Financieel/Nieuws

FAMILIEZAKEN Broer en zus ontwikkelen duurzame parfums

Lekker geurtje van afvalstromen

In het Ruiklab zijn Noëlle en Boye Dorenbos even geen familie, maar collega’s.

In het Ruiklab zijn Noëlle en Boye Dorenbos even geen familie, maar collega’s.

RUIK

ALMERE - Noëlle en Boye Dorenbos zijn hun leven lang al gefascineerd door geur. „Dat hebben we van huis uit meegekregen”, vertelt Noëlle. „Onze moeder speelde vaak een reukspelletje met ons waarbij we moesten raden welke kruiden er in een gerecht zaten.”

In het Ruiklab zijn Noëlle en Boye Dorenbos even geen familie, maar collega’s.

In het Ruiklab zijn Noëlle en Boye Dorenbos even geen familie, maar collega’s.

RUIK

De motivatie van broer (30) en zus (25) om het eigen parfummerk Ruik te lanceren, komt niet alleen voort uit hun geurfascinatie. Ook door verbazing over de traditionele parfumindustrie. „Parfums zitten vol synthetische en chemische bestanddelen en in de industrie vindt veel verspilling plaats”, legt Noëlle uit. Om zowel verspilling binnen de parfumwereld als daarbuiten tegen te gaan, besloten broer en zus parfum van reststromen te maken.

Tegenstrijdig

„Parfum maken van afval klinkt misschien tegenstrijdig, maar dat is het niet”, aldus Noëlle. „Er worden zoveel producten weggegooid die heerlijk ruiken.” Het eerste parfum van broer en zus noemden ze Verschil en wordt gemaakt van sinaasappelschillen, in de geur Den zit de metershoge kerstboom op de Amsterdamse Dam verwerkt en de nieuwste geur Knop heeft als basis niet-bruikbare rozenknoppen van biologische rozenkwekers.

Laboratorium

Noëlle en Boye doen bijna alles zelf binnen het bedrijf, van het ontwikkelen van de geuren tot aan de marketing, het ontwerpen van de verpakking en de online verkoop. „Voor de productie hebben we een partner met grote distilleerketels. Maar om nieuwe geurideeën te testen, hebben we ook een kleine ketel in ons eigen laboratorium.”

Dat lab is een belangrijke plek voor de ondernemers. „Het is best lastig om als broer en zus zakelijk te zijn met elkaar. Het lab helpt ons om over te schakelen van familie naar collega’s. Als we daar zijn, zijn we echt aan het werk.”