Nieuws/Financieel

Column: Koorddansen met stijgende rente

De tienjaars rente in de Verenigde Staten vertoont al enige tijd een oplopende trend. In de zomer van 2016 bereikte de rente een bodem van 1,35 procent. Vorige week werd er iets meer dan het dubbele aan rente op dezelfde lening vergoed: 2,87 procent (bron: Bloomberg).

Overal gingen er alarmbellen af. Het einde van een zesendertigjarige bullmarket in staatsobligaties werd al afgekondigd. In 1981 verhoogde de toenmalige voorzitter van de Federal Reserve, Paul Volcker, de rente in de Verenigde Staten naar 20 procent teneinde de gierende inflatie de nek te breken. Zoals bekend is dat aardig gelukt. Nu, 37 jaar later, worstelt de wereld met het tegenovergestelde probleem. De inflatie wil maar niet aantrekken, waardoor de rente al heel lang heel laag is.

Of valt het wel mee?

Nu lijkt daar langzaamaan verandering in te komen. Voor de aandelenmarkt zou een hard oplopende rente rampzalig zijn. De huidige waarderingen op de beurs worden immers mede mogelijk gemaakt door de historisch lage rente. De beurzen reageren de laatste tijd dan ook negatief op de oplopende rentepercentages. Maar is dit wel terecht of is hier sprake van een overreactie? Bedenk dat sinds de aanvang van deze bullmarket in 2009 de tienjaarsrente steevast heeft gefluctueerd tussen de genoemde 1,35 procent en 3,99 procent. De huidige rentestand bevindt zich in het midden van deze range. Op zich is dat dus niets bijzonders.

Stijgende rente is juist goed voor aandelen

Maar er is meer. Onderzoek van Bespoke Invest wijst uit dat in deze bullmarket vanaf 2009 de beurzen gedurende periodes met een stijgende rente vaker stegen dan daalden en omgekeerd. Beurzen hadden juist bij dalende rente meestal de neiging te dalen in plaats van te stijgen. Zo liep de S&P 500 in periodes van stijgende rente gemiddeld met 19 procent op om juist in periodes van dalende rente met gemiddeld 0,5 procent te dalen. Financiële waarden bleken in deze periode het best te renderen bij een stijgende rente, nutsbedrijven steevast het slechtst. Dat druist lijnrecht in tegen de conventionele wijsheid. Maar, nader bezien is dat toch niet zo vreemd.

Rente stijgt met het vertrouwen

Wanneer beleggers weinig vertrouwen hebben in de economie hebben ze de neiging om te vluchten in risicoloze assets (obligaties) met een daling van de rente als gevolg. Geld gaat van aandelen naar obligaties. Wanneer beleggers echter juist wel vertrouwen hebben in de economie verkopen ze hun obligaties (de rente stijgt) en herbeleggen ze deze gelden in aandelen. Geld vloeit van obligaties naar aandelen. Dat laatste lijkt ook nu aan de hand. Daarom is de vrees voor een verder oplopende rente vooralsnog overtrokken. Zolang de economie voortdendert zoals nu het geval is, lijkt er immers weinig aan de hand.

Totdat….

Uiteraard ontstaat er wel een probleem wanneer de rente blijft oplopen of wanneer er plotseling om wat voor reden dan ook een renteschok plaatsvindt. Dan zullen de markten wel reageren met een serieuze koersdaling. Door deskundigen wordt een niveau van 3 procent voor tienjaars staatsleningen in de Verenigde Staten als een kantelpunt gezien. Maar of dat werkelijk zo is zal tegen die tijd vanzelf duidelijk worden. Mocht de dollar na verloop van tijd te ver wegzakken waardoor de Verenigde Staten een steeds hogere rentevergoeding moeten geven op hun staatsleningen dan ontstaat er een probleem.

Zo bezien lijkt de koers van de dollar dit jaar de schakel te zijn waar alles om draait op de internationale financiële markten. Daalt de dollar te hard dan komt de gezondheid van de gehele wereldeconomie, en dus ook die van de Verenigde Staten, in gevaar. Voor de Verenigde Staten lijkt het huidige valutabeleid dus een kwestie van koorddansen. Dalen is gunstig, maar niet te veel want dan val je zelf ook.