Nieuws/Financieel
2000347127
Financieel

Column: Alarmbel

Eén van de meeste gevolgde recessie-indicatoren kleurde deze week rood. Dit pakte niet goed uit voor de aandelenbeurzen, die wereldwijd kelderden. Maar ook al gloort er misschien een nieuwe recessie aan de horizon, dat hoeft niet meteen het einde van de aandelenhausse in te luiden..

De Amerikaanse rentetermijnstructuur, ofwel het verschil tussen de rente op langlopende en kortlopende Amerikaanse staatsobligaties, is negatief geworden.

Met andere woorden: de rente op een lening met een korte looptijd ligt hoger dan de rente op een langlopende lening. Normaal gesproken is dat precies andersom, omdat beleggers meer rente willen ontvangen als ze hun geld langer kwijt zijn.

Alleen wanneer beleggers somber zijn over de toekomstige groei, en de verwachting leeft dat centrale banken de rentes waarschijnlijk fors gaan verlagen om een recessie tegen te gaan, dan draait die rentetermijnstructuur om.

"De belangrijkste reden waarom het dit keer anders is, is dat centrale banken massaal obligaties hebben opgekocht en waarschijnlijk nog meer blijven kopen"

Voorafgaand aan elk van de laatste vijf recessies sinds 1980, werd de rentetermijnstructuur negatief. Aan voorspelkracht dus geen gebrek. Uiteraard zijn er genoeg redenen te bedenken waarom het dit keer anders is en er geen recessie hoeft te volgen.

De belangrijkste daarvan is dat centrale banken massaal obligaties hebben opgekocht en waarschijnlijk nog meer blijven kopen. Dit zorgt ervoor dat de extra rentevergoeding die beleggers vragen op een langlopende obligatie bovenop een kortlopende lening kunstmatig is verdwenen.

Recessiekans toegenomen

Het is onmiskenbaar zo dat centrale banken de rente beïnvloeden, ook al houden ze zelf bij hoog en bij laag vol dat dat allemaal wel meevalt. De geschiedenis leert dat je voorzichtig moet zijn met een ‘this time is different’ verhaal.

De wereldwijde economie vertoont inmiddels flink wat haarscheurtjes. De Duitse economie kromp in het tweede kwartaal en de Chinese economie koelt harder af dan verwacht. Ondernemers in de export- en verwerkende industrie zijn allesbehalve blij met het almaar voortslepende handelsconflict tussen China en de Verenigde Staten.

Het gevolg is dat ze voorzichtiger worden en minder investeren. Een economisch herstel in de laatste maanden van dit jaar komt daardoor in het geding. Meer stimulering door centrale banken zorgt uiteraard voor een buffer, maar ondanks het extreme beleid van centrale banken is de kans op een recessie allesbehalve denkbeeldig.

Geen paniek

Mocht een recessie onvermijdelijk zijn, dan duurt het waarschijnlijk nog wel even voordat we hem zien. Gemiddeld genomen duurt het 20 maanden na een inversie van de rentetermijnstructuur voordat de recessie een feit is.

Tegen die tijd is het al 2021. Belangrijker nog, een inverse termijnstructuur is niet meteen reden tot paniek. De meeste beleggingsgcategorieën gaan vanaf het moment dat de termijnstructuur omkeert tot aan het begin van de recessie omhoog.

Dat geldt dus ook voor aandelen. De rendementen zijn lager dan gemiddeld, maar niet negatief.

Dat is overigens geen vrijbrief om massaal de aandelenmarkt op te gaan. Beleggers moeten de verwachting dat er misschien een nieuwe recessie aan komt vaak even verwerken.

Ook is de ene recessie de andere niet. Hoe reageren beleggers als blijkt dat de gereedschapskist van centrale banken leeg raakt?

De vraag is tot hoe ver centrale banken de rente kunnen verlagen?

Die vraag is relevant aangezien beleggers extreem vooruitlopen op wat centrale banken nog aan stimulering gaan doen. De kans op een positieve verrassing is hierdoor klein.

En van negatieve verrassingen houden beleggers niet.

Jeroen Blokland is Senior Portfolio Manager Multi Asset bij Robeco.

 Bekijk ook: 

 Column: Chips!