Nieuws/Financieel

’Ondernemen mag ook met één opdrachtgever’

Door Leon Brandsema

Ondernemer mag zijn boontjes doppen en paprika’s toppen bij één opdrachtgever.

Ondernemer mag zijn boontjes doppen en paprika’s toppen bij één opdrachtgever.

DIJKSTRA BV

Amsterdam - Een zzp’er die in 2014 bijna alleen maar voor één opdrachtgever is volgens het Gerechtshof Den Haag toch een ondernemer voor de belasting. En krijgt dus ook de bijbehorende fiscale voordeeltjes.

Ondernemer mag zijn boontjes doppen en paprika’s toppen bij één opdrachtgever.

Ondernemer mag zijn boontjes doppen en paprika’s toppen bij één opdrachtgever.

DIJKSTRA BV

Het gaat in de zaak om iemand die als zelfstandige werkt aan het draaien en toppen in de paprikateelt. Hij had in 2014 wel vier verschillende opdrachtgevers. Maar voor zijn omzet was hij voor maar liefst 90% afhankelijk van één van die vier. Om in aanmerking te komen voor de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling moet je minstens drie opdrachtgevers hebben.

De belastinginspecteur en met hem de Rechtbank Den Haag oordeelde mede daarom dat de zzp’er voor de belasting geen ondernemer is. Naast het oordeel dat hij maar één opdrachtgever had, wijst de Belastingdienst er ook op dat de ondernemer niet geïnvesteerd heeft en dat hij geen reclame voor zijn bedrijf heeft gemaakt.

Niet investeren geen criteria

Maar het Haagse hof veegt dit allemaal van tafel. Dat de paprikadraaier en -dopper grotendeels afhankelijk is van één opdrachtgever maakt niet uit, omdat hij voldoende zelfstandig is ten opzichte van de opdrachtgever. Hij mocht zelf bepalen hoe vaak hij werkte, hoefde opdrachten niet te aanvaarden en kon ook met vakantie gaan en om die reden opdrachten weigeren.

Dat de zzp’er niet investeerde is volgens het hof niet waar. Hij had namelijk een mobiel, computer en de noodzakelijke kleding en het gereedschap aangeschaft. Bovendien kan een zelfstandige ook best zonder investeringen, blijkt uit eerdere rechtspraak.

Het gebrek aan reclame ziet het hof ook niet als een probleem. De zzp’er had al genoeg werk om fulltime bezig te zijn en hoeft daarom geen reclame te maken voor zijn eigen winkel.

Door de uitspraak kan de zzp’er gebruik maken van de aftrekposten voor ondernemers en hoeft hij dus flink minder belasting te betalen. Hoeveel dat precies scheelt, staat niet in de uitspraak.

Interpretatie

De uitspraak laat volgens fiscalist Sandra Ligtenberg van Fiscaal up to Date zien dat de wet waaruit moet blijken of iemand ondernemer is op verschillende manieren te interpreteren valt.

„Uit deze uitspraak valt af te leiden dat de standaardcriteria waaraan de Belastingdienst toetst of er wel of niet sprake is van een onderneming, niet een wet van Meden en Perzen is”, zegt Ligtenberg. „Bij specifieke branches kunnen andere spelregels gelden, waardoor toch sprake kan zijn van een onderneming.”