Nieuws/Financieel
1861047288
Financieel

Column: ’knetterlinkse’ partijen nemen groot risico

De kans dat PvdA-leider Lilianne Ploumen en GroenLinks-lijsttrekker Jesse Klaver samen aan een nieuw kabinet kunnen deelnemen, lijkt klein.

De kans dat PvdA-leider Lilianne Ploumen en GroenLinks-lijsttrekker Jesse Klaver samen aan een nieuw kabinet kunnen deelnemen, lijkt klein.

De Nederlandse overheid geeft jaarlijks vele tientallen miljarden uit aan de collectieve sector, ook wel aangeduid als de publieke sector. Het gaat daarbij om geld uit de schatkist dat wordt besteed aan onze zorg, sociale zekerheid, onderwijs, veiligheid, gemeenten, defensie enz.

De kans dat PvdA-leider Lilianne Ploumen en GroenLinks-lijsttrekker Jesse Klaver samen aan een nieuw kabinet kunnen deelnemen, lijkt klein.

De kans dat PvdA-leider Lilianne Ploumen en GroenLinks-lijsttrekker Jesse Klaver samen aan een nieuw kabinet kunnen deelnemen, lijkt klein.

Vergelijken we deze sector met andere EU-landen dan valt op dat Nederland een grote collectieve sector heeft waarvan de middelen vooral worden besteed aan zorguitgaven en sociale zekerheid. In andere landen liggen deze uitgaven aanzienlijk lager en geeft de overheid veel meer uit aan een sterkere economie via het stimuleren van bedrijfsinvesteringen. Als gevolg van de hoge sociale uitgaven zit Nederland tevens in de Europese kopgroep van landen met een hoge collectieve lastendruk (de optelsom van belasting en premies die bedrijven en burgers betalen). Mede door de vergrijzing in ons land loopt deze druk steeds verder op en wordt straks onbetaalbaar.

Bedrijfsinvesteringen

Bij de aanpak van de coronacrisis en het herstel van de economie kiezen veel Europese landen voor het aanjagen van bedrijfsinvesteringen. Zo heeft de Britse regering deze week een fiscale superkorting voor bedrijfsinvesteringen gelanceerd die het Verenigd Koninkrijk uit de crisis moet halen.

Wij lopen daardoor het risico dat onze bedrijven en investeerders gaan kiezen voor de veel lagere belastingdruk van het Verenigd Koninkrijk. Ook andere Europese landen lokken nu al met succes Nederlandse bedrijven door ze fiscale voordelen en andere faciliteiten te bieden. Door het fiscale actieplan van het Verenigd Koninkrijk zal deze strijd om belangrijke bedrijven waarschijnlijk toenemen.

Nieuw kabinet

Het economische herstelbeleid van andere Europese landen zal zeker gevolgen hebben voor het kabinetsbeleid van de nieuwe coalitie. Afgelopen maandag publiceerde het Centraal Planbureau (CPB) een economische analyse van de verkiezingsprogramma’s waarbij de economische effecten en budgettaire keuzes in kaart worden gebracht. Bij deze zogenoemde doorrekening, gaat de politieke aandacht vooral uit naar de programma’s van de linkse partijen, PvdA, GroenLinks en SP. Deze partijen willen graag als links blok met tenminste twee partijen deelnemen aan een nieuw kabinet, maar dan wel in een coalitie die een fundamenteel ander beleid gaat voeren dan Rutte III. De kern van dit linkse beleid is een grotere overheid, minder ongelijkheid, extra lasten op bedrijven en op hogere inkomens en vermogens.

Gezien de peilingen is de kans groot dat de onderhandelingen over een nieuwe coalitie geleid zullen worden door de lijsttrekker van de VVD, de huidige minister-president Mark Rutte. Mede op basis van de doorrekening verkennen wij in deze column de kans op een links kabinet waaraan een linksblok deelneemt.

Enorme verschillen

Tussen de huidige grootste regeringspartijen VVD, CDA en D66 en aan de andere kant links zijn er fundamentele verschillen over het toekomstige financieel economische en sociale beleid. Zo kiest links voor een sterke groei van de sociale overheidsuitgaven en tevens voor banengroei in de publieke sector. Deze moet in hoofdzaak gefinancierd worden door een gigantische lastenverzwaring voor het bedrijfsleven.

Volgens links moeten de collectieve uitgaven in de periode 2022-2025 (ten opzichte van 2021) fors verhoogd worden. De belangrijkste uitgaven hebben betrekking op sociale zekerheid, zorg en onderwijs. De SP besteedt aan sociale zekerheid een bedrag van €15 miljard, GroenLinks €11 miljard en de PvdA €9,5 miljard. Bij de zorg is de SP de kampioen met ruim €22 miljard, gevolgd door de PvdA met €14 miljard en GroenLinks met 12 miljard. Bij het onderwijs geeft GroenLinks bijna €10 miljard uit, de PvdA €9 miljard en de SP ruim €5 miljard.

Vergelijken we deze linkse uitgaven met die van de verkiezingsprogramma’s van de huidige grootste regeringsfracties, dan zien we dat deze veel minder uitgeven. Zo stelt D66 zelfs een bezuiniging op de sociale zekerheid voor van ruim €4 miljard en liggen de extra uitgaven voor de zorg bij voornoemde fracties rond de €8 tot 9 miljard. Gezien de enorme verschillen, zal een links blok op dit terrein alleen tot een akkoord kunnen komen als ze hun eigen voorstellen vrijwel geheel inslikken.

Door zo zwaar in te zetten op een ’knetterlinks’ beleid (deze term is een geuzennaam bij Groenlinks) lopen de linkse onderhandelaars een groot risico dat ze bij de onderhandelingen over een coalitieakkoord heel snel buitenspel staan.

Schrikbarende lastenverzwaring

Het meest opvallende verschil tussen het linkse beleid en dat van Rutte III is de gigantische linkse lastenverzwaring (extra belastingen en sociale premies) voor het bedrijfsleven. Terwijl vele bedrijven door de coronacrisis dreigen om te vallen, stelt de PvdA een ongekende verzwaring voor van bijna €42 miljard, de SP €24 miljard en Groenlinks bijna €13 miljard.

Vooral de PvdA en de SP slaan hier volledig door en negeren de desastreuze gevolgen, ook voor onze internationale handel. Dit is een essentiële inkomstenbron voor onze schatkist. Bovendien levert onze export circa 2,3 miljoen voltijdsbanen op, vooral in het bedrijfsleven. Deze veelal internationale bedrijven kunnen in het huidige internettijdperk relatief snel verhuizen naar andere EU-landen met veel lagere lasten. Recente cijfers laten nu al zien dat bedrijven en investeerders minder voor Nederland kiezen.

Ook extra lasten burgers

De linkse lastenverzwaring zal alle huishoudens raken; ze leidt tot prijsstijgingen. Naast deze negatieve gevolgen valt ook op dat links kiest voor een grotere overheid en banen bij (semi)overheidsinstellingen. Gezien de brede kritiek op de prestaties van deze instellingen, bijvoorbeeld in de zorg, bij de Belastingdienst en bij de werkgelegenheidsprojecten, moeten bij deze linkse keuze vragen worden gesteld.

Deze leidt bovendien tot een verdringing van banen bij het bedrijfsleven. Minder werkgelegenheid bij bedrijven gaat ten koste van innovaties en economische vernieuwingen. In andere Europese landen zien we weliswaar ook een trend naar een grotere rol van de overheid, maar daar ligt de nadruk wel op hogere collectieve uitgaven die de economie versterken. Zo is daar sprake van publiek-private samenwerking waarbij gekozen wordt voor rendabele investeringen, bijvoorbeeld in de fysieke en digitale infrastructuur, in nieuwe technologieën en innovatieve klimaatinvesteringen.

Een nieuw kabinet zou ook deze keuze moeten maken. De kans dat twee linkse partijen daarvan deel zullen uitmaken, achten wij minder dan klein.

Willem Vermeend is internetondernemer en deeltijd hoogleraar economie aan de Open Universiteit. Hij was staatssecretaris en minister. Rick van der Ploeg is econoom en oud-staatssecretaris, momenteel hoogleraar aan de Universiteit van Oxford en de VU.

Reageren? Mail naar vragen@dft.nl.