Financieel/Nieuws

Bij tijd en wijle verguisde topbankier wil van ING een ’lovebrand’ maken

’Salarisrel was niet leuk’

ING-ceo Ralph Hamers op het financiële technologiecongres Money 20/20 in de Rai in Amsterdam.

ING-ceo Ralph Hamers op het financiële technologiecongres Money 20/20 in de Rai in Amsterdam.

FOTO MONEY 20/20

Wie ING-ceo Ralph Hamers zonder stropdas en gekleed in een trendy colbert en oranje sneakers ziet rondlopen op de financiële technologiebeurs Money 20/20, herkent in hem niet de eerder dit jaar verguisde ‘geldgraaiende bankier’. Over zijn imago haalt Hamers de schouders op, over innovatie raakt hij niet uitgesproken.

ING-ceo Ralph Hamers op het financiële technologiecongres Money 20/20 in de Rai in Amsterdam.

ING-ceo Ralph Hamers op het financiële technologiecongres Money 20/20 in de Rai in Amsterdam.

FOTO MONEY 20/20

Oh-my-god: the ING campus for startups!”, kirt een bezoeker van Money 20/20 in de tram op weg naar de Rai over haar toe nu toe ontdekte hoogtepunt van het driedaagse congres. Hamers (52) is in het congrescentrum duidelijk in zijn element tussen alle hipstertechneuten. „Onze 38 miljoen klanten zijn vooral digitaal. En van onze 3 miljard klantcontacten per jaar, verloopt 99% via internet of de mobiele telefoon”, somt hij op.

‘Mobiel’ is het sleutelwoord in gesprekken met de ING-topman. Aan de horizon zien bankiers echter grote technolgiebedrijven zoals Facebook, Apple en Google opdoemen. Die geven met hun technische systemen en ontelbare bytes aan data traditionele banken straks het nakijken. Hamers wil de aanval afslaan als online lovebrand; een digitaal opererend bekend, vertrouwd en geliefd merk. „Maar als eigen platform moet je dan wel waarde creëren”, benadrukt hij over de transformatie van ING. „Je moet je realiseren dat je als bank een secundaire behoefte invult.”

Pardon?

„Bankiers denken van oudsher dat zij primaire behoeftes invullen, maar dat doen ze helemaal niet. Mensen hebben behoefte aan eten of willen een boek, daar moeten ze voor betalen. Ze willen een auto of een huis, daar is een lening voor nodig. De behoefte is primair, het betalen of financieren secundair. De bank moet daarom eerder in het besluitproces van klanten zitten. Wij hebben onlangs Makelaarsland gekocht. Want als iemand op zoek is naar een makelaar, dan is ’ie dus op zoek naar een huis. Als je dat weet kun je de klant meenemen in een naadloos proces op zoek naar een hypotheek. Dat is de toekomst van ING.”

Mijn ING-app voorspelt mijn uitgaves, maar heeft nog niet meer advies dan: ‘ga beleggen’.

„Onze apps in Spanje, Australië en Polen zijn al wel volledige dienstverleningsapps, waarin de klant in staat is eigen beslissingen te nemen. Klanten nemen via de app meer producten af dan anders. Vinden zelfs de dienstverlening beter dan op het kantoor.”

Ondertussen noemt DNB de banken eenheidsworsten.

„Het is geen verrassing dat alle banken uiteindelijk allemaal op dezelfde manier gaan acteren als jij zó zwaar reguleert en op zoveel facetten precies voorschrijft hoe je moet acteren. Als regulering leidt tot veiliger banken en meer vertrouwen in het bankwezen, dan is dat nodig en goed. De bank van de toekomst kan zich niet onderscheiden met producten, maar op de manier waarop je ze aanbiedt. Je maakt het verschil in gemak, laagdrempeligheid, begrijpelijkheid en transparantie, zodat klanten beter hun eigen beslissingen kunnen nemen.”

U noemt ING altijd een technologiebedrijf met een bankvergunning. Maar uw techbedrijf krijgt er wel van alles bij: zorgplicht, kapitaalseisen, kantoren die je niet mag sluiten tot een hoorzitting in de Kamer als het salaris van de ceo wordt verhoogd. Is dat geen oneerlijk speelveld?

„Nee: op heel veel facetten is er géén gelijk speelveld. Deels hebben banken voor strenge regulering zelf aanleiding voor gegeven, met het ontstaan van de kredietcrisis. Maar deels is het ook doorgeschoten. Grote techbedrijven die al enorm veel data hebben, mogen dankzij nieuwe wetgeving straks heel veel data van banken opvragen, maar banken mogen via de klant géén data bij die techbedrijven opvragen. Dat is geen gelijk speelveld.”

Waar begint en eindigt de nutsfunctie van een bank voor u?

„Je kunt dat voor onderdelen van een bank aangeven. Net zoals telecommunicatie en elektriciteit een nutsfunctie hebben, heeft betalen ook een nutsfunctie. Zonder betalen draait de economie niet. Maar je kunt het tot in extremis doorvoeren. Zonder Albert Heijn eten we niet.”

Kan ING zich in de huidige omgeving in Nederland ontwikkelen zoals het zich wil ontwikkelen?

„Als we naar één Europese markt gaan, waar Nederland héél veel mee heeft te winnen, dan vind ik dat je de discussie moet voeren over één Europees speelveld voor álle activiteiten. Voor transport tot banken.”

Worden onze banken straks door buitenlandse concurrenten opgeslokt als wij de teugels zó strak blijven houden?

„ING is niet klein. Dat helpt. Een buitenlandse bank heeft wel een voordeel. Als die met een lager kapitaalsbeslag kan werken, dan kan die door een overname van een Nederlandse partij makkelijker kapitaal vrijspelen. Dat is gewoon arbitrage. En die arbitrage zou er niet moeten zijn, in ieder geval niet binnen de eurozone.”

Geen probleem met een hoge kapitaalsbuffer en een salarisplafond, maar dan wel in elk euroland en niet alleen in Nederland?

„Ja.”

Hoe heeft u dit jaar ervaren?

„Het jaar is nog niet voorbij. Maar die hele commotie rondom de salarisverhoging was niet leuk om mee te maken.”

U was de personificatie van de graaiende bankier.

„Ja, dat is zo. Dat is niet plezierig.”

Nooit de drang gehad om te zeggen: ‘Van mij hoeft dit salaris helemaal niet’?

„Ik denk dat er al zo veel over gezegd is. Daar heb ik niet zo veel meer aan toe te voegen.”

In België werd u door reorganisatieplannen op tv de ‘Lul van de week’ genoemd. Daarna was u de ’graaiende hockeybankier’. Wil je op zeker moment niet roepen: ‘Zo ben ik helemaal niet!’?

„Natuurlijk heb je dat gevoel wel eens. Maar de mensen die mij moeten kennen, kennen mij. Zij weten hoe ik in elkaar zit. Dat vind ik voldoende. Ik denk dat de raad van commissarissen de besluitvorming en de woordvoering goed gedaan heeft. In zo’n fase kun je daar het beste bij laten.”

U heeft niet zelf om de salarisverhoging gevraagd?

„Ik zeg daar verder niets over.”

U had geen aanbod van een andere bank?

„Ik zeg daar verder niets over.” (lacht)

U had geen aanbod van een groot technologiebedrijf?

(lacht) „ING is zo’n mooi bedrijf. Moet je eens kijken hier!”

U dient gewoon uw termijn uit, en blijft graag nóg een termijn?

„Kijk waar we staan. Wij realiseren een campus, een open campus waarmee wij met de gemeente het centrum van de financiële dienstverlening naar Amsterdam willen halen. Op een andere manier: innovatief en op technologie gebaseerd. Een manier die heel goed past bij Nederland. Er zijn zó veel plannen bij ING.”

Bekijk meer van