Financieel/Stan Huygens Journaal
21706383
Stan Huygens Journaal

De Amsterdamse cafés zijn volgens velen cultureel erfgoed en kunnen wel een zetje gebruiken

Hoofdstad krijgt Dag van Bruine Kroeg

Willem Pijffer in cafe Papeneiland Prinsengracht 2.

Willem Pijffer in cafe Papeneiland Prinsengracht 2.

De bruine kroeg is toe aan een herwaardering. Althans, dat vinden de initiatiefnemers van de Dag van de Bruine Kroeg. Dit vindt volgende week zaterdag 1 oktober plaats in Amsterdam. „Onze bedoeling is dat zoveel mogelijk Amsterdammers die dag even een authentiek bruin café binnenwippen”, zeggen de drie initiatiefnemers

Willem Pijffer in cafe Papeneiland Prinsengracht 2.

Willem Pijffer in cafe Papeneiland Prinsengracht 2.

Wat past er nou beter bij het Amsterdamse straatbeeld dan een bruine kroeg? Eigenlijk nauwelijks iets. Toch staat de bruine kroeg onder druk en kan het wel een zetje in de rug gebruiken. Dat zeggen de initiatiefnemers Willem Pijffers, Inge Molenaar en Tim Blank.

En Pijffers kan het weten. Hij schreef zes jaar geleden het boek Kopstoot, waarin vijftig cafés werden beschreven waar je nog een ouderwetse kopstoot kon bestellen; een kopstoot is een biertje met een borrel erbij. „Een echt bruin café heeft als kenmerk dat de vaste gasten er regelmatig een kopstoot nemen. Van die vijftig in het boek beschreven kroegen zijn er inmiddels twaalf die niet meer bestaan of volledig veranderd zijn van karakter”, zegt Pijffers. Dat is bijna een kwart van het totaal.

Nuttig

„Een dag van de bruine kroeg is daarom echt wel nuttig”, zegt Molenaar. „Ze hebben een zetje nodig, want de meeste cafés zijn niet bezig met het promoten van zichzelf. Ze hebben vaak geen website en staan niet op sociale media. Het leek ons leuk om een kaart te maken waar de bruine kroegen in de hoofdstad zijn. Die staat op onze site. En met zo’n dag als volgende week zaterdag kun je net wat extra aandacht voor de bruine kroeg vragen.”

Peuk

„Kroegen hebben een paar hele harde tikken gehad”, vult Pijffers aan. „Ten eerste het rookverbod. Een heel stel van de oude gasten haakte daardoor af omdat vele drinkers ook graag een peuk opstaken. Er is nog geprobeerd om met rookruimtes te werken, maar dat was vaak gekunsteld. Daar hebben ze echt klanten aan verloren, vooral de oudere garde. Verder verplaatste het uitgaansleven zich veel meer naar buiten. Dus je kreeg veel meer dat mensen graag op terrassen wilden gaan zitten. Mensen willen nou eenmaal graag buiten zitten. En in de binnenstad, waar de meeste bruine kroegen zich bevinden, is er relatief minder ruimte voor terrassen. Daarnaast speelt vergrijzing mee. Veel bruine kroegen hebben een ouder wordende klantengroep.”

Molenaar: „Jongeren gaan vaker naar festivals en naar hippe uitgaansgelegenheden. Ik las gisteren een interview van cafés in Drenthe die hun deuren sluiten. Die verliezen het van Netflix, zeiden ze. De bruine kroeg zit niet in de beleefwereld van jongeren. Ze zoeken naar andere vormen van entertainment.”

Cultureel erfgoed

Inmiddels doen 29 kroegen in de stad mee. Cafés kunnen zich nog aanmelden. Die bepalen zelf hoe ze de Dag van de Bruine Kroeg invulling geven. „We hopen dat er veel mensen op af komen”, zegt Molenaar. Ze vindt de bruine kroeg cultureel erfgoed. „Het kan alleen maar voortbestaan als ze blijven bestaan en te bezoeken zijn. Dus we moeten nieuwe mensen interesseren hiervoor. We willen een nieuwe generatie laten kennismaken met het concept van de Bruine Kroeg. Erfgoedclub Bond Heemschut staat mede daarom ook achter deze dag. Het hoort zo bij Amsterdam. Het moet behouden blijven!”

Waar een bruine kroeg aan moet voldoen? „Je gaat heel erg op je gevoel af”, zegt Pijffers. „Helemaal eenduidig is het niet.” Maar de drie initiatiefnemers komen wel met de volgende beknopte samenvatting: de inrichting is belangrijk. De wanden moeten bruin zijn, liefst van de rook. Je kan een nootje krijgen en een gekookt eitje en vaak liggen er een paar kranten klaar. De kroegbaas kent zijn vaste gasten. Roulerende studenten als bedienend personeel passen er meestal niet. Het moet een klein beetje sleets zijn. Een biljart is welkom, al hebben veel cafés het biljart weggedaan omdat ze de ruimte nodig hebben. Zand op de houten vloer, ook dat hoort bij een traditioneel café. En dan hebben de drie initiatiefnemers een logo laten maken met de krulletters die zo kenmerkend zijn voor de bruine kroegen in de hoofdstad. „Er zijn nog heel weinig van die sierletterschilders”, zegt Molenaar.

Gokkast

„Een bruine kroeg maakt de winter vaak wat draaglijker”, zegt Blank. „Het is voor mij een sfeervolle plek waar je samen kunt komen en waar het gezellig is en vaak kaarsen staan.” Een gokkast hoort volgens de drie minder bij een bruin café.

Toch moet ook een bruine kroeg zich aanpassen aan de tijd, stellen de drie initiatiefnemers. Zo was het tien jaar geleden nog bijna onmogelijk dat er vele biersoorten te krijgen waren in een bruin café. Er werd pils en jenever geschonken. Ondertussen is het een must en moet een IPA, een tripel of een Belgisch blond biertje te krijgen zijn. „Je moet mee”, zegt kastelein Teun van Veen van Pilsener Club De Engelse Reet. „Mensen vragen niet meer om een biertje, maar vragen wat voor bier je hebt. Als je dan niet kun schenken wat de klant wil, lopen ze door naar een volgend café.”

Bitterballen

Het geldt ook voor de snacks. „Ook als je geen bitterballen, tosti’s of vlammetjes hebt, dan heb je moeilijk”, zegt Pijffers. „Net als appeltaart en goede koffie.”

Bruine kroeg Pilsener Club De Engelse Reet is bijna een instituut, geopend in 1893. De vierde generatie houdt het café overeind. Het is bovendien, zo ver als bekend, de enige kroeg in de hoofdstad zonder bar. En die komt er ook niet, als we eigenaar Teun van Veen moeten geloven. Hij hoopt op wat extra klandizie volgende week zaterdag. „Er zijn nog steeds genoeg mensen die De Engelse Reet niet kennen”, zegt Van Veen. „Al is het misschien maar goed ook, want niet iedereen moet het kennen. Er kunnen hier maar 49 mensen in. Jeugd voelt zich hier vaak wat ongemakkelijk, want er is geen muziek en er zijn geen bewegende beelden. Het behang is afgebladderd. Mensen die hier binnen komen, zeggen vaak dat het voelt alsof ze een eeuw terug in de tijd stappen.”

Een bar noemt Van Veen een onding. „Het is mooier om aan een tafel te zitten. Daardoor wordt er sneller contact gelegd met andere bezoekers. Zonder bar bevordert bovendien het huiskamergevoel dat ook bij een bruine kroeg hoort.”

De pentekeningen aan de muur zijn gemaakt door zijn overgrootvader. „Ik heb een dochter. Die gaat de zaak niet overnemen. Maar zolang ik er nog zin in heb en mijn lijf het houdt, ga ik ermee door.”

Pruimtabak

In Van Veens kroeg ligt zand op de grond. „Daarin kon je je sigaret doven. De vloer bleef dan schoon. Voor er sigaretten waren, werd er veel pruimtabak geconsumeerd. Er stonden weliswaar spuugbakjes daarvoor. Maar dat ging ook wel eens mis en het zand absorbeerde dan de tabak.”

En waar die naam Pilsener Club De Engelse Reet vandaan komt? Die komt van de ligging op de Begijnensteeg die de aanlooproute is naar de Engelse Kerk op het Begijnhof. „De steeg was de spleet, net als wat tussen je billen zit, naar de Engelse kerk”, zegt Van Veen. Pilsener Club heeft te maken met de intrede van pils bier uit Tsjechië. „Mensen moeten altijd lachen als ze voorbijlopen.”

Kroegtijger

Een van de Amsterdamse kroegtijgers die de afgelopen jaren zo goed als alle bruine kroegen heeft bezocht is Daan van der Heul. Hij zit in buurtcafé Amstel aan de Amsteldijk in de Rivierenbuurt. „Alleen in Noord ben ik nog niet naar een bruine kroeg gegaan”, zegt hij. Van der Heul kwam tot een jaar of tien geleden altijd in de hippere tenten. Maar sindsdien is hij fan geworden van de bruine kroeg. „Het is er puur”, vindt hij. „Deze kroeg waar we nu zitten is bij mij om de hoek. Jarenlang liep ik er langs, maar ging niet naar binnen. Het is nu mijn stamkroeg geworden. Ik kom er zo goed als elke week. In mijn eentje. Dat is voor mij ook het gevoel van een bruine kroeg.”