Nieuws/Financieel
ExtraHet beste van De Telegraaf

Uitgebreide versie van interview met eurocriticaster

’Euro was een enorme fout’

Door Martin Visser

Helmut Kohl (m) en minister van Financiën Wim Kok (l) en premier Ruud Lubbers (r) in december 1991 bij de top van Maastricht waar de euro werd geboren.

Helmut Kohl (m) en minister van Financiën Wim Kok (l) en premier Ruud Lubbers (r) in december 1991 bij de top van Maastricht waar de euro werd geboren.

Foto EPA

De euro was een enorme fout. En dat was geen ongeluk, de politieke leiders wisten van meet af aan wat de risico’s waren, stelt oud-IMF-econoom Ashoka Mody. Dit is een uitgebreide versie van zijn interview met De Telegraaf.

Helmut Kohl (m) en minister van Financiën Wim Kok (l) en premier Ruud Lubbers (r) in december 1991 bij de top van Maastricht waar de euro werd geboren.

Helmut Kohl (m) en minister van Financiën Wim Kok (l) en premier Ruud Lubbers (r) in december 1991 bij de top van Maastricht waar de euro werd geboren.

Foto EPA

In het hol van de leeuw deelde Ashoka Mody deze week zijn kijk op de euro. De Amerikaanse professor Economie van Indiase afkomst is klein, vriendelijk en welbespraakt. Hij werkte jarenlang bij het IMF en was vanuit die functie betrokken bij Europese hulpprogramma’s. Zijn spijkerharde conclusies zorgden in Brussel voor verbijsterde reacties. Mody pelde nietsontziend stukje bij beetje het hele europroject af. Volgens hem is deze Europese droom een illusie.

In zijn net verschenen boek EuroTragedy: A Drama in Nine Acts gaat hij terug naar het allereerste begin van de euro. „Mijn veronderstelling bij het schrijven van dit boek was dat de politieke leiders vooraf niet wisten wat de gevaren en risico’s van een gezamenlijke munt zouden zijn. Dat ze dat niet kónden weten”, zo zegt de oud-IMF-econoom in een interview. „Maar in mijn onderzoek ontdekte ik: ze wisten het wél!”

In zijn vuistdikke boek maakt hij alle mooie verhalen rond de euro met de grond gelijk. „Politici ontwikkelden een taal. Volgens bondskanselier Helmut Kohl zou de munt vrede brengen. De euro zou groei brengen, welvaart.” Op de beroemde top in Maastricht eind 1991 besloten Kohl en de andere leiders onder Nederlands voorzitterschap dat er een gezamenlijke munt moest komen. De eurocraten gingen er zelf in geloven, zegt Mody. Hij verwijt ze ’groepsdenken’, niemand dacht meer zelfstandig na. En dat gaat door tot de huidige dag.

Wat is er zo tragisch aan de euro?

„De euro heeft ingebouwde tegenstellingen. Eén monetair beleid werkt niet voor landen die zo verschillend zijn. Het werkt niet alleen niet, het versterkt ook nog eens de verschillen. Als een land zwak is, dan is de rente te hoog voor dat land en wordt het nog zwakker. Die fundamentele tegenstrijdigheid gaat nooit weg. De vraag is dan hoe je met die tegenstrijdigheid omgaat. De reactie vanuit Europa was steeds: dat zien we wel. Ik begin met het zogeheten Werner-rapport uit 1970. Daarin lees je dat de fundamentele tegenstrijdigheid vanaf het allereerst begin wel degelijk is begrepen.”

De politieke leiders wisten vanaf het begin wat de risico’s waren.

„Dat is controversiële conclusie van mijn boek. Je kunt zeggen dat de euro slecht ontworpen is. Ik schrijf dat ze het slecht ontworpen, wetende dat het een slecht ontwerp was.”

Zat daar een strategie achter?

„Er was geen duidelijke strategie. In de Europese politiek leeft het idee dat vooruitgang wordt geboekt via crises.”

De eurocrisis had grote gevolgen voor heel veel mensen. Het klinkt wel heel cynisch dat dergelijke crises nodig zijn om het beoogde doel te bereiken.

„Dat is zo. De reden dat ik het een tragedie noem, is dat hoewel zij de problemen onderkenden, ze een versluierende taal ontwikkelden. Zo noemde Kohl de euro vaak een project van vrede. Het werd een taal die de Europese elite adopteerde. Ik noem dat groepsdenken. Ik worstelde daarmee. Toen ik dat woord begon te gebruiken…”

Het klinkt nogal als 1984, het boek van George Orwell.

„Sommige Europese vrienden waren daar boos over. Zij vonden dat een veel te sterk woord. Terwijl ik met mijn boek bezig was, heb ik daar veel over gediscussieerd of ik het wel of niet zou gebruiken.”

Waarom waren ze erdoor beledigd?

„Omdat het de connotatie heeft dat je niet voor jezelf denkt.”

Maar u heeft het woord toch in uw boek gezet.

„Het is zelfs een centraal thema van het boek geworden. Meteen in hoofdstuk 1 schrijf al dat het groepsdenken snel begint na het Werner-rapport.”

U denkt dat Europese beleidsmakers hun eigen taal ontwikkelden en wilden geloven in hun eigen verhaal?

„Ja. En het gebruik van die taal is voortgezet.”

Tot vandaag?

„Tot vandaag. Neem het woord ‘unie’. Men noemt het een ‘monetaire unie’, maar het is geen ‘monetaire unie’, maar een eenheidsmunt. Een monetaire unie heeft veel meer onderdelen die een munt ondersteunen. Zelfs de uitdrukking ‘Europese Unie’ vind ik heel merkwaardig. Ooit heette dat de Europese Gemeenschap. Gemeenschap is een prachtig woord, een gemeenschap van landen. Unie betekent dat we aan elkaar gebonden zijn.”

U bedoelt dat ‘unie’ aangeeft wat het volgens beleidsmakers zou moeten zijn?

„Het is altijd een streven. Woorden en retoriek doen ertoe. Elke politicus maakt er gebruik van.”

Waarom is het belangrijk?

„Omdat het richting geeft, een doel aangeeft. Het geeft aan waar het heen gaat. Dan moeten die woorden gevolgd worden door acties. Anders wordt het gebabbel, ruis.”

Kan het geen inspiratie zijn voor Europese burgers?

„Dat kan, op voorwaarde dat je een duidelijke koers hebt. Een pad naar de Unie. Anders is het nutteloos. Luister maar eens wat president Macron zegt. Hij gebruikt steeds de uitdrukking ‘Europese soevereiniteit’. Op een seminar van een Franse diplomaat vroeg ik: wat betekent ‘Eurpese soevereiniteit’? Het publiek moest lachen, alleen al om de vraag. Niemand begrijpt wat Macron precies bedoelt. Met die vraag gaf ik aan dat de keizer geen kleren heeft. Ik denk dat zelfs Macron niet weet wat hij ermee bedoelt. Hij gebruikt het omdat het goed klinkt, alsof het echt iets betekent.”

U beschrijft hoe de toenmalige Franse president Pompidou in 1969 een top in Den Haag leidde en daar stuurde men aan op een gezamenlijke munt. Wat was daarvoor de reden?

„De Fransen moesten voortdurend de franc devalueren. En elke keer dat ze dat deden, was dat een vernedering tegenover de Duitsers. Om eerlijk te zijn, wreven de Duitsers hen dat ook in. De Gaulle zou nooit één gezamenlijke munt willen. Hij was te trots om de franc op te geven. Maar zijn opvolger Pompidou had niet dezelfde statuur en niet dezelfde sterke nationalistische gevoelens. Voor hem was een gezamenlijke munt een oplossing.”

Frankrijk wilde de stabiele Duitse Mark?

„Ze wilden de Deutschmark, maar ze dachten dat die er kon komen op hun condities. Ze zouden de Deutschmark krijgen, maar niet de strenge Bundesbank. Dat was de Franse visie.”

Ook de andere regeringsleiders gingen hier in 1969 in mee. Blijkbaar was er toen een gemeenschappelijk idee waarom een munt goed zou zijn.

„Er waren toen nog maar zes landen lid: Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland en Italië. Nederland, Luxemburg en in mindere mate België hadden al een vaste wisselkoers met Duitsland. Hen maakte het niks uit. Italië zag zichzelf gek genoeg meer als Duitsland dan als Frankrijk. Er was niet zoveel debat.”

Toen waren er nog maar zes. Later werd de muntunie een nog slechter idee, toen er veel meer landen bijkwamen. Nóg meer diversiteit tussen de eurolanden.

„Ja, Juncker wil alle landen in de euro. Hij is óf ontzettend naïef óf ongelofelijk dom.”

Wat denkt u?

„Mijn professor zei altijd dat er een dun lijntje zit tussen eenvoudig en simplistisch. Ik denk dat er veel stommiteit is in het Europese beleid. Laat ik dat maar ronduit zeggen. Om te zeggen dat het naïef is…”

…is misschien wel naïef, om dat te zeggen.

„Inderdaad. Juncker is wel heel interessant. Hij heeft wel degelijk momenten dat hij heel helder denkt. Juncker heeft een keer gezegd: we hebben gezondigd tegen de Grieken, het mantra van bezuinigingen is totale onzin. Juncker begreep heel goed hoe de Grieken waren vernederd. Het is niet zo dat Juncker het allemaal niet begrijpt. Maar hij zei ook in een speech dat de euro enorme onzichtbare voordelen brengt. Wat betekent dat nou weer? Je bent door je argumenten heen, dus nu gooi je het op onzichtbare voordelen? Dit is het soort retoriek waarmee optimisme wordt gecreëerd, als woorden niet kloppen met de acties. Dan verliezen de woorden hun geloofwaardigheid en dat leidt tot cynisme en dat erodeert het vertrouwen in het leiderschap.”

Laten we een sprong maken van 1970 naar de val van de Berlijnse muur in 1989. Dat was een beslissend moment voor het ontstaan van de euro.

„Van 1982 tot 1989 was Kohl heel duidelijk. Hij zei herhaaldelijk dat een monetaire unie een slecht idee is. Hij begreep het heel goed. Hij zag het niet zitten met zo verschillende landen een munt te beginnen. Dan is er in december 1989 die beroemde top in Straatsburg. Veel mensen hebben dat moment geïnterpreteerd alsof er een uitruil plaats vond over de euro. Kohl zou van Mitterand Duitsland alleen mogen herenigen als hij de Duitse Mark op zou geven.”

Die uitruil was er niet?

„Nee, die interpretatie is totaal verkeerd. Er was geen uitruil, niet expliciet en ook niet impliciet. Daar zijn verschillende argumenten voor. Eén: Elisabeth Guigou, de belangrijkste adviseur van Mitterand, heeft bij alle gesprekken gezeten tussen Kohl en Mitterand en zij zegt dat er nooit een deal is geweest. Twee: Kohl had al de steun van George Bush op zak. Die had vlak voor die top in Straatsburg gezegd dat hereniging van Duitsland in het strategisch belang van Amerika was. Kohl wist dat hij Gorbatsjov kon kopen – en dat deed hij ook. Hij gaf hem miljarden Duitse marken en Gorbatsjov was daar zeer gelukkig mee, want de Sovjet Unie was verzwakt en had die steun nodig. Drie: Als Mitterand had gezegd: je mag Duitsland niet herenigen als ik de euro niet krijg, dan zo Mitterand een sociale ramp hebben veroorzaakt. Grote aantallen Oost-Duitsers trokken al naar West-Duitsland. Dat ging allemaal vreedzaam. Maar als iemand dat proces had gestopt, zou dat tot een explosie hebben geleid. Daarvoor zou Mitterand tot in de eeuwigheid verantwoordelijk worden gehouden. Vier: Mitterand beloofde Kohl een politieke unie, maar Kohl wist dat Mitterand in de praktijk zo ver niet zou gaan. Als Mitterand zijn belofte niet gestand zou doen, kon Kohl zich ook terugtrekken en de euro niet door laten gaan. Toen duurde het nog tien jaar voordat de euro er echt kwam. Tussendoor was er nog de ERM-crisis. De euro had in de tussentijd allang weer dood kunnen zijn in de jaren negentig. Kohl hield het in leven. Daarom noem ik het Kohls euro. Kohl leverde de euro onder Duitse voorwaarden, dus zonder financiële transfers. En hij kwam met retorische taal over vrede en harmonie als reden de euro. Zoals wij tegenwoordig tegen de euro aankijken is zijn erfenis.”

Waarom wilde Kohl dan die euro?

„Kohl had toen een grote autonomie verworven, een slechte positie voor democratische leiders. Het precieze antwoord weten we niet. Alleen Kohl wist dat en een paar mensen om hem heen. Mijn eigen idee is – en dat zeg ik met enige voorzichtigheid – dat Kohl zichzelf zag als bondskanselier van het herenigd Duitsland en hij kreeg een misplaatste visie van zichzelf als bondskanselier van Europese eenheid. Tot dan had hij echt nog niks pro-Europees gedaan en hij dacht dat dit zijn nalatenschap zou zijn.”

Het werd ook zijn Europese erfenis. Bij zijn dood is hij herdacht in het Europees Parlement, met zijn kist midden in de plenaire zaal.

„Kohls wens om een begrafenis te hebben vanuit het Europees Parlement is ook een tragedie. Het overschaduwt wat een veel grotere prestatie van Kohl was. Kohl had een begrafenis moeten hebben bij de Brandenburger Tor.”

De hereniging van oost en west was zijn echte prestatie.

„Dát is inderdaad zijn historische wapenfeit. Eén, twee dagen nadat de Muur viel, ging Kohl naar de oostkant. Daar waren duizenden Oost-Duitsers en toen hij begon te spreken, schreeuwde de massa: ‘Helmut! Helmut!’ Dat was zijn moment van bekroning. Hij zou worden herinnerd voor deze zeer belangrijke prestatie. Dat hij een vredige hereniging had gebracht.”

En nu wordt hij herinnerd voor een grote fout?

„Ik denk dat hij zo herinnerd zal worden.”

Want u ziet de euro als een grote fout?

„Het is een enorme fout.”

Dus de euro kwam er niet om te voorkomen dat Duitsland te machtig zou worden in Europa?

„Nee, zo zat het niet. En de vraag is zelfs of dat überhaupt bereikt is. Gedurende de eurocrisis is Duitsland economisch steeds machtiger geworden en politiek dominanter. Bondskanselier Merkel is de leider van Europa geworden. Door die rol veroorzaakte ze verdeeldheid in Europa. Merkel is een dwingende kracht geworden.”

Is haar dat te verwijten?

„Nee, dat neem ik haar zeker niet kwalijk. Merkel speelt de rol die de geschiedenis haar heeft gegeven.”

Ze móet deze rol spelen?

„Ze heeft slechts twee keuzes, twee slechte keuzes. Of ze laat de euro uit elkaar vallen. Of ze doet wat ze heeft gedaan wat noodzakelijkerwijs tot deze spanningen in Europa heeft geleid.”

Door politici is veel goeds toegeschreven aan de euro. Heeft de euro vrede gebracht?

„Kijk naar Pakistan en Bangladesh, dat was ooit één land. Ze deelden een munt. Maar ze streden onderling tot ze splitsten in twee landen. India en Pakistan hebben vaak oorlog gevoerd. Maar dat was niet omdat ze een eigen munt hadden. Wat ik bedoel: een munt is geen verenigende kracht en een munt is geen bron van oorlog. Het idee dat een munt vrede kan brengen is weer zo’n over de top uitspraak. De euro bracht geen vrede, maar juist een intern verdeeld huis. Sommige economen vrezen zelfs dat de euro tot oorlog in Europa kan leiden. Ik geloof dat niet. Maar het punt is: de euro is niet alleen geen bron van vrede, het is bijna het tegenovergestelde ervan.”

Heeft de euro ons groei gebracht?

„Nee. Nul. De euro kon ons zowel economisch als politiek geen goed doen. Maar de munt bracht wel risico’s. Er werd een tijdje verteld dat de euro ons groei zou brengen. Het werd namelijk goedkoper om handel te drijven tussen de eurolanden. Maar de geschiedenis is duidelijk. In 1982 heeft Otmar Emminger, de president van de Bundesbank, gezegd dat dat niet waar is. In 1982! Hij zei: exporteurs drijven voortdurend handel en de valuta schommelen. Ze dekken zich in tegen dat risico.”

Heeft de euro ons welvaart gebracht?

„Als de euro ons geen groei bracht, bracht het ons ook geen welvaart. Het enige dat de euro doet, is ons gemak opleveren als we van Nederland naar België gaan om daar te gaan winkelen.”

Was de euro nodig om de Europese interne markt te laten functioneren?

„Nee. Je kunt prima een interne markt hebben zonder gezamenlijke munt.”

Duitse en Nederlandse exporteurs werden echter gek van de voortdurende valutaschommelingen. De Italiaanse lire ging steeds in waarde omlaag. Bracht de euro dan geen stabiliteit?

„Italië wordt steeds als voorbeeld genoemd. Maar de export naar Italië was relatief klein. De rest van de wereld was ook gewend aan die valutadalingen. Italië devalueerde om zo goedkoper en armer te worden. Zelfs als je gelooft dat dit Duitsland en Nederland schade bracht, is de vraag of je die prijs niet op andere manier betaalt als Italië in een gezamenlijke munt zit. Je krijgt misschien exportvoordeel ten opzichte van Italië, maar de Italiaanse economie groeit zeer matig. Het aandeel van de Duitse export naar Italië gaat alleen maar naar beneden, ook met de euro. En als Italië nu een aardbeving heeft, moeten de Duitsers te hulp schieten. Tegenover een bescheiden, vermoedelijk niet bestaand voordeel staan kosten die waarschijnlijk veel hoger zijn.”

Als de euro geen vrede, groei en welvaart bracht en niet nodig was voor de interne markt dan zijn de Europeanen toch voorgelogen?

„Ja, dat is de stelling in mijn boek.”

Al die claims waren gewoon niet waar.

„Deze vraag was een worsteling voor mij. Is er dan echt geen voordeel aan de euro? Ik zei tegen mensen waarmee ik discussieerde: zeg mij dan maar waar het voordeel zit. De handel in de eurozone zou toenemen. Die neemt juist af. Vertel me maar waar de winst zit. Ik heb nog geen enkel geloofwaardig bewijs gezien dat de euro ook maar enig economisch voordeel heeft gebracht. Sommigen zeggen dan dat de grote Europese Centrale Bank ons beschermt tegen crises. Dat snap ik niet. Polen zit niet in de euro, Zweden zit niet in de euro. Die hebben de crisis ook overleefd en misschien zelfs beter.”

Oud-premier Wim Kok heeft gezegd dat de financiële crisis een veel groter drama was geweest als iedereen nog zijn eigen munt had gehad. ‘De munt heeft een bloedbad voorkomen’, zei hij.

„Daar ben ik het mee oneens. Voor 100 procent. Kijk naar Polen. De euro maakte het allemaal erger. Voor sommige landen is de euro te duur, voor andere te goedkoop. Polen heeft de waarde van zijn zloty verlaagd. Iedereen is steeds zo negatief over devaluaties. Maar het mooie eraan is dat het een tijdelijke verlichting geeft. Het absorbeert schokken. Eén van de lessen is dat je met economisch beleid er altijd rekening mee moeten houden dat er iets misgaat. En dan heb je een stootkussen nodig.”

Dat zag je vooral bij Griekenland. Dat land kon zijn drachme niet meer aanpassen.

„In de crisis moest Griekenland daarom zijn lonen verlagen. Dan gaan consumenten juist minder kopen en daardoor wordt de recessie alleen maar erger. Op de langere termijn moet je je afvragen of het groei stimuleert. Als Griekenland zijn lonen verlaagt, is de vraag met wie ze eigenlijk concurreren. Als Griekenland met Turkije concurreert, zal een kleine loonsverlaging niet helpen. Dat geldt ook voor Italië. Als Italië de lonen zou verlagen, moet dat dan naar het niveau van Polen, of van Roemenië? Een kleine loondaling van 5, 6 procent zal niet helpen.”

Maar heeft wel grote sociale effecten.

„Het heeft enorme sociale effecten. Het levert amper economisch voordeel op, maar grote maatschappelijke schade.”

Maar ja, Griekenland had er zelf een puinhoop van gemaakt. Dan moeten ze ook maar boeten.

„We zijn het erover eens dat de Grieken dit zelf hebben veroorzaakt. Griekenland had ook niet in de euro gemoeten en misschien zelfs niet in de EU. De fout lag ook bij de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder en jullie minister van Financiën Gerrit Zalm. Zalm was fel tegen deelname van Italië aan de euro. Maar gek genoeg was hij positief over Griekenland.”

Ze dachten dat Griekenland maar een klein risico was.

„Inderdaad, Griekenland was maar klein. Iedereen die zegt dat Griekenland zelf de problemen heeft veroorzaakt, moet ook de verantwoordelijkheid nemen voor de euro-deelname van het land. Er was geen enkele reden voor. Als de Nederlanders klagen over Griekenland, moeten ze zich ook afvragen waarom ze het land hebben toegelaten. En als je ze eenmaal hebt toegelaten, zijn ze ook jouw probleem.”

U pleit ervoor dat we het grootste deel van de Griekse schuld kwijtschelden. Dat zal Nederland nooit doen. Dat voelt niet rechtvaardig.

„Dit is eerder een kille rekensom dan een kwestie van rechtvaardigheid. Een gezonder Griekenland zal een betere buur zijn, zowel economisch als politiek. Schuldeisers schelden wel eens schulden kwijt omdat ze zaken willen blijven doen.”

In je eigen belang?

„Inderdaad, het is eigenbelang van de schuldeisers om die schulden kwijt te schelden. Als je de Griekse schuld niet kwijtscheldt dan zal Griekenland blijven worstelen om de schuld terug te betalen en blijft het land onder de vernedering. Het blijft dan een gekolonialiseerde staat. Het Griekse parlement is geen echt parlement meer. Het tekent steeds bij het kruisje van maatregelen die elders zijn bedacht. Dit laat een diep litteken achter voor komende generaties Grieken. Ik denk niet dat de politieke kosten daarvan voldoende worden doorzien.”

ECB-president Mario Draghi zegt vaak dat de euro onomkeerbaar is. Heeft hij gelijk?

„Het grootste succes van de euro is dat het extreem moeilijk is ermee te stoppen. Elk scenario van een uiteenvallen van de euro zal zeer pijnlijk zijn en kostbaar voor heel veel mensen. Eén van Kohls uitspraken was dat de euro zo moeilijk uit elkaar te halen zou zijn dat niemand dat zou willen proberen. Daar had Merkel het mee te doen. Ze wist dat een einde van de euro extreem duur zou zijn. Daar hield ze aan vast. Onder haar gezag zou de euro niet eindigen. Daarom wist ik al die tijd al dat Merkel Griekenland niet uit de euro zou laten gaan, ook al zei haar minister van Financiën iets anders.”

Eén euro-exit zou het begin zijn.

„Dat noemde Merkel de domino-theorie. Dat risico wilde ze absoluut niet nemen.”

Hoe verantwoord is het van politici om aan een samenwerking te beginnen die je niet kunt beëindigen? Zijn we niet gevangen in de euro? Wat voor boodschap is dat voor je kiezers?

„De euro was een onverantwoord project. Nu heb je alleen maar slechte keuzes. De geschiedenis zal erover oordelen of een Griekse exit toch niet had moeten gebeuren. Of er toch niet gekozen moest worden voor het opbreken van de euro. Merkel vond dat risico te groot. Maar door de euro te redden zorgde ze voor vervreemding. In Italië, in Griekenland. Iets minder in Portugal en Spanje. Maar vooral ook in het noorden: Finland, Nederland, Duitsland. Nu spelen er vooral ook zorgen over migratie. Maar de onrust in die landen begon in 2012, 2013. Er is een politieke polarisatie ontstaan tussen noord en zuid. De economische verschillen waren er altijd al, nu zijn er ook grote politieke tegenstellingen. De euro is nu bij elkaar gehouden. Misschien lukt dat een volgende keer ook nog wel. Maar hou er rekening mee dat de volgende crisis komt terwijl de financiële kwetsbaarheden groter zijn, de schulden zijn hoger, de politieke tegenstellingen zijn veel groter, het wantrouwen is veel groter. In die context zal een volgende crisis Italië treffen en niet per se Griekenland. Dat is echt andere koek. Zijn ze dan nog steeds in staat de euro bij elkaar te houden en wat zijn de kosten daarvan?”

Merkel en president Macron willen dat er een eurozonebegroting komt om landen in economische problemen te helpen. Is dat een oplossing?

„Kent u de film Crocodile Dundee nog? Die gast, Paul Hogan, wordt door een jongeman bedreigd met een mes. Hij moet zijn geld geven. Hogan zegt: maar dat is geen mes. In een flits trekt hij een enorm mes uit zijn laars en zegt: dít is een mes! Wat Macron en Merkel willen is geen eurozonebegroting. Het is maar een klein bedrag, dat helpt niks. De begroting van de hele EU is maar 1 procent van de Europese economie. Wil je een eurozonebegroting de kracht geven van Paul Hogans mes dan moet die een paar keer zo groot zijn als de hele EU-begroting. Geen enkel land is bereid om dat te betalen. En dan nog, stel dat er zo’n grote eurozonebegroting is. Wie is er dan verantwoordelijk voor?”

Een speciale minister van Financiën?

„En aan wie legt hij verantwoording af? Aan de nationale parlementen? Aan het Europees Parlement? Het fundamentele probleem is dat we ons niet voldoende verbonden voelen. Stel dat die minister miljarden aan Italië geeft, dan geeft dat enorme politieke ophef in andere landen. Ik geloof niet dat er een grote begroting komt. Dit loopt op niks uit. Wie gaat er dan over dat geld? Ooit zei dat Commissie-voorzitter Romano Prodi dat de begrotingsregels dom waren. Hij wilde meer flexibiliteit. Hij bedoelde dat hij dan zou bepalen hoe de regels zouden worden toegepast. En daar begint het verzet uit de lidstaten.”

Daarom hebben we simpele regels gemaakt. Om discussies te voorkomen.

„Exact. Als flexibiliteit bij die simpele begrotingsregels al zo moeilijk is, hoe kunnen we dan ooit iemand laten beslissen over al die miljarden in een eurozonebegroting?”

Dus de enige oplossing is een volledige politieke unie?

„Ja, een volledige politieke unie. Waarbij Europeanen een Europees Parlement kiezen waaruit een regering wordt samengesteld. Een natiestaat dus.”

Dit wil Nederland niet.

„Precies en dat is het probleem.”

Het is ook niet mogelijk kleine stapjes te zetten?

„Nee, je kunt niet een muntunie maken waarbij sommige elementen er wel in zitten en andere niet. Het is alles of niks.”

U stelt voor een stap terug te zetten. Minder coördinatie, minder regels. Gaat een land failliet dan hebben de beleggers pech. Gelooft u echt dat dit model wél kan werken?

„De huidige begrotingsregels zijn echt niet goed. Dus die afschaffen is een vooruitgang. Verder vind ik dat de Europese Centrale Bank niet alleen naar inflatie maar ook naar werkgelegenheid moet kijken. Verder stel ik voor dat alleen nog staatsleningen worden uitgegeven die kwijtgescholden kunnen worden. Je zou dan het noodfonds stap voor stap kunnen afbouwen.”

Dit lost de grote verscheidenheid binnen de eurozone toch niet op?

„Nee, dat klopt. Het is het proberen waard. Maar ik denk dat als er weer een grote economische schok komt dan zal dit ook niet houdbaar zijn.”

Moeten we anders de Italianen en Grieken uit de euro zetten?

„Het is verstandiger als Duitsland en Nederland dan uitstappen. Dat is voor iedereen het minst pijnlijk. Dat is ook beter dan een eurozone die chaotisch uit elkaar valt.”

Financieel journalist

martinvisser