Financieel/Nieuws

Nieuw beleid voor de arbeidsmarkt is nodig

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

TLG

Vakbonden en linkse politieke partijen overdrijven de afname van vaste arbeidscontracten. Met bureaucratische en inefficiënte maatregelen, zoals het afremmen van flexwerk en het terugdringen van zzp-ers proberen ze greep te houden op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

TLG

Vooroordelen

Tien jaar geleden telde ons land 6,8 miljoen mensen die in loondienst werkzaam waren. Ruim 80% had een vast arbeidscontract en 20% een flexcontract. Daarnaast waren er 700.000 werkenden die in fiscale zin een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenden, zonder personeel. Nederland had toen een goed werkbaar stelsel dat nooit de voorpagina’s haalde. Op dit moment werken er in ons land 7 miljoen mensen in loondienst. Bijna 75% heeft een vast contract en 25% is flexwerker. Daarnaast zijn er ongeveer 1 miljoen mensen werkzaam als zzp’er. Volgens de vakbonden en vooral de linkse politieke partijen zouden deze cijfers duidelijk maken dat er de afgelopen tien jaar sprake is geweest van een rampzalige ontwikkeling op de arbeidsmarkt die afgeremd moet worden. Ze willen meer vaste arbeidscontracten, flexwerk terugdringen en de groei van zzp’ers tegengaan. Deze groep zou vaste arbeidscontracten in de weg zitten en te weinig bijdragen aan de financiering van onze sociale zekerheid. Wie zonder vooroordelen naar deze cijfers kijkt en bovendien de achtergrond kent, vraagt zich af of hier wel sprake is van een rampzalige ontwikkeling.

Meer werk

De afgelopen tien jaar is het aantal werkenden toegenomen van 7,5 miljoen tot 8 miljoen. Aangezien werk voor veel mensen zeer belangrijk is, gaat het hier om een positieve ontwikkeling. Vakbonden en links hoor je daar niet over, ze ageren tegen de toename van flexcontracten en zzp’ers en vragen zich daarbij niet af hoe dat komt en of je deze ontwikkeling wel kan tegenhouden. De belangrijkste oorzaak van deze toename is globalisering. Daardoor worden werkgevers geconfronteerd met extra concurrentie en pieken en dalen in hun omzet. Daarnaast krijgen alle landen, dus ook Nederland, te maken met een verdere opmars van digitalisering, automatisering, slimme software en robots. Door deze technologische revolutie zal onze arbeidsmarkt ingrijpend veranderen. Zo worden er wereldwijd veel bestaande functies weggeautomatiseerd. Voor Nederland gaat het om 10%-30% van het totaal aantal banen. In verschillende studies wordt aangenomen dat nieuwe banen bij snelgroeiende bedrijven in vooral de technologiesector dit verlies zullen compenseren. Inmiddels wordt aan deze aanname getwijfeld en gaan veel landen uit van een oplopende werkloosheid, omdat mensen die hun baan verliezen veelal niet zijn opgeleid om deze nieuwe (tech) functies te kunnen vervullen. Ook in Nederland is dit een probleem. Daar komt nog bij dat onze economische groei lager zal uitvallen door het inperken van vrijhandel. Als handelsland verliezen we daardoor banen. Op de nieuwe arbeidsmarkt krijgen werknemers en ondernemers bovendien te maken met de noodzaak om kennis en vaardigheden voortdurend te vernieuwen. Ook de arbeidscarrières gaan veranderen. Jongeren die nu voor het eerst aan het werk gaan, krijgen tot hun pensioenleeftijd te maken met gemiddeld acht verschillende werkkringen. Ook zal het aantal jongeren dat als ondernemer aan de slag gaat sterk toenemen.

Overleven

Steeds meer ondernemingen kunnen op de nieuwe arbeidsmarkt alleen overleven als ze vast personeel vervangen door een flexibele schil van flexwerkers en zzp’ers. Door deze vervanging wordt werkgelegenheid behouden. Zonder deze ‘uitruil’ gaat er in Nederland veel werk verloren, ook vaste banen. Een andere reden dat “vast “ af- en “flex” toeneemt, houdt verband met onze regelgeving voor vaste arbeidscontracten en starre cao’s. Ten opzichte van andere landen zijn Nederlandse contracten inflexibel en erg duur. Vooral ondernemers in het midden- en kleinbedrijf proberen vaste contracten zoveel mogelijk te voorkomen vanwege de torenhoge werkgeverslasten (veelal 30% van het brutoloon) en de lange doorbetaling bij ziekte (meer dan 2 jaar). De strenge ontslagbescherming en inflexibiliteit bij deze contracten spelen ook een rol. De beste methode om vaste arbeidscontracten te bevorderen en flexwerk af te remmen is een verlaging van de werkgeverslasten en een beperking van de doorbetaling bij ziekte. Daarnaast moeten deze contracten flexibeler worden, waarbij individueel maatwerk tussen werkgevers en werknemers mogelijk wordt, bijvoorbeeld bij pieken en dalen in de omzet.

Bij de opstelling van de bonden speelt een belangrijke rol dat ze kampen met een afkalvend en vergrijzend ledenbestand dat veelal een vast arbeidscontract heeft. Bovendien vrezen ze dat ze op de nieuwe arbeidsmarkt een marginale rol zullen spelen. Op dit moment voeren ze net als linkse politieke partijen een achterhoedegevecht en ook nog eens met inefficiënte wapens. De afgelopen week zagen we daarvan een pijnlijk voorbeeld. Een ruime Kamermeerderheid concludeerde dat het banenbeleid van Minister Lodewijk Asscher van SZW is mislukt. Na de verkiezingen gaan zijn paradepaardje de Wet werk en zekerheid (Wwz) en de fiscale modelcontracten van Staatssecretaris Wiebes (de wet DBA) terecht de prullenbak in.

Een sociale arbeidsmarkt

Wie een sociale arbeidsmarkt wil, moet eerst een goed beeld hebben van de nieuwe arbeidsmarkt en er voor zorgen dat die zich sociaal zal ontwikkelen. Overheid, werkgevers en vakbonden spelen daarbij een gezamenlijke hoofdrol. Het nieuwe kabinet moet beginnen met een verlaging van werkgeverslasten en een beperking van de doorbetaling bij ziekte. Ook de pensioenleeftijd moet opnieuw worden bezien. Daarnaast moeten werkgevers en werknemers cao’s gaan sluiten waarbij flexibiliteit op de voorgrond staat. Voor de nieuwe arbeidsmarkt is ten minste €2 miljard extra nodig voor investeringen in R&D, onderwijs en om- en bijscholing. Werkgevers die voor flexcontract kiezen, worden verplicht om flexwerkers dezelfde scholingsmogelijkheden te bieden als vaste werknemers.

Zzp’ers spelen in onze economie een waardevolle rol. Maatregelen om de groei van deze groep ondernemers af te remmen zijn onwenselijk. Verkapte loondienstbetrekkingen kunnen simpel en effectief worden bestreden door wettelijk te bepalen dat bij schijnconstructies de (achterstallige) loonbelasting en eventuele boetes door de fiscus worden geïnd bij de ‘schijn’ zzp’er en niet bij de werkgever die de werkzaamheden laat uitvoeren. Daarnaast worden zzp-er’s verplicht om een basisverzekering tegen arbeidsongeschiktheid af te sluiten en op hun BTW-facturen moeten ze een uurloon aangeven dat niet lager mag zijn dan het minimum uurloon dat voor werknemers geldt.