1855828
Financieel

Optiebeurs viert 40-jarig bestaan

Amsterdam - Veertig jaar geleden, op 4 april 1978, begon in Amsterdam de optiehandel in de Beurs van Berlage. In 2002 werd de vloerhandel met druk gebarende en schreeuwende handelaren vervangen door schermenhandel. Ondanks de komst van concurrerende producten, zijn opties nog altijd populair onder Nederlandse particuliere beleggers.

Vijf jaar nadat in Chicago de eerste optiebeurs ter wereld werd opgericht, kwam deze er in Amsterdam op initiatief van oud-minister van Verkeer en Waterstaat Tjerk Westerterp. De optiemannen van het eerste uur Ulf Doornbos (directeur) en Sem van Berkel (handelaar) herinneren zich dat de eerste maanden zeer moeizaam verliepen. „De omzetten waren minimaal, vooral omdat de banken niet meewerkten. Het was voor ons echt een avontuur en veel handelaren vertrokken weer snel. Maar wij geloofden erin”, zegt Van Berkel.

Matige timing

De timing was ongelukkig. De oliecrisis in 1979 zorgde voor een wereldwijde recessie. Ook daarom was het bestaansrecht de eerste jaren in het geding en was het sappelen voor de handelaren, herinnert Doornbos zich. „Westerterp ging geregeld met de pet naar de effectenbeurs om geld los te peuteren voor salarissen. Zelf wilde ik ook graag naar de VS om te kijken hoe het daar werkte. Toen Westerterp na enkele weken naar mij toe kwam met een zak geld, dacht ik eerst dat het mijn ontslagvergoeding was. Maar ik kon het gebruiken om een maand op de optiebeurs in Chicago en op Wall Street te verblijven. Ik heb daar heel veel geleerd.”

Toch kijken beiden met veel genoegen naar de begintijd terug. „Het was chaotisch en wij konden fantastische spreads opzetten. Beleggers betaalden dus een veel hogere prijs voor een optie dan dat zij er bij verkoop voor terugkregen”, aldus Van Berkel.

Johan Cruijff

Doornbos ziet 1983 als het jaar van de omslag, wat mede te danken was aan de oplevende economie. „Bovendien trokken we dag in dag uit het land in om presentaties over opties te geven.” Stan Westerterp wijst op de belangrijke rol die zijn vader Tjerk speelde. „Mijn vader was een graag geziene gast in allerlei praatprogramma’s. Het was een slimme zet om Roda JC te sponsoren, en Johan Cruijff dar als adviseur te benoemen. Ook ging geld naar springpaarden om de bekendheid van opties te vergroten.”

Met schreeuwen, handgebaren en het uitwisselen van papiertjes kwamen de prijzen in de eerste jaren van de optiebeurs tot stand. Wiskundige modellen werden niet gebruikt. Van Berkel: „De optieprijzen konden daardoor stevig afwijken van hun theoretische waarden. Wij huurden op een gegeven moment een accountant in, die op basis van de zogenoemde Black-Scholes enkele maanden aan de slag ging. Vervolgens hebben we alle opties opgekocht die veel te laag geprijsd waren.”

Slapen in beursgebouw

Het jaar 1987 was ongetwijfeld het meest memorabele voor de optiebeurs. Dat kwam enerzijds door de introductie van opties op de EOE-index (de voorloper van de AEX) en de verhuizing naar een groter eigen pand aan het Rokin. Anderzijds was daar de krach die in oktober van dat jaar plaatsvond. Doornbos herinnert die zich nog als de dag van gisteren. „Her en der was sprake van paniek. Handelaren wisten aan het einde van de dag niet hoe deze voor hen verlopen was. Om alles nog een beetje in goede banen te leiden, sliepen wij een paar dagen in het beursgebouw.”

Aanvankelijk waren handelaren van diverse pluimage. Van Berkel: „Zo was iemand marktkoopman geweest en een ander internist. Zeker met de komst van grote partijen als IMC en Optiver eind jaren 80 kwamen er steeds meer econometristen.”

Beste open outcry

Eind 2002 ging de vloerhandel over op schermenhandel. Als het aan Westerterp had geleden was dit veel eerder gebeurd. „Achter onze rug om voerde hij al in 1989 gesprekken om dit tot stand te brengen” stelt Van Berkel. „Wij kwamen hiertegen in opstand en wisten de overstap vele jaren tegen te houden. Open outcry is het beste ter wereld, vooral omdat tegenpartijen herkenbaar zijn. Met schermenhandel is het daarentegen niet altijd duidelijk wat anderen doen.”

Vooral door de komst van concurrerende producten zoals turbo’s is de handel in opties de afgelopen jaren teruggelopen. Toch belegde vorig jaar nog altijd 20% van Bincks klanten in opties. Bij broker DeGiro was dat 10%. Daarentegen lag dit percentage bij ING op een schamele 1%.

Opmerkelijk is dat het aantal transacties in opties dat in aandelen bij Binck oversteeg. Veruit het meest populair bij particulieren zijn opties op de AEX. Bijna de helft van alle optietransacties vond in de index plaats. Shell, ASML en ArcelorMittal volgen op grote afstand.

Uitleg: hoe beleg je in opties?

Een optie is het recht om een hoeveelheid effecten, zoals aandelen, binnen een bepaalde periode tegen een vooraf afgesproken prijs te kopen (calloptie) of te verkopen (putoptie).

De aan de beurs verhandelde opties slaan meestal op 100 aandelen of 100 maal een index.

Het kopen van callopties is bij particuliere beleggers het meest populair. Als de koers van de onderliggende waarde -zoals een aandeel- oploopt, stijgt de prijs van een optie procentueel gezien veelal sterker. Dit komt omdat een optie een bescheiden investering vergt ten opzichte van de waarde van de aandelen. Daar staat wel tegenover dat indien de gewenste koersstijging van het aandeel uitblijft, met callopties verlies wordt geleden. Geregeld is de optiebezitter zelfs de hele inleg kwijt.

Een derde van de klanten van Binck gebruikt opties met name om risico’s af te dekken. Dat kan bijvoorbeeld via het kopen van putopties op de AEX. Deze worden meer waard als de koersen van hun aandelen dalen. Een alternatief is het schrijven ofwel verkopen van callopties zonder deze eerder in bezit te hebben gehad. De ontvangen premie compenseert geheel of gedeeltelijk de eventuele daling van de aandelenkoers.

De optiepremie bestaat uit de verwachtingswaarde en - soms - de intrinsieke waarde (bij een calloptie de onderliggende aandelenkoers minus de uitoefenprijs). Bij de verwachtingswaarde is de resterende looptijd van groot belang. Hoe langer de looptijd, hoe groter de kans dat de onderliggende waarde de juiste richting kiest. Ook de beweeglijkheid van de onderliggende waarde is van invloed op de optiepremie. Als de aandelenkoers sterk schommelt, is de kans groter dat de optie intrinsieke waarde krijgt