1935600
Financieel

Zeperd in omkopingszaak rond bouwer Ballast Nedam

OM mag accountants KPMG niet vervolgen

Een zeperd voor Justitie: Drie voormalige top-accountants van KPMG mogen niet langer vervolgd worden door het Openbaar Ministerie (OM) wegens hun vermeende betrokkenheid bij het omkopingsschandaal bij bouwbedrijf Ballast Nedam.

Dit heeft de rechtbank Midden-Nederland donderdagochtend bepaald. Volgens de rechtbank worden de accountants willekeurig, onredelijk en onbehoorlijk hard aangepakt. Bovendien vonden de verwijtbare handelingen 12 tot 17 jaar geleden plaats.

Het OM trof al jaren geleden een schikking met Ballast Nedam. Kort daarna werden de strafzaken tegen een aantal Ballast-topmannen die betrokken waren bij de vermeende omkopingen geseponeerd. Het valt volgens de rechtbank niet te begrijpen dat zij niet vervolgd werden, maar de accountants die de jaarrekening hebben goedgekeurd wel. De rechtbank vindt dat deze handelwijze niet getuigt van een ’redelijke belangenafweging’.

Omgekocht

De rechtbank Midden-Nederland verklaart het OM daarom niet-ontvankelijk in de zaak tegen de drie accountants. Dat betekent dat zij niet strafrechtelijk vervolgd mogen worden. Volgens het OM heeft Ballast Nedam in het verleden buitenlandse ambtenaren in Saoedi-Arabië en Suriname omgekocht om zo grote projecten binnen te slepen. De betalingen zouden door Ballast Nedam zijn verhuld in de administratie en de KPMG-accountants zouden daarbij hebben geholpen.

Het OM had in eerste instantie aan de accountants een schikkingsvoorstel gedaan. Het OM heeft de indruk gewekt dat ze de zaak met een transactie wilde afdoen. Enkele dagen na betaling van het transactiebedrag hoorden de verdachten dat er geen toestemming was voor een schikking. De reden hiervan werd pas veel later aan de accountants toegelicht. De rechtbank vindt dat het OM onbehoorlijk heeft gehandeld gelet op de gang van zaken tijdens dit schikkingstraject.

Twee bestuurders van Ballast Nedam worden in een andere zaak nog wel vervolgd voor omkoping omdat zij ervan verdacht worden zichzelf te hebben verrijkt.

Het OM krijgt twee weken de tijd om tegen de beslissing van de rechtbank in beroep te gaan. De officier van justitie, zichtbaar aangeslagen door het harde oordeel van de rechtbank, zei na afloop nog niet te weten of er beroep aangetekend zal worden. „Dat ga ik eerst even met mijn collega’s bespreken”, aldus de officier.