Nieuws/Financieel

Vermogen pensioenfondsen bedreigd

Opvolger vut leidt tot geruzie

Museumpleindemonstratie in 2004 tegen afschaffing van vut en prepensioen, met CNV’er Terpstra (l) en FNV’er De Waal.

Museumpleindemonstratie in 2004 tegen afschaffing van vut en prepensioen, met CNV’er Terpstra (l) en FNV’er De Waal.

Foto ANP

Amsterdam - Pensioenfondsen en De Nederlandsche Bank ruziën over de financiering van de overgangsregeling voor vut. De toezichthouder eist hogere premies voor deze regeling omdat fondsen anders interen op hun pensioenvermogen. De eisen kunnen grote financiële consequenties hebben.

Museumpleindemonstratie in 2004 tegen afschaffing van vut en prepensioen, met CNV’er Terpstra (l) en FNV’er De Waal.

Museumpleindemonstratie in 2004 tegen afschaffing van vut en prepensioen, met CNV’er Terpstra (l) en FNV’er De Waal.

Foto ANP

De kans is groot dat DNB voor de rechter wordt gedaagd. In een brief aan de pensioenfondsen schrijft de Pensioenfederatie: „Als er fondsen zijn die naar de rechter zouden willen stappen, kan het helpen als alle fondsen dat met hetzelfde verhaal doen.” De brancheorganisatie gaat de reacties verzamelen en biedt ondersteuning aan bij een gang naar de rechter.

Het gaat om de zogeheten VPL-regeling, de compensatie voor de afschaffing van vut en prepensioen. Vanaf 2006 mochten werkgevers voor alle werknemers die toen in dienst waren een extra pensioenaanspraak opbouwen. De invulling ervan verschilt per cao. Voor 69 bedrijven en sectoren wordt deze regeling uitgevoerd door het pensioenfonds.

Verbolgen

De opbouw van deze VPL-regeling valt niet onder het toezicht van DNB. Maar zodra vanuit dit spaarpotje pensioen wordt ingekocht, kijkt de waakhond wel mee of dat kostendekkend gebeurt. In een net gepubliceerde communicatie voor alle pensioenfondsen wijst DNB hierop.

„Mocht in de toekomst de door het pensioenfonds gevormde bestemmingsreserve onvoldoende zijn, dan blijft de werkgever verantwoordelijk voor dit tekort en eventuele bijstortingen.”

De Pensioenfederatie is zeer verbolgen. „Wij hebben hierover al discussie al gehad met DNB”, zegt plaatsvervangend directeur Edith Maat. „DNB blijft bij hun interpretatie van de consequenties van de aanpassing van het besluit. Het is nu óf er samen uitkomen óf de rechter laten beslissen. Dat is aan elk fonds om dat te beslissen.”

Veel strenger

Volgens Maat is DNB plotseling, vlak voor einde van de looptijd van deze regeling, veel strenger geworden. Sommige pensioenfondsen hanteren voor hun reguliere pensioen een premie die niet kostendekkend is. Dat is volgens de wet toegestaan. De Pensioenfederatie meent dat die systematiek ook geldt voor de VPL-premie.

Nu de rente zo ongekend laag is, staat de financiële situatie van veel pensioenfondsen zwaar onder druk. Dat geldt ook voor de spaarpotjes voor die speciale VPL-regeling. Als de premies daarvan kostendekkend moeten zijn, betekent dat voor veel fondsen een veel hogere premie.

„Als een pensioenfonds werkte met een gedempte kostendekkende premie en nu ineens op basis van de actuele marktrente moet inkopen, dan stelt dit sociale partners in veel gevallen voor onverwachte problemen”, aldus de Pensioenfederatie. „Er zal of extra premieruimte gevonden en afgesproken moeten worden, of de VPL-aanspraken moeten worden verlaagd.”

Financieel probleem

Volgens cao-onderhandelaar Jorrick de Bruin van CNV Overheid heeft dit ’enorme financiële consequenties’. „De pensioenpremie stijgt ook al en dat drukt op de loonruimte.”

DNB ontkent zelf dat er sprake is van nieuw beleid: „DNB gaat niet verder dan de regelgeving”, zegt een woordvoerder van de toezichthouder. „DNB is al sinds 2005 van oordeel dat bij de inkoop van VPL-aanspraken door een pensioenfonds, geen pensioenvermogen mag worden gebruikt.”

Navraag bij de vier grootste pensioenfondsen leert dat de PMT en PME, pensioenfondsen in de metaal, naar eigen zeggen nu al kostendekkende VPL-premies vragen. Bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn is er wel een probleem dat het fonds zelf schat op €250 miljoen.

Zwijgen

Ambtenarenfonds ABP doet er het zwijgen toe. „Wij voeren een gesprek met DNB omdat met betrekking tot de regelgeving op verschillende punten niet helder is hoe deze precies uitgelegd moeten worden. Ik kan daarom niet meer informatie verstrekken”, aldus de woordvoerder.

De gewone pensioenpremie van ABP is bij lange na niet kostendekkend. De premiedekkingsgraad was in 2016 72%, waarbij 100% precies kostendekkend zou zijn. ABP wil niet zeggen hoe kostendekkend de VPL-premie is. „Voor de VPL wordt beleid gehanteerd waar een gedempte kostendekkende premie onderdeel van uitmaakt”, is het enige dat de woordvoerder erover kwijt wil.

„De vut-overgangsregeling bij pensioenfonds ABP stevent af op een miljardentekort”, concludeert Petra van Straten, lijsttrekker van de Lijst voor Onafhankelijk Pensioentoezicht (LvOP). Dit is de enige niet-vakbondsfractie in het Verantwoordingsorgaan van ABP. De LvOP heeft het ABP-bestuur de afgelopen tijd bestookt met vragen over dit financiële tekort maar wordt steeds met een kluitje in het riet gestuurd.

’Onaanvaardbaar’

„Voor ons staat als een paal boven water dat deze hoge rekening niet eenzijdig bij de huidige werkenden mag worden neergelegd”, aldus Van Straten. „Al jaren wordt bijna 3% van het salaris aan VPL-premie betaald. Van de ruim 1 miljoen deelnemers heeft slechts de helft kans om hier ooit iets van terug te zien. Dat is onaanvaardbaar.”

Het is onduidelijk wat het effect op de loonruimte voor de overheid is. Volgens het ministerie van Financiën is het ’nog te vroeg’ om te zeggen hoe groot de tegenvaller voor het kabinet is. Ook FNV-onderhandelaar Bert de Haas waagt zich nog niet aan schattingen: „Maar dit zal zeker een premie-opdrijvend effect hebben en dat zal impact hebben op de discussie over de lonen.”