Financieel/Nieuws
1658814
Nieuws

Martine Hafkamp

Column: Waar ligt de pijngrens?

Columnist Martine Hafkamp

Columnist Martine Hafkamp

Toen vorige week veel aandelenbeleggers in rep en roer waren omdat er ‘ineens’ vrees ontstond voor mogelijke signalen van een oplopende inflatie, een oplopende Amerikaanse rente en de afbouw van ruime monetaire beleid, werd de dollar niet noemenswaardig sterker. Het zal de Amerikaanse beleidsmakers niet slecht zijn uitgekomen…

Columnist Martine Hafkamp

Columnist Martine Hafkamp

In 1971 riep de toenmalige minister van Financiën van de regering-Nixon ten aanzien van een zaal vol Europeanen dat de dollar weliswaar ‘onze munt’ is maar ‘jullie probleem’. De dollar bevond zich immers in een stevige dalende trend en de Verenigde Staten zadelden de rest van de wereld, en vooral Europa, op met een zwakke dollar.

Tijdens de onlangs gehouden jaarlijkse netwerkbijeenkomst in Davos riep de huidige minister van Financiën Steven Mnuchin ongeveer hetzelfde. Feitelijk verklaarde hij dat de Verenigde Staten baat hebben bij een zwakkere dollar.

Het zou de economische groei ten goede komen. Weliswaar trachtte Trump een dag later deze bewering enigszins te ontkrachten maar dat was meer voor de bühne. Was het immers niet dezelfde Trump die eerder geroepen had dat er ‘weliswaar goede kanten zitten aan een dure dollar, maar dat het beste aan een dure dollar vooral is dat het zo mooi klinkt’?

ECB-president Mario Draghi was not amused en liet tijdens zijn persconferentie doorschemeren dat de huidige koers van de euro vooral te wijten was aan ‘andermans communicatie’. Uiteraard werden er geen namen genoemd, maar de strekking was duidelijk. Waar een zwakke dollar voor de Verenigde Staten een voordeel is, is het voor de EU duidelijk een fors nadeel.

Nieuw protectionisme

Bij zijn aantreden maakte Trump snel duidelijk waar zijn prioriteiten lagen. ‘America First’ was het adagium. Internationale handelsverdragen zouden eventueel worden opgezegd mocht dat de Verenigde Staten zo uitkomen. De Verenigde Staten leken in het belang van hun eigen industrie een draai te willen maken van een internationaal georiënteerde wereldmacht naar een meer protectionistisch ingestelde regionale macht. De rest van de wereld huiverde.

Ook op de financiële markten verwachtte men hier niet veel goeds van. Een jaar later valt het op het eerste gezicht met de voorgestelde protectionistische maatregelen allemaal wel mee. Er is ten opzichte van een jaar geleden in het vrijhandelsverkeer niet veel veranderd. Of toch wel?

Hetzelfde doel, andere middelen

Het heeft er intussen meer van weg dat de Verenigde Staten nog steeds hetzelfde doel nastreven maar op een andere wijze. Met een zwakkere munt bereik je immers hetzelfde als met protectionisme. In een jaar tijd is de dollar gedaald van 1,04 naar 1,25 ten opzichte van de euro. Gevolgen hiervan zijn duurdere importen en goedkopere exporten.

Kortom, een goede bescherming van de Amerikaanse industrie en een subsidie voor de Amerikaanse export. Het is dan ook niet zo heel erg vreemd dat de beurzen in de Verenigde Staten het ene record na het andere optekenen. Het Amerikaanse bedrijfsleven floreert als nooit tevoren.

Waar ligt de pijngrens?

Waar houdt dit op? Volgens de Big Mac-index van het Britse tijdschrift The Economist zou de dollar nog steeds een procent of acht overgewaardeerd zijn op basis van koopkrachtpariteit. Deze index zou men serieus moeten nemen want begin vorig jaar voorspelde de hamburger-index al dat de dollar eigenlijk 1,25 waard zou moeten zijn en niet 1,00 zoals veel analisten voorzagen.

De valuta-termijnmarkt verwacht nu zelfs een dollar van 1,50. Met andere woorden, de daling van de dollar lijkt nog niet ten einde. De ECB heeft al laten doorschemeren het niveau van 1,25 als een rode lijn te beschouwen. Wanneer deze overschreden wordt, leidt dat onherroepelijk tot schade voor de economie van de Eurozone. Hier en daar zien we nu al haarscheurtjes bij diverse Europese bedrijven die sterk dollargevoelig zijn.

Te zwakke dollar ook geen oplossing

Ook voor de Verenigde Staten lijkt een te zwakke dollar geen gewenste uitkomst. Niet vergeten moet worden dat de Verenigde Staten kampen met een onwaarschijnlijk grote staatsschuld (per hoofd van de bevolking twee keer zo groot als Griekenland) en een fors handelstekort.

Beide tekorten moeten gefinancierd worden vanuit het buitenland. De Federal Reserve is immers opgehouden met het kopen van staatsobligaties.

Wanneer de dollar maar blijft zakken neemt de animo om de Verenigde Staten te financieren of om er in te investeren snel af. Dan zal snel blijken dat de huidige 2,88 procent rentevergoeding van een tienjaars staatslening niet voldoende is om buitenlandse investeerders aan te trekken. Dan is de pijngrens bereikt.

Een hogere rente zal uiteindelijk tot schade leiden op de financiële markten. Het zou het einde van het succesverhaal van Trump kunnen betekenen…