1743231
Nieuws

Column: Rekening houden met doemscenario’s

Donald Trump riskeert een handelsoorlog.

Donald Trump riskeert een handelsoorlog.

Deze week kreeg Rutte 3 het advies van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) om circa 4 miljard extra uit te geven aan belastingverlagingen en extra bestedingen aan onderwijs en innovatie. Daarnaast zouden de vakbonden volgens het IMF hogere lonen moeten eisen.

Donald Trump riskeert een handelsoorlog.

Donald Trump riskeert een handelsoorlog.

Deze acties zijn nodig om ook op de langere termijn de economische groei in Nederland op een hoog niveau (2%-3%) te kunnen houden en om vanuit internationaal oogpunt bezien ons hoge handelsoverschot te verlagen. Bij dit advies van het IMF heeft de onzekerheid over de wereldeconomie nog geen rol gespeeld. Bij de start van 2018 was er nog sprake van records op de wereldwijde beurzen en werden er voor de meeste landen in de wereld gunstige groeicijfers voorspeld. Maar inmiddels is er slecht economisch weer op komst, waardoor de voorspelde hoge economische groeicijfers en ook hogere koersen op de tocht komen te staan.

De kern van deze tegenvaller heeft te maken met de opmars van het protectionisme. Steeds meer landen hanteren een handelspolitiek waarbij het eigen bedrijfsleven wordt beschermd tegen buitenlandse concurrenten. Dat doen ze onder meer door buitenlandse bedrijven extra barrières op te leggen, zoals extra (straf)heffingen bij het invoeren van producten. De concurrenten worden ook buiten de deur gehouden met speciale milieu- en lokale regels waaraan ze moeten voldoen. Daarnaast wordt het eigen bedrijfsleven gesteund met belastingfaciliteiten en subsidies. Deze ontwikkeling leidt op termijn tot een lagere wereldhandel en in veel landen tot lagere economische groeicijfers.

Vooral Donald Trump heeft met zijn “America First” bijgedragen aan de groei van het protectionisme in de wereld. Afgelopen donderdag maakte hij duidelijk dat hij met zijn beleid een handelsoorlog riskeert. Vanaf volgende week start de VS met importheffingen op buitenlands staal en aluminium. China en de EU hebben al aangekondigd met tegenmaatregelen te komen. Wereldwijd zijn consumenten de dupe van deze oorlog.

Buffers

In een eerdere column hebben we er al op gewezen dat Nederland als exportland tot de landen behoort die door deze ontwikkeling zwaar getroffen kan worden. Bovendien krijgt ons land, dat een belangrijke handelspartner van het VK is, te maken met de negatieve effecten van de Brexit. Bij een ‘harde’ Brexit zal onze economische groei, nu circa 3%, zelfs kunnen afnemen richting de nul procent. Een ander risico waardoor de groei afgeremd kan worden zijn de onvermijdelijke rentestijgingen.

Gezien deze risico’s rijst de vraag of Rutte III de aanpak van het IMF zou moeten volgen. Deze denktank heeft gelijk als het gaat om extra bestedingen voor onderwijs en innovaties. Nederland loopt hier international achterop en een impuls is dringend nodig. Daarvoor kan in de huidige begroting nog wel ruimte worden gevonden, maar daarnaast is het gewenst dat Rutte III nu zorg draagt voor voldoende financiële buffers om tegenvallers te kunnen opvangen. Daarom is er bovenop de reeds aangekondigde belastingverlagingen in het regeerakkoord geen extra ruimte meer voor extra verlagingen die ten koste gaan van de financiële verdedigingswal waarmee Rutte III klappen moet opvangen.

Hogere lonen

De afgelopen jaren is van verschillende kanten gepleit voor een algemene loonsverhoging. Dat leidt tot meer bestedingsruimte voor burgers en dat is goed voor de groei van onze economie, maar ook om een andere reden. De afgelopen decennia is er in Nederland sprake van een daling van de zogenoemde arbeidsinkomensquote, het aandeel van het nationaal inkomen dat als loon naar werknemers gaat. Lonen vormen een steeds kleiner deel van de economie of anders gezegd: de totale loonsom daalt als percentage van het nationaal inkomen. Bezitters van kapitaal, zoals beleggers, zien hun aandeel juist toenemen. Door loonsverhogingen kan deze verdeling tussen kapitaal en arbeid evenwichtiger worden. Bovendien hebben veel werknemers via loonmatiging bijgedragen aan het herstelproces van bedrijven en die mogen nu wel wat terug doen.

Bezwaren tegen een algemene loonsverhoging

Een algemene loonsverhoging voor iedereen past niet in de Nederlandse traditie. De loonhoogte en andere arbeidsvoorwaarden worden in het Nederlandse bedrijfsleven vastgesteld op basis van onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers. Daarbij wordt rekening gehouden met de financiële positie en winstgevendheid van de betrokken bedrijven. Door dit ‘maatwerk’ zien we in zwakkere bedrijfssectoren een lagere loonontwikkeling dan in sterkere sectoren. Dat is altijd zo geweest en pakt goed uit voor onze werkgelegenheid.

Bij het pleidooi voor hogere lonen wordt door het IMF en anderen voorbijgegaan aan het feit dat Nederland wereldwijd nu al tot de kopgroep van landen behoort met de hoogste loonkosten, vooral vanwege de hoge werkgeverslasten en hoge belastingdruk op arbeid. Deze kosten moeten juist omlaag. Door onze zware belasting- en premiedruk levert een loonsverhoging voor werknemers netto weinig op, terwijl werkgevers te maken krijgen met een hoge extra kostenpost.

Hoe 130 euro loonkosten slechts 60 euro netto oplevert

Als een werkgever het bruto maandloon van een gemiddelde werknemer met 100 euro verhoogt, dan moet hij daarover circa 30% werkgeverslasten afdragen, zodat zijn extra loonkostenpost 130 euro bedraagt. Omdat de werknemer over de bruto loonsverhoging van 100 euro ongeveer 40 euro aan belastingen en premies moet betalen, ontvangt hij maandelijks een extra netto loon van 60 euro

Doemscenario’s

Bij extra loonsverhogingen waarvoor bij sommige bedrijven nu ruimte is, moet bedacht worden dat ze als loonkostenpost ook doorwerken naar de komende jaren. Draait een ondernemer dan wat minder goed, dan is de kans groot dat op deze post bezuinigd moet worden en dat kost banen. Veel bedrijven willen daarom een extra structurele loonkostenverhoging voorkomen door jaarlijks te bezien of er ruimte is voor een extra uitkering aan werknemers. Zeker als er slecht weer op komst is.

Doordat in Nederland banen vooral worden gecreëerd door kleine bedrijfjes, met minder dan 10 werknemers, moeten we oppassen met te hoge loonkostenstijgingen. Nu al zijn de hoge loonkosten hier een molensteen en kosten ze banen.

Zowel Rutte III, het bedrijfsleven als beleggers moeten er rekening mee houden dat de oorspronkelijk zonnige vooruitzichten nu snel kunnen veranderen in doemscenario’s.