Nieuws/Financieel
2105742
Financieel

Hard oordeel van monitoringscommissie

’Accountants lijden aan zelfoverschatting’

Het zakelijke district De Zuidas in Amsterdam.

Het zakelijke district De Zuidas in Amsterdam.

Den Haag - Na vier jaar van schandalen en daarop volgende beloftes van beterschap hebben de grote accountantskantoren hun zaakjes nog steeds niet op orde. Sterker nog, accountants overschatten zichzelf en hebben een te positief zelfbeeld. En het onderwerp fraude krijgt te weinig aandacht.

Het zakelijke district De Zuidas in Amsterdam.

Het zakelijke district De Zuidas in Amsterdam.

Met die conclusies komt de Monitoring Commissie Accountancy donderdag in haar tweede rapport over de branche.

De commissie onder leiding van Ada van der Veer is in 2015 ingesteld met ’de opdracht tot het waarborgen van de continue verbetering van de sector via het monitoren van de invoering en werking van 53 maatregelen, het signaleren van leemtes en het doen van aanbevelingen’. Aanleiding daarvoor waren verschillende affaires en schandalen rond met name de ’big four-kantoren’ KPMG, EY, Deloitte en PWC.

Te langzaam

De commissie stelt in het nieuwe rapport vast dat de veranderingen te langzaam gaan en het zelfbeeld van de sector te optimistisch is. Het veranderproces ’is niet adequaat ingericht en de complexiteit daarvan wordt onderschat’. Dieperliggende oorzaken krijgen onvoldoende aandacht.

Commissievoorzitter Van der Veer ziet weliswaar dat er in de sector meer wordt gestuurd op kwaliteit en gedragsverandering, maar signaleert tegelijk dat de veranderingen te langzaam gaan. Het is niet voor niks dat de commissie het tweede rapport ’Doorpakken!’ heeft genoemd.

Van der Veer: „Het verdienmodel en het partnermodel zijn voorbeelden van fundamentele onderwerpen met schadelijke prikkels voor de kwaliteit. Het onderwerp fraude dient voor de accountancysector topprioriteit te zijn en dat is het thans niet. Deze onderwerpen zijn inmiddels binnen een deel van de sector weliswaar bespreekbaar geworden, maar worden door de sector nog niet met de benodigde visie en daadkracht aangepakt. De sector loopt het risico de regie over het noodzakelijke veranderproces te verliezen.”

Fraude

De commissie constateert dat ’de sector geen afstand weet te nemen van de halfslachtige benadering inzake fraude’. „Waar het volgens de commissie vooral om draait is dat het accountantsberoep (zowel op sectoraal, organisatieals individueel niveau) de attitude en instelling ten aanzien van het fraudeprobleem aanpast: accountants en accountantsorganisaties zouden bijvoorbeeld duidelijker de wil en bereidheid moeten tonen om een effectievere bijdrage aan fraudepreventie en –detectie te leveren en daarbij waar nodig ook passende maatregelen en veranderingen moeten identificeren en doorvoeren. Uit de interviews met de leiding van accountantsorganisaties is gebleken dat fraude in het algemeen geen topprioriteit is”, schrijft de commissie in het rapport.

Dienstbaar

De commissie zet voorts vraagtekens bij de taakopdracht die een werkgroep in deze van de Stuurgroep Publiek Belang heeft meegekregen. „Met name het uitgangspunt dat in kaart dient te worden gebracht welke redelijke verwachtingen ‘voor kantoren bespreekbaar zijn’ inzake fraude, slaat de plank mis. Een dergelijke woordkeuze en taakopdracht past niet bij een dienstbaar beroep dat een wettelijke taak mag uitvoeren en dat juist op het terrein van fraude de afgelopen decennia de nodige steken heeft laten vallen waarbij het publiek belang in het geding is geraakt.”

De harde conclusies van de monitoringscommissie komen niet uit de lucht vallen. Toezichthouder AFM publiceerde vorig jaar nog een vernietigend rapport over de sector.