1593268
Financieel

Column: Voorkom dat klimaatbeleid leidt tot belastingexplosie

Nederland behoort in Europa tot de landen met de hoogste belasting- en premiedruk op werknemers en werkgevers. Deze lastendruk pakt slecht uit voor de toekomstige groei van onze economie en werkgelegenheid.

De druk zal nog verder toenemen door de uitvoering van het klimaatbeleid van Rutte III en kan zelfs een belastingexplosie teweeg brengen. Deze kan alleen worden voorkomen door een klimaatbeleid waarbij de nadruk ligt op investeringen in goed renderend innovatieve technologieën waarmee de energietransitie van fossiel naar duurzaam wordt versneld.

Volgens recente cijfers van de OESO behoort Nederland tot de kopgroep van Europese landen met de hoogste belasting- en premiedruk op werknemers en werkgevers. Vooral daardoor zijn we ook een land met hoge loonkosten. Vanwege de hoge werkgeverspremies over het loon leiden loonsverhogingen in ons land voor werkgevers tot een forse toename van de loonkosten. Als een gemiddelde werknemer een loonsverhoging krijgt van 100 euro bruto per maand dan betekent dat voor een werkgever een extra loonkostenpost van ongeveer 130 euro.

Voor werknemers die met een loonsverhoging van 100 euro worden verblijd, is de uitkomst ook zuur. Na de belasting en premies die over de verhoging betaald moeten worden, blijft daar netto slechts 45 euro van over. Bizar maar waar: een werkgever moet 130 euro aan loonkosten maken om het loon van een werknemer met netto 45 euro te kunnen verbeteren. Door het regeerakkoord van Rutte III zal deze lastendruk nauwelijks afnemen. Sterker nog, burgers en bedrijven moeten rekening houden met een verdere toename van de belastingdruk die het gevolg is van de wijze waarop Nederland het klimaatbeleid gaat uitvoeren.

Rutte III moet op dit vlak voldoen aan de klimaatverplichtingen die zijn vastgelegd in het wereldwijde klimaatverdrag van Parijs. In de Franse hoofdstad hebben eind 2015 bijna 200 landen samen afgesproken dat er zo snel mogelijk een einde gemaakt moet worden aan de stijging van de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2. Omdat deze stijging tot een opwarming van onze aardbol leidt, moeten alle landen maatregelen treffen om de uitstoot tot nul af te remmen. Deze opgave gaat overheden en bedrijven geld kosten. In het regeerakkoord heeft het nieuwe kabinet bovendien een klimaatplan gepresenteerd dat verder gaat dan de Parijse verplichtingen en waarvoor extra klimaatbeleid noodzakelijk is.

Lastenverzwaringen

Bij de presentatie van het regeerakkoord maakte de onderhandelaars trots bekend dat Rutte III het groenste kabinet in de geschiedenis van Nederland gaat worden. Van veel kanten werd het ambitieuze klimaatprogramma waarmee de uitstoot van CO2 in 2030 bijna gehalveerd wordt, terecht toegejuicht. Maar er werden ook kritische kanttekeningen geplaatst. Zo wijzen critici op de onverstandige keuze van de dure opslag van CO2 onder de grond, die wij in een eerdere column ook hebben afgewezen. Daarnaast ontbreekt het aan concrete instrumenten waarmee de klimaatambities daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden.

En toen was ook nog niet bekend dat aan dit klimaatprogramma een fors prijskaartje hangt. Volgens rekensommen van het Plan Bureau voor de Leefomgeving (PBL) is voor de klimaatdoelen van Rutte III ten minste een extra uitgavenbedrag van 7-10 miljard euro nodig. Omdat in het regeerakkoord daarmee geen rekening is gehouden, moet het kabinet op zoek naar financieringsbronnen. Deze zoektocht zal al snel leiden tot hogere lasten, waaronder extra milieu- en energiebelastingen, voor burgers en bedrijven. Die lasten kunnen ze wel beperken door hun milieuvervuiling en energieverbruik terug te dringen. Een andere optie is dat Rutte III de CO2 uitstoot gaat belasten en de opbrengst aan burgers en bedrijven teruggeeft in de vorm van een lagere inkomstenbelasting en winstbelasting. Vanwege onze open economie en concurrentiepositie is deze belasting alleen effectief op Europees niveau of samen met grote EU-landen.

Klimaatbelastingen die Nederland buiten EU-verband invoert, leveren nauwelijks klimaatwinst op en pakken slecht uit voor onze economie en werkgelegenheid en schaden het maatschappelijke draagvlak voor een groener beleid. Voor economische groei en werkgelegenheid moet onze hoge belasting- en premiedruk juist omlaag. Daarnaast zien we dat in de meeste Europese landen belastingverlagingen worden doorgevoerd of op de politieke agenda staan. Daardoor zal de economische concurrentiepositie van ons land snel verslechteren en worden we onaantrekkelijk voor (buitenlandse) bedrijven en investeerders.

Het huidige Nederlandse klimaatbeleid wordt gekenmerkt door (energie-) belastingen en andere heffingen op burgers en bedrijven en daarnaast door dure subsidieregelingen die de schatkist veel geld kosten. Door burgers en bedrijven wordt klimaatbeleid daarom beschouwd als een extra lastenverzwaring die nauwelijks klimaatwinst oplevert. Berekeningen laten ook zien dat vooral de laagste inkomens daarvan de dupe zijn.

Slim en groen

We hebben al eerder geschreven dat we de opwarming van onze aardbol niet kunnen tegengaan met extra belastingen en andere lastenverzwaringen. De aarde moet vooral worden gered met slimme technologie en een groene economie (www.einsteinbooks.nl). De vermindering van de uitstoot van CO2 kan het beste worden gerealiseerd met maatregelen waarmee de energietransitie van fossiel naar duurzaam wordt versneld.

Daarvoor moeten alle productie- en bedrijfsprocessen en businessmodellen van overheden en bedrijven ingrijpend veranderen. De nadruk moet liggen op de inzet van digitalisering, innovatieve technologieën, duurzame energie, vooral zon, en groene (C02-vrije) waterstof. Deze benadering zien we bijvoorbeeld in Japan dat in 2040 met een schone waterstof economie de toekomst wil veroveren. In Europa zou ons land op dit terrein koploper moeten worden.

Bij innovatieve technologieën gaat het onder meer om kunstmatige intelligentie, het internet of things, big data, robot- en nanotechnogie, blockchain enz. Deze toepassingen leiden tot energiearme productieprocessen, een afname van het fossiele energieverbruik in gebouwen, woningen, verkeer en vervoer en een snellere energietransitie van fossiel naar duurzame energie. Zo zal de komende jaren door nieuwe technologie het rendement op zonnepanelen meer dan verdubbelen.

Door volop het gebruik van innovatieve green tech en slimme zelflerende softwareprogramma’s te bevorderen en onderzoek op dit vlak te stimuleren, kunnen we niet alleen onze aardbol redden, maar ook andere voordelen realiseren. Deze innovaties hebben steeds minder overheidssubsidies nodig om in het bedrijfsleven op grote schaal gebruikt te worden.

Investeerders beschouwen het vaak nu al als goed renderende investeringen. Ze stimuleren bovendien de groei van een groene economie, scheppen veel nieuwe banen enversnellen de energietransitie met veel klimaatwinst. Een belangrijk voordeel is ook dat zo voorkomen wordt dat burgers en bedrijven straks te maken krijgen met lastenverzwaringen die nauwelijks klimaatwinst opleveren. Rutte III doet er daarom verstandig aan volop in te zetten op innovatieve green tech, waarmee ook een groene waterstofeconomie kan worden gerealiseerd. Alleen dan kan Rutte III geschiedenis schrijven als het groenste kabinet ooit.