Nieuws/Financieel

Overvloed aan microkrediet kan wel leiden tot schuldenproblematiek

Armoede te lijf met leengeld

Een boer in Cambodja strooit kunstmest op een rijstveld.

Een boer in Cambodja strooit kunstmest op een rijstveld.

EPA

Amsterdam - Microfinanciering is lang gezien als een tovermiddel om ontwikkelingslanden uit de armoede te tillen. Met een lening van $300 voor een koe of $200 voor een naaimachine konden armen aan de slag als kleine ondernemer. De sector is bezig zichzelf opnieuw uit te vinden.

Een boer in Cambodja strooit kunstmest op een rijstveld.

Een boer in Cambodja strooit kunstmest op een rijstveld.

EPA

Er staat naar schatting €90 miljard aan microleningen uit bij 123 miljoen mensen. Daarvan is liefst 84% vrouw. Die vormen een lager kredietrisico, zo luidt een verklaring. Het geld wordt ter plekke uitgeleend door microfinancieringsinstellingen (MFI’s), zoals lokale corporaties of commerciële banken. Hun kapitaal is deels afkomstig van westerse beleggers.

Eric Holterhues leidt Oikocredit Nederland, onderdeel van ’s werelds grootste geldverstrekker aan MFI’s. „Wil je een duurzame ontwikkeling stimuleren, dan moet je niet alleen werken met geefgeld maar ook met leengeld”, zegt hij. „Dat creëert gelijkwaardigheid en wederzijds vertrouwen.”

Cowboys

Oikocredit werd veertig jaar geleden opgericht vanuit de Wereldraad van Kerken. „Toen waren we een van de eersten. Nu komen er ook veel cowboys op af die het niet zozeer gaat om de sociale impact, maar meer om geld te verdienen. Onze beleggers zitten er anders in”, aldus Holterhues. Hij streeft voor zijn Oikocredit Nederland Fonds naar een stabiel rendement van maximaal 1,5%. „Je kunt wel een hoger rendement willen, maar dat betekent dat de armen een hogere rente moeten betalen.”

Critici van microkrediet zeggen dat lokale geldverstrekkers in sommige landen te gul met leningen hebben gestrooid. „Je kunt absoluut goed verdienen aan kleine leningen aan arme mensen”, zegt Bruno Molijn, beleidsadviseur microfinance bij Oxfam Novib.

Ook niet-commerciële lokale geldverstrekkers rekenen soms wel tientallen procenten rente. Dat kan ook komen door het hoge inflatiecijfer of door de hoge kosten die voor een lening moeten worden gemaakt. „Op het platteland is het een dure business, je moet kilometers over modderige wegen naar de klant”, geeft Molijn als voorbeeld.

Schuldenproblematiek

In Bosnië, Bolivia, Cambodja en de Indiase staat Andhra Pradesh droeg de stroom microkrediet in het verleden bij aan een ernstige schuldenproblematiek. Er zijn ook economen die menen dat microkrediet rond het jaar 2000 mede schuldig was aan een scherpe inkomensdaling in de informele economie van Zuid-Afrika.

Naaister in Myanmar.

Naaister in Myanmar.

EPA

Het geleende geld ging vaak op aan eten, medische zorg of nieuwe leningen om de oude terug te betalen. „Er werden woekerrentes gevraagd. Partijen gingen alleen de markt op om leningen uit zetten, in plaats van te helpen. Mensen werden door de leningen gewurgd”, zegt woordvoerder Ruud Huurman van Oxfam Novib.

Molijn signaleert ook nu nog landen waar ’oververschulding’ dreigt. „In dat soort landen willen we eigenlijk niet meer investeren. In Cambodja en Bolivia is het nu niet een enorm probleem, maar je moet er wel oppassen. Anderzijds is in Afrika onder de Sahara nog wel een gigantische ongedekte vraag.”

Oikocredit-directeur Holterhues controleert scherp de lokale geldschieters die het Nederlandse geld uitdelen. „Wij willen alleen zaken doen met instellingen die faire rentes vragen. Ze moeten er ook in zitten voor de sociale impact.” Ook bij Oxfam Novib is men er alert op, zegt Molijn. „Je moet niet direct in een MFI investeren tenzij je echt goed je werk hebt gedaan. Als er een salaris van 2,5 ton wordt uitbetaald, is het voor ons een ’no go’.”

Opleiding

Het gaat trouwens om veel meer dan geld uitlenen, legt Holterhues uit. „Je moet ook investeren in opleiding. Medewerkers van een financieringsinstelling in Togo hebben wij bijvoorbeeld les gegeven in marketing, zodat zij hun ondernemers kunnen trainen.”

Een Jemenitische kok bereidt samosa.

Een Jemenitische kok bereidt samosa.

AFP

Een fundamentele zwakte van microkrediet, zeggen critici, is de aanname dat het extra aanbod van producten tot extra vraag leidt. In de praktijk schiet de koopkracht vaak te kort, met als gevolg toenemende concurrentie en lagere inkomens voor bestaande ondernemers.

Ook ziet niet iedereen de noodzaak om juist het kleinere ondernemerschap te stimuleren, aangezien daar weinig banengroei van te verwachten is. Er zou meer leengeld moeten naar het midden- en kleinbedrijf. „Maar daar zijn maar weinig aanbieders voor, je moet er meer technische ondersteuning bij kunnen bieden”, zegt Huurman van Oxfam Novib.

Tegelijk groeit het besef dat de allerarmsten niet alleen behoefte hebben aan leningen, maar ook aan bankrekeningen, verzekeringen, en pensioenen. Mede hierom hanteert men steeds vaker de term ’inclusive finance’, in plaats van ’microfinance’. Zo luidt de officiële titel van Koningin Máxima bij de VN ’Special Advocate for Inclusive Finance for Development’.

Ondanks de twijfels over microkrediet, en het nut van ontwikkelingshulp in het algemeen, moet ergens toch iets goed zijn gegaan. Het aantal wereldburgers dat in extreme armoede leeft, is volgens cijfers van de VN sinds 1990 ruim gehalveerd tot minder dan 800 miljoen.