Nieuws/Financieel
1838453
Financieel

Column: De eerste van Powell

Fed-voorzitter Jerome Powell

Fed-voorzitter Jerome Powell

Zoals verwacht maakte de Federal Reserve vorige week bij monde van de nieuwe voorzitter Jerome Powell bekend dat de bandbreedte waarbinnen de beleidsrente in de Verenigde Staten mag fluctueren, wordt verhoogd met 0,25 procentpunt naar 1,50 tot 1,75 procent.

Fed-voorzitter Jerome Powell

Fed-voorzitter Jerome Powell

Beleggers waren met name gespitst op de economische verwachtingen van de centrale bank en de daarbij volgens hun passende beleidsrente. Bij de vorige bijeenkomst in december ging de Federal Reserve nog uit van een economische groei van 2,5 procent voor het jaar 2018, 2,1 procent in 2019 en 2 procent in 2020. Men verwachtte toen dat de werkloosheid naar 3,9 procent zou dalen om vervolgens weer op te lopen naar 4 procent. Maar dat was nog voor de ingrijpende belastingplannen van Trump werden aangenomen.

Het is daarom logisch dat de toen genoemde cijfers zijn herzien. De groeiverwachting voor dit jaar is met 0,2 procentpunt verhoogd naar 2,7 procent en de arbeidsmarkt wordt met een werkloosheidspercentage van 3,6 procent (nog) krapper. Dat is het laagste percentage sinds de jaren zestig en 1 procent onder het percentage dat de FED zelf ziet als ‘natuurlijke’ werkloosheid.

Powell impliceerde tijdens zijn hoorzitting in het Congres afgelopen maand al dat de belastingplannen consequenties voor het monetaire beleid hebben. Het verbaasde een aantal analisten dan ook dat uit de ‘dotplot’ van de leden van de Fed blijkt dat het vooralsnog bij de eerder al geprojecteerde drie renteverhogingen in 2018 blijft.

Wat zijn de gevolgen?

Economen zijn van mening dat de renteverhoging van vorige week de flink groeiende Amerikaanse economie nauwelijks zal raken, zeker met de recent ingevoerde belastingverlaging in het achterhoofd. Ook de goedkope dollar doet een duit in het zakje door de exportpositie van de Amerikaanse bedrijven te verbeteren. De Federal Reserve zit in een luxe positie. De werkloosheid staat op een laag punt en de inflatie lijkt met een verwachte 1,9 procent (nog) onder controle.

Afvlakking van de rentecurve

De renteverhoging vestigt vooral de aandacht op twee ontwikkelingen. Ten eerste maken beleggers zich steeds meer zorgen over de afvlakking van de yieldcurve. Het verschil tussen de korte rente (2-jaars staatslening) en de lange rente (10-jaars staatslening) neemt al enige tijd af. Nu geldt op de beurs de vuistregel dat een inverse rentecurve de voorbode vormt voor een recessie. Alle recessies sinds de Tweede Wereldoorlog werden voorafgegaan door een inverse yieldcurve.

Daar valt overigens wel het een en ander op af te dingen. In de eerste plaats leidden lang niet alle inverse curves tot een recessie. Soms groeide de economie gewoon verder. In de tweede plaats wordt nu de curve wel vlakker, maar is hij nog niet invers. Bovendien blijkt uit onderzoek dat weliswaar alle recessies werden voorafgegaan door een inverse rentecurve, maar wel met een gemiddelde timelag van 18 maanden. Beleggers krijgen dus de tijd om te reageren op het moment dat de rentecurve daadwerkelijk draait.

Renteverhoging slecht voor aandelen?

Daarnaast lijkt het in de hoofden van beleggers te zijn gebeiteld dat een renteverhoging slecht zou zijn voor de beurs, terwijl een verlaging goed zou zijn. Bij nader onderzoek blijkt niets minder waar. De laatste keer dat de Federal Reserve de rente stelselmatig verhoogde om de toenmalige hoogconjunctuur het hoofd te bieden was in de periode van 2004 tot 2006. Tussen de beide zomers van deze jaren verhoogde de Fed de rente van 1,00 naar 5,25 procent, een behoorlijke stijging in twee jaar tijd! De S&P 500-index rendeerde in deze periode ruim 10 procent. Van koersdalingen als gevolg van de gestegen rente was geen sprake.

Tussen 2007 en 2008 verlaagde de Fed de rente van 5,25 naar 0,25 procent. En de beurs? Die daalde in precies deze periode met ruim 39 procent. Sinds de Fed de rente weer begon te verhogen vanaf december 2015 is de beurs met ruim 35 procent gestegen.

Nog geen zorgen?

De verklaring hiervoor is simpel. Wanneer het economisch goed gaat, zal de centrale bank oververhitting trachten te voorkomen door op de rem te trappen en de rente te verhogen. Dat de aandelenkoersen dan oplopen, is eveneens niet raar.

Wanneer de economie in een recessie raakt, zal de centrale bank de economie juist proberen te stimuleren door de rente te verlagen. Natuurlijk werken renteveranderingen met vertraging door. Maar wel beschouwd hoeven we ons over de huidige renteverhoging nog niet erg druk te maken, net zo min als over de afvlakkende yieldcurve. Er komt uiteraard een moment waarop dat verandert. De huidige ontwikkelingen duiden eerder op een normalisatie van de marktomstandigheden.

Er lijkt in de toekomst wel een mogelijke clash tussen de Fed en de Amerikaanse regering aan te komen. De regering tracht de groei op te jagen middels het opvoeren van de overheidsuitgaven en het verlagen van de belastingen, terwijl de Fed dat tracht af te remmen middels een verdergaande serie renteverhogingen. Misschien dat de markten zich daar drukker over maken?