Nieuws/Financieel
1751445773
Financieel

Column: We krijgen een maatschappelijke en economische revolutie

Recent publiceerde het onderzoeksbureau Oxford Economics een rapport waarin wordt voorspeld dat in 2030 robots 20 miljoen banen in de industrie overnemen. Deze functies worden nu nog uitgeoefend door vooral lagere inkomensgroepen in opkomende economieën. Deze ontwikkeling is volgens de Oxford-studie te danken aan de snelle daling van de kostprijs van robots, maar ook omdat ze door nieuwe technologie steeds slimmer worden.

Uit het onderzoek blijkt dat we niet hoeven te vrezen dat de opmars van robots, die ook buiten de industrie plaatsvindt, tot een grootscheepse werkloosheid zal leiden. Evenals in andere recente studies zullen robots per saldo eerder een bijdrage leveren aan extra werk, zoals nieuwe functies, dan tot een vermindering. We hebben ze bovendien nodig omdat in veel landen de beroepsbevolking krimpt. Wel is het nodig er nu al geregeld wordt dat werknemers in bedreigde functies worden bijgeschoold en omgeschoold zodat voorkomen wordt dat ze werkloos worden.

Revolutie

Het komende decennium zal de wereldeconomie revolutionair veranderen. Naast robots gaat het om de verdere digitalisering, het gebruik van innovatieve technologieën , zoals kunstmatige intelligentie, en de toenemende concurrentie tussen drie economische handels en machtsblokken : de VS, China en de EU. Internationale experts ervan uit dat China, mede dankzij het meerjaren technologieprogramma van vele honderden miljarden, de winnaar wordt. Wellicht nog ingrijpender op ons leven en werken zijn de effecten van klimaatverandering en het nationale en internationale klimaatbeleid.

Deze ontwikkelingen, wel aangeduid als de wereld 4.0, zullen in vrijwel alle landen in de wereld ingrijpende maatschappelijke en economische effecten hebben. Nederland wordt extra geraakt, omdat we een open economie hebben en ons brood in belangrijke mate in het buitenland verdienen op de wereldmarkt waar de concurrentie steeds heftiger wordt.

Reacties

In steeds meer landen, waaronder Nederland, zien we al reacties op deze ‘revolutie” . Deze zullen het komende decennium zowel maatschappelijk als economisch de boel op zijn kop gaan zetten. De kern bestaat uit de volgende elementen:

1. In de politiek is er sprake een toenemende keuze voor nationaal beleid, dat zich uit in meer protectie, minder vrijhandel en meer staatsbemoeienis met de economie

2. Een ruime meerderheid van burgers is van mening dat de welvaart oneerlijk is verdeeld en vindt dat er een einde moet komen aan de scheve inkomens en vermogensverdeling waarbij rijken steeds rijker worden en armen armer;

3. We zien overal de bezwaren toenemen tegen machtige multinationals die met hun invloed het beleid van regeringen van landen kunnen ondermijnen, bijvoorbeeld op het terrein van belastingen en de arbeidsmarkt.

4. Steeds meer mensen maken zich zorgen hun over werk, inkomen en pensioenen; de toename van flexwerk wordt als boosdoener gezien, terwijl de meeste werkenden graag een vaste baan willen.

5. De weerstand tegen de tech- en internetmaatschappij waarbij slimme algoritmen ons leven en werken gaan bepalen en bedrijven met omstreden businessmodellen aan onze privacy geld verdienen, neemt sterk toe.

6. Veel mensen beseffen nog niet dat iedereen te maken krijgt met de gevolgen van klimaatverandering en de onstuitbare opmars van het nationale en internationale klimaatbeleid met ingrijpende effecten op ons leven en werken.

Politieke koerswijziging

In de politieke wereld zien we overal dat bestaande en nieuwe politiële partijen in hun programma’s rekening gaan houden met de wereld van 4.0. In Nederland is de VVD een opvallend voorbeeld. Deze partij ontdekt de oplopende inkomenskloof tussen de topmannen in ons bedrijfsleven en de doorsnee werknemer. De VVD-fractie geeft steun aan de aanpak van belastingontwijking door multinationals en Rutte III zet stappen op het terrein van een ambitieus klimaatbeleid.

Daarnaast zullen onze politieke partijen meer dan nu moeten leven met de werkelijkheid dat hun invloed op de Nederlandse economische ontwikkelingen in economie 4.0 minimaal is. Ook dat besef hoort thuis in hun programma’s.

Belastingoorlog

Bij de internationale concurrentiestrijd tussen landen en het protectiebeleid spelen belastingen een belangrijke rol. In 4.0 zal deze strijd, verder toenemen. Vooral de afgelopen twintig jaar zagen we al een wereldwijde race tussen landen om de laagste winstbelastingtarieven en andere fiscale faciliteiten om internationale bedrijven aan te trekken en grote bedrijven voor hun land te behouden. Van verschillende kanten is tegen deze race tot the bottom gewaarschuwd. Tot op heden hebben alle internationale pogingen tot niets geleid. Op de G20 die vrijdag is gestart wordt weer de zoveelste poging gedaan.

Andere belastingen

Uit recente OESO-rapportages blijkt dat een internationaal waterdicht belastingsysteem voor winsten (voorlopig) niet verwacht mag worden. Dat heeft mede te maken met de vaak tegengestelde (belasting)belangen van de meeste landen. In de praktijk zien we bijvoorbeeld dat de VS, China en Rusland een eigen koers varen. Daar komt nog bij dat door digitalisering en nieuwe technologie het voor belastingdiensten alleen maar moeilijker wordt om te bepalen waar de winst wordt gerealiseerd en welk land over een bepaald bedrag mag heffen.

Ondernemers die internationaal actief zijn, kunnen op een legale wijze vaak zelf bepalen waar ze winstbelasting betalen. De keuze valt dan veelal op het land met de laagste belastingdruk. In de meeste westerse industrielanden zijn met het oog op de toegenomen concurrentie de tarieven van de winstbelasting aanzienlijk verlaagd. Deze landen vinden bovendien de werkgelegenheid die bedrijven bieden en de daaraan gekoppelde opbrengsten, zoals de loonbelasting en sociale premies, belangrijker dan het bedrag aan winstbelasting.

De huidige belastingwetgeving dateert uit de periode van vóór de digitalisering en is ongeschikt voor de wereld van 4.0. Het is niet zinvol deze wetten te repareren. Ze moeten integraal vervangen worden door een 4.0 heffingssysteem. De kern daarvan zijn belastingen over de omzet van bedrijven, de uitstoot van CO2, grondstoffenverbruik, milieuvervuiling, consumptie en onroerend goed.

Opgave politiek Den Haag

Voor alle politieke partijen ligt er de opgave om in te spelen op de hierboven geschetste ontwikkelingen en de zorgen van kiezers. Voor onze toekomstige welvaart is cruciaal dat Nederland in de wereld van 4.0 hoog blijft staan op de wereldranglijst van landen met de beste vestigingsplaats voor ondernemingen. We staan nu op de vierde plaats en moeten die ten minste vasthouden.