Nieuws/Financieel

Waar voor je geld

AFP

Op de veronderstelde hoge waarderingen in de Verenigde Staten valt het een en ander aan te merken. Zo wordt de Amerikaanse markt sterk gedomineerd door de Big Five (Apple, Amazon, Alphabet, Facebook en Microsoft). Samen zijn deze vijf qua marktkapitalisatie inmiddels groter dan de gehele Duitse economie. Door hun enorme omvang met zevenmijlslaarzen drijven ze samen de S&P 500 en de gemiddelde waardering van die index fors op.

AFP

Er worden de nodige vraagtekens gezet bij niet alleen deze ontwikkeling maar ook bij de waardering. Maar wat daarbij vaak over het hoofd wordt gezien is de bijna duizelingwekkende winstgevendheid en groei van deze vijf giganten. Zo wordt voor Apple bijvoorbeeld slechts 16 keer de winst betaald. Gecorrigeerd voor de enorme kaspositie is de koerswinstverhouding nog lager. De omzet steeg het afgelopen kwartaal met 31 procent en het rendement op het eigen vermogen bedraagt sinds 2008 ruim 30 procent. Apple duur? Voor bijvoorbeeld Unilever betaal je 20 keer de winst. Daar groeit de omzet jaarlijks moeizaam met een paar procent en dan moet de dollar ook nog meezitten. Apple hoor je nooit over valutaire tegenwind…

Zevenmijlslaarzen

Voor Alphabet geldt een soortgelijk verhaal. Wat dacht u van een omzetstijging van 25 procent en een toename van de nettowinst van ruim 70 procent? Daar betaal je dan 26 keer de winst voor. Gecorrigeerd voor de enorme kaspositie is de koerswinstverhouding veel lager. Dan heb je het wel over een bedrijf dat al sinds de beursgang in 2004 nooit een omzetgroei realiseerde van onder 20 procent! Toen Alphabet in 2004 (Google) naar de beurs ging werd er 85 dollar betaald. Volgens de meerderheid van de analisten was dat veel te veel. Kijk nu, veertien jaar later, naar de koers van het aandeel... Voor Facebook, Microsoft en Amazon gelden soortgelijke verhalen. Inderdaad, deze tech-giganten zijn duurder dan het gemiddelde aandeel, maar daar krijg je als belegger dan ook een groei voor terug waarvan de meeste andere ondernemingen alleen maar kunnen dromen.

Dividendrendement

En dan nog iets. De historische belastingverlaging in de Verenigde Staten heeft bedrijven ertoe aangezet hun aandelen inkoopprogramma’s op te voeren. Zo kondigde ’s werelds grootste beursgenoteerde bedrijf Apple een nieuw inkoopprogramma ter grootte van 100 miljard dollar aan. Apple is niet de enige die heeft besloten zijn overtollige kaspositie aan het werk te zetten. Goldman Sachs schat dat de 500 bedrijven uit de S&P 500 gezamenlijk dit jaar voor 650 miljard dollar aan eigen aandelen willen inkopen. Dat zou het huidige nog staande record van 589 miljard dollar uit 2007 verpletteren. Bedenk dat de marktwaarde van de S&P 500 momenteel ongeveer 23.000 miljard dollar bedraagt. Alle bekende inkoopprogramma’s bij elkaar opgeteld komen dus neer op een verkapte dividenduitkering aan aandeelhouders van ongeveer 3 procent. Voeg daar het huidige dividendinkomen op de S&P 500 van 1,9 procent bij en ziedaar, je hebt een rendement van rond 5 procent op jaarbasis. Vergelijk dat eens met de rente op een tienjaars staatsobligatie in de Verenigde Staten die 3 procent rendeert. Wie zei hier ook al weer dat Amerikaanse aandelen duur waren? Is dat zo met een rendement van 5 procent?

De economie stoomt door

Natuurlijk komt er aan die winstgroei eens een einde. Het zijn echter alle vijf bijna-monopolisten die door hun marktmacht behoorlijke prijzen voor hun producten kunnen vragen. Een groeivertraging of zelfs een recessie in de Verenigde Staten zal hun aandelenkoersen uiteraard raken. Op korte termijn ziet het daar echter niet naar uit. Zo is de Amerikaanse werkloosheid met slechts 3,8 procent laag. Het aantal aanvragen voor een werkloosheidsuitkering is in geen tientallen jaren zo laag geweest. Toen waren er ook nog eens veel minder Amerikanen.

De huizenprijzen in de Verenigde Staten stijgen gemiddeld met ongeveer zes procent per jaar. Het consumentenvertrouwen staat op het hoogste punt sinds 2001. Natuurlijk is dat niet zo vreemd. Wanneer Joe Sixpack zijn huis steeds in waarde ziet stijgen en zich geen zorgen hoeft te maken over zijn baan neemt zijn vertrouwen in de economie vanzelf toe.

Bedreigingen: Inflatie en rente

Binnen het bedrijfsleven loopt het vertrouwen eveneens op. Zowel in de industrie als de dienstensector vertonen de inkoopmanagersindices een stijgende lijn. De Amerikaanse economie lijkt richting een kookpunt te gaan. De Atlanta Fed taxeert de groei van het bruto nationaal product over het tweede kwartaal in de Verenigde Staten zelfs al op 4,8 procent! Daar zit wellicht ook de grootste dreiging. Meer groei zou uiteindelijk tot meer inflatie en een hogere rente kunnen leiden. Op tienjaars staatsleningen bedraagt de Amerikaanse rente ongeveer 3 procent. Vorige week werd duidelijk dan 8 van de 15 beleidsmakers van de Fed dit jaar de rente nog minstens twee keer te moeten verhogen. Beleggers moeten dus op hun qui-vive te blijven, maar dat is niet anders dan anders.

Martine Hafkamp is directeur bij Fintessa Vermogensbeheer.