twee groepen rest tot aan het pensioen vaak een leven onder de armoedegrens. Van de ouderen die een eigen huis hebben, verlangt de overheid niet zelden dat ze dat eerst ’opeten’.

Gepensioneerden

Het CBS merkt trouwens wel op dat armoede onder gepensioneerden praktisch niet voorkomt, alle gemiste indexaties van pensioenfondsen ten spijt. De groep wordt zelfs aangemerkt als ’minst getroffen door armoede’.

Dat het aantal huishoudens dat meer dan vier jaar een laag inkomen heeft nog altijd toeneemt, is volgens het CBS-rapport nog een gevolg van de economische crisis. De 3,3 procent langdurig arme huishoudens „zijn door toedoen van de economische crisis onder de streep terechtgekomen en weten zich daaraan niet te ontworstelen”.