Nieuws/Financieel
1962811
Financieel

Proefrit met cadeau op achterbank kost handelaar €425

Amsterdam - Een autohandelaar moet terecht een naheffing betalen omdat een klant tijdens een proefrit zijn relatiegeschenk op de achterbank meenam. Een boete was te veel van het goede, maar de naheffing van €425 terecht.

Dat oordeelde het gerechtshof Arnhem/Leeuwarden in een zaak die door de autohandelaar werd aangespannen. Hij liet een klant een hele dag een proefrit maken in een auto waar hij tijdens een eerdere test met pech mee was komen te zitten.

De testrijder werd aangehouden en achterin de auto lag een spiegel die hij als relatiegeschenk had gekregen. Dat mocht niet, vond de belastinginspecteur. Een lange testrit van een dag is wel toegestaan, maar de auto met een handelaarskenteken (die op auto’s worden gezet voor onder meer proefritten) mag niet gebruikt worden voor het gebruiken van goederen die op die dag zijn gekregen.

Voortaan automatisch via de mail nieuws over geld, hypotheek of pensioen ontvangen? Abonneer u dan hier gratis op de DFT Nieuwsbrief

De rechtbank Noord-Nederland schrapte de €425 naheffing op de motorrijtuigenbelasting plus een boete van datzelfde bedrag. Maar het gerechtshof vond alleen een naheffing voor de garagehouder op zijn plaats.

Waar ligt de grens?

Fiscalist Kees-Jan van Rumpt van Fiscaal up to Date legt uit waarom de rechters tot een verschillend oordeel kwamen: „Rechtbank Noord-Nederland was het niet met de belastinginspecteur eens en vond dat een dergelijk gebruik in overeenstemming met de regeling van het handelaarskenteken. Daarbij maakte het geen verschil dat de klant tijdens de lange proefrit een spiegel vervoerde die hij op die dag van een kennis had gekregen en de klant mocht tijdens zo’n bijzondere proefperiode zijn dag op de voor hem gebruikelijke manier invullen en dus ook een goed vervoeren.”

Daar dacht het gerechtshof dus anders over. Van Rumpt: „Het hof besliste dat dat de auto alleen gebruikt had mogen worden voor proefrijden, en niet om een goed in te vervoeren dat gedurende de dag van de proefrit was verkregen. Het hof past de voorwaarden voor het handelaarskenteken strikt toe. Een proefrit mag in een voorkomend geval een hele dag duren maar je mag dan gedurende de dag alleen maar proefrijden met de auto en niet je gewone dagelijkse dingen doen waarbij je spulletjes in de auto vervoert.”

Van Rumpt vraagt zich af hoe de handhaving hiervan geregeld wordt: „Bij gewone proefritten zullen er naar verwachting niet snel problemen ontstaan maar de vraag is of het reëel is te verwachten dat wanneer iemand een uitgebreide proefrit maakt, hij of zij non-stop met een dergelijke auto rijdt. Mag je dan een pakketje ophalen of een lunch meenemen? En waar ligt de grens met het vervoeren van een goed?”