1798791
Financieel

Column: Gemeente en referendum verdienen onze stem

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg.

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg.

Woensdag mogen we naar de stembus en twee keer stemmen: over de gemeenteraad en het raadgevend referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg.

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg.

Over deze wet die meer bevoegdheden geeft aan deze overheidsdiensten wordt verschillend gedacht. Zwart-wit gezegd zijn de tegenstanders van mening dat deze niet moet worden ingevoerd. Ze menen dat extra bevoegdheden leiden tot de aantasting van de privacy van burgers.

Voorstanders steunen het argument van het kabinet dat deze regeling nodig is voor een betere veiligheid in ons land. Ze hechten daaraan meer waarde dan aan een beetje privacy. Dat vinden wij ook. Bovendien loopt ons land achter op andere landen die deze maatregel, onder meer tegen terrorisme, al eerder hebben ingevoerd en daarmee aanslagen hebben voorkomen. Dit is een extra reden om deze wet te steunen.

Lage opkomst

In 2010 en 2014 lag de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen op bijna 54%. Gezien het toenemende belang van de gemeenten voor burgers en bedrijven zou dat hoger moeten zijn. Vooral de afgelopen jaren heeft politiek Den Haag op allerlei beleidsterreinen, zoals de zorg, inkomensvoorzieningen, woningbouw, milieu en de lokale economie, belangrijke taken aan gemeenten overgedragen. Blijkbaar beseffen veel kiezers nog niet dat de bestuurders van steden en dorpen belangrijker voor hun wel en wee kunnen zijn dan politiek Den Haag.

Hoewel de politieke partijen er alles aan doen om de opkomst te verhogen, wordt het niveau van de Tweede Kamerverkiezingen (75-80%) niet gehaald. Ook dit jaar zien we dat lokale politici landelijk bekende Haagse kopstukken naar hun gemeente halen om de verkiezingen te promoten. Dat brengt risico’s met zich mee.

Tijdens onze Haagse politieke carrière hebben we dat zelf ervaren. In het kader van de campagnes voor gemeenteraadsverkiezingen werden we opgetrommeld en liepen we mee in ‘optochten’ door steden en dorpen. Onze lokale partijgenoten kwamen er al snel achter dat dit niet het beste idee was. Bij de meeste kiezers was er geen blik van herkenning en als iemand ons aansprak over een lokaal vraagstuk dan werden we snel weggeduwd door de lokale lijstrekker die ongelukken wilde voorkomen. Dit zal nu niet anders zijn, maar op dit moment geldt dit zeker niet voor Mark Rutte.

Zeeheld Michiel de Ruyter

Wij verwachten dat de premier de komen dagen in Rotterdam zal verschijnen om de lokale VVD aan extra zetels te helpen. Sinds afgelopen donderdag is hij ook een beetje een held en dat spreekt veel burgers aan. Het internationaal bekende wereldconcern Unilever maakte toen bekend dat het hoofdkantoor in Nederland wordt gevestigd en niet in het Verenigd Koninkrijk. In zowel de nationale als internationale media stond Mark Rutte met lachende foto’s op de voorgrond en de teksten waren lovend. Mark werd die dag gevierd als de regeringsleider van een klein landje dat het grote en machtige VK een historische economische nederlaag toebracht. In het VK was de overwinning van Nederland ’breaking news’ en in de media werd duidelijk dat deze mokerslag hard is aangekomen. Rutte wordt nog niet vergeleken met onze zeeheld Michiel de Ruyter die in 1667 vlak bij Londen de Engels vloot tot zinken bracht, maar dat kan nog komen.

In Nederland en het VK wordt nu nog volop gespeculeerd over de keuze van Unilever voor Nederland. De top wil geen vijanden maken en zwijgt daar terecht over. Maar volgens de ‘schoolboekjes’ speelt bij een dergelijke keuze zekerheid een hoofdrol. Nederland heeft een ijzersterke economie en is lidstaat van het machtige wereldwijde EU-handelsblok. En het VK droomt ervan na de Brexit ook zo machtig te worden. Als je voor zekerheid gaat, ligt de keuze voor de hand.

‘Deskundigen’

In Nederland valt vooral op dat ‘deskundigen’ en tegenstanders van het kabinet Rutte III er alles aan doen om uit te leggen dat zo’n hoofdkantoor weinig voorstelt. Met deze opvatting kunnen ze misschien in ons land scoren, maar internationaal worden ze weggezet als mensen zonder kennis van zaken. Wereldwijd wordt door landen gevochten om internationale hoofdkantoren van bekende multinationals. Regeringen zijn bereid om eenmalig vele miljarden op tafel te leggen om ze naar hun land te lokken.

De praktijk heeft uitgewezen dat hoofdkantoren honkvast en een geweldige investering zijn, ook in geval de komst in eerste instantie in het eigen huis weinig extra banen oplevert. Alle regeringen weten dat deze kantoren de komende dertig jaar en nog langer een belangrijke bijdrage leveren aan de uitstraling en prestige van hun land en de economische concurrentie- en innovatiekracht verbeteren. Daarnaast scheppen ze extra werk bij het lokale midden- en kleinbedrijf en de zakelijke dienstverlening. Bovendien zijn beroemde hoofdkantoren een magneet voor andere internationale ondernemingen en talenten uit het buitenland. Voor de schatkist levert vooral deze ‘uitstraling’ de komende decennia extra belastingen op.

Steden zijn de toekomst

In de wereldeconomie is er sprake van een verschuiving van de economische machtsposities naar steden en regio’s waar dorpen en steden samenwerken. Landsgrenzen en nationale overheden worden op allerlei gebieden minder belangrijk. Steden en regio’s zijn ook in Nederland de toekomst. Het zijn de nieuwe broedplaatsen van economische groei, werk en innovaties.

Daarom is het verontrustend dat steeds minder mensen zich beschikbaar willen stellen om politiek actief te worden in de gemeenteraad. Het is een deeltijdfunctie die steeds meer tijd kost en waarbij de vergoeding laag is. Juist vanwege het toenemend belang van de lokale democratie, dichtbij de burger, maar ook omdat steden de toekomst zijn, ligt er een uitdaging voor Rutte III om met gemeenten rond de tafel te gaan zitten. Daarbij gaat het om oplossingen die niet alleen bijdragen aan meer animo bij mensen om lokaal politiek actief te worden, maar ook om een vernieuwing van de financiële en economische relatie tussen gemeenten en het Rijk. Die is hard nodig om meer recht te doen aan het takenpakket van het lokale bestuur en om onze economie te moderniseren.