1943277
Financieel

Column: Slecht nieuws voor beleggers

Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg

Deze week publiceerde het Internationaal Monetair Fonds (IMF) de halfjaarlijkse prognose voor de wereldeconomie. Voor de korte termijn is deze vooruitblik gunstig. Dit jaar en volgend jaar zal de wereldeconomie met gemiddeld 3,9% groeien; iets meer dan vorig jaar. Een prachtige boodschap die in veel landen, ook in ons land met enthousiasme is ontvangen. Maar wie de moeite neemt de nieuwste World Economic Outlook helemaal door te nemen, zal zich toch zorgen gaan maken.

Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg

De economen van het IMF concluderen dat alle signalen erop wijzen dat westerse landen de komende jaren te maken krijgen met een lagere economische groei. De jubeljaren zijn van korte duur geweest. De belangrijkste oorzaken zijn een lagere groei van de productie, een verouderende bevolking en een dalende arbeidsdeelname. Maar ook de toegenomen protectie waarbij landen, zoals de VS, handelsbelemmeringen opwerpen om hun eigen bedrijfsleven te beschermen, remmen de groei. Handelsoorlogen, zelfs alleen al de dreiging, pakken voor iedereen wereldwijd slecht uit: lagere groei, minder werkgelegenheid, minder welvaart.

Kunstmatige groei

De huidige hoge groeicijfers zijn in hoofdzaak kunstmatig aangewakkerd door extreem lage rentes en bovendien gefinancierd met hoge schulden van zowel overheden, bedrijven als particulieren. Vorig jaar ging het daarbij wereldwijd om een totaalbedrag van bijna 240.000 miljard dollar. Dat is 3,2 keer de economische waarde van het wereldwijde bbp. In 2007, vóór de start van de mondiale kredietcrisis, lag deze schuldquote op een aanzienlijk lager niveau, nl. 2,7. In de meeste landen is nog steeds sprake van een toename van schulden.

Het IMF vreest dat de deze ontwikkeling desastreuze gevolgen zal hebben op het moment dat de centrale banken hun lage rentes gaan verhogen tot een normaal niveau. Ze zijn daarmee al voorzichtig bezig of waarschuwen voor verhogingen. Bij veel overheden en bedrijven met forse schulden zullen de extra rentelasten en aflossingen tot problemen leiden. Veel regeringen hebben geen rekening gehouden met het feit dat we de komende jaren te maken krijgen met lagere groeicijfers. Ze baseren hun uitgaven nog steeds op een relatief hoge groei. Daardoor hebben ze ook onvoldoende buffers opgebouwd om klappen op te vangen. Voor veel bedrijven geldt hetzelfde. Ook voor beleggers is een renteverhoging en een lagere groei slecht nieuws. Het risico bestaat dat de hoogopgelopen beurskoersen in een snel tempo zullen dalen.

Richting nul

Landen die nu nog rekenen met groeicijfers boven de 2% zullen vanaf 2020 voorbereid moeten zijn op een groei die niet veel hoger zal liggen dan 1%. Volgens ‘doemscenario’s’ moeten landen zelfs het risico van een krimpende economie weer op de agenda zetten. Wie de huidige juichende berichten leest over de geweldige economische prestaties, meer dan 3% groei in Nederland, en de torenhoge beurskoersen, kan zich deze waarschuwing moeilijk voorstellen.

Ook veel regeringen zien het als onvoorstelbare voorspellingen waarvan je niet wakker hoeft te liggen. Het optimisme viert hoogtij en vanuit die optiek sparen ze, nu het nog kan, te weinig om hun overheidsschulden af te bouwen. Toch zou het verstandig zijn dat wel te doen. De economische geschiedenis laat zien dat een hoogconjunctuur plotsklaps kan omslaan in een economische neergang.

Internationaal scoort Nederland als het gaat om de staatsschuld erg goed. Op dit moment ligt onze overheidsschuld beneden de 60% bbp. Maar daarbij is geen rekening gehouden met het Groningse gasbesluit van het kabinet dat tot dalende inkomsten zal leiden en ook niet met de forse extra uitgaven die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de doelstellingen van het klimaatverdrag van Parijs. In de Haagse politiek pleit de linkse oppositie ervoor om de dalende gasopbrengsten te financieren met een oplopende overheidsschuld. Binnen de coalitie wordt uitgegaan van de regel ‘de tering naar de nering zetten’. Dit betekent dat een tegenvaller bij de inkomsten elders op de begroting met bezuinigingen moet worden gecompenseerd. Ook bij de regeringsfracties zal dit niet in goede aarde vallen. Maar gezien de prognoses van het IMF staat wel vast dat politiek Den Haag zichzelf in de voet schiet als we de komende jaren de overheidsschuld weer laten oplopen.

Extra beleid

Met het oog op de verwachte lagere groeicijfers is het beste recept, dat ook door het IMF wordt aanbevolen, het nemen van extra maatregelen om de groei aan te jagen. Daarbij gaat het vooral om investeringen in digitalisering, nieuwe technologie en onderwijs en onderzoek op deze terreinen. MKB-bedrijven, starters en scale-ups kunnen daarbij een hoofdrol vervullen. Voor Nederland zou extra groei, die duurzaam moet zijn, een centraal element moeten zijn in het kader van het voorgenomen klimaatbeleid van het kabinet Rutte III. Internationaal onderzoek wijst uit dat CO2-reducties vooral gerealiseerd moeten worden met de inzet van nieuwe technologieën. Als ons land daarbij voorop gaat lopen, snijdt het mes aan twee kanten. We versterken onze economie, versnellen de energietransitie van fossiel naar duurzaam en scheppen nieuwe banen. Op zich gaat deze transitie duizenden banen kosten maar levert per saldo toch meer werk op. Dat is de conclusie in het recente SER-advies. De SER meent dat Rutte III in het kader van het klimaatbeleid, in samenwerking met werkgevers en werknemersorganisatie, wel zorg moet dragen voor voldoende technisch opgeleide vakmensen. Zolang we dit niet oplossen remmen we niet alleen een groene groei, maar halen we ook de klimaatdoelstellingen niet.