Financieel/Geld
1553456421
Geld

Drugsbezit, dan geen taxivergunning

Amsterdam - Een Amsterdammer met een veroordeling wegens drugsbezit is terecht een verklaring omtrent gedrag (vog) geweigerd voor het verkrijgen van een taxichauffeurskaart. Dat heeft de rechtbank in Amsterdam geoordeeld in een zaak die de aspirant-chauffeur had aangespannen.

Bij de aanvraag voor een vog bleek dat de man in de zogenaamde terugkijktermijn van vijf jaar voorkwam in het Justitieel Documentatie Systeem. Hij was in november 2017 in hoger beroep veroordeeld wegens het aanwezig hebben van drugs. Dat had hem een taakstraf van 150 uur opgeleverd, waarvan 50 voorwaardelijk. Voor het Ministerie van Rechtsbescherming was dat reden om hem de vog te weigeren. „Overtredingen van de Opiumwet zijn naar hun aard niet te verenigen met het beroep van taxichauffeur”, luidde de stelling.

Volgens de aanvrager was hij „op geen enkele wijze een risico voor de veiligheid van passagiers dan het wel verkeer in het algemeen”. Hij begreep niet, zo verklaarde hij tegenover de rechter, „waarom het aanwezig hebben gehad van een kleine hoeveelheid drugs in de privésfeer een risico kan opleveren voor de samenleving”.

De rechtbank koos de kant van het ministerie. „Het is niet relevant of het feit plaatsvond in de privésfeer. Uit het screeningsprofiel volgt dat overtredingen van de Opiumwet onverenigbaar zijn voor houders van de chauffeurskaart, aangezien zij in de uitoefening van hun functie vaak in aanraking komen met mensen in het uitgaanscircuit.” De rechter woog mee dat de opgelegde straf van 150 uur taakstraf fors was.