Nieuws/Financieel

Huiseigenaar in paniek gebracht met plannen die onhaalbaar of nodeloos duur zijn

Gasloze woning is gekkenwerk

Amsterdam - Sinds zondag 1 juli is het gasverbod voor nieuwbouwwoningen officieel van kracht. Maar moeten we nu dan ook massaal de cv-ketels in onze andere huizen vervangen? Beter is het om te wachten, want uit nieuw onderzoek blijkt dat de installateurs er ook nog niet klaar voor zijn.

Natuurlijk staat de telefoon bij Vereniging Eigen Huis (VEH) roodgloeiend wanneer er weer nieuwe berichten in de media verschijnen over een aardgasloos Nederland. „Sinds ’van gas los’ op tafel ligt, merken wij dat zeker. Mensen willen weten waar ze aan toe zijn. Of en wanneer hun wijk van het gas wordt afgesloten bijvoorbeeld. Dat is allemaal nog erg onduidelijk”, zegt Jan Roelof Hoving, bouwkundig specialist bij VEH.

In de Utrechtse wijk Overvecht plofte eind vorig jaar al een brief van de gemeente op de deurmat met daarin de mededeling dat de wijk van het gasnet wordt losgekoppeld. Utrecht heeft een links college dat graag voorop wil lopen in de energietransitie. Het stadsbestuur joeg daarmee vele honderden huiseigenaren de gordijnen in, de kranten stonden er bol van, vooral ook omdat er nog geen duidelijk plan op tafel lag hoe dat afkoppelen moet gebeuren zonder mensen nodeloos op extra kosten te jagen.

Kinderziekten

In de ogen van Hoving liep de gemeente Utrecht daarmee te ver voor de muziek uit. „Je moet bovendien oppassen mensen in een voorloperspositie te dwingen. Veel technologie is nog relatief nieuw. Dan betaal je niet alleen de hoofdprijs voor de aanpassingen aan je huis. Je hebt dan ook eerder te maken met allerlei kinderziekten.”

Wat ook niet helpt zijn de weinig bemoedigende resultaten van een nieuw onderzoek van VEH naar de rol van loodgieters. „Maar liefst 97,5% van de installateurs adviseert zijn klanten niet over duurzame alternatieven voor de cv-ketel. Dat is een gemiste kans”, schrijft Eigen Huis in een verklaring die vandaag naar buiten komt.

De vereniging baseert zich daarbij op de ervaringen van ruim duizend leden die het afgelopen jaar een cv-installateur over de vloer hadden. „Huiseigenaren worden van alle kanten aangespoord om hun woning te verduurzamen. Maar dan moeten cv-installateurs ook hun verantwoordelijkheid nemen”, stelt Eigen Huis.

De bevindingen van de vereniging van huiseigenaren zijn opmerkelijk. Eerder dit jaar zorgde Doekle Terpstra, boegbeeld van brancheorganisatie UNETO-VNI voor installatiebedrijven, nog voor veel onrust door een manifest te ondertekenen waarin de oude vertrouwde cv-ketel werd afgeschreven. Een woordvoerder van UNETO-VNI laat weten dat zijn organisatie zich niet herkent in het onderzoek. „Iemand die voor onderhoud komt heeft niet altijd tijd voor een compleet energieadvies”, aldus de zegsman, die wel zegt ’het signaal’ serieus te nemen.

Eigen Huis is sowieso geen voorstander van een verbod op ’de mono-cv-ketel’, zegt bouwkundig expert Hoving. „Dat idee is wel ingebracht voor het aanstaande Klimaat- en Energieakkoord. Maar zo duw je mensen wel heel erg naar een bepaalde technologie, namelijk de warmtepomp.”

Een investering in deze technologie brengt ook allerlei andere kosten met zich mee (zie illustratie), helemaal als een huiseigenaar echt helemaal ’van het gas los’ moet. Een cv-ketel brengt leidingwater naar een temperatuur boven de 80 graden. Een warmtepomp komt volgens Hoving niet verder dan 55 graden. Wil je dan toch een gerieflijke temperatuur halen, dan zul je fors moeten uitpakken.

Luchtdicht

„Je zult je huis luchtdicht moeten isoleren”, zegt Hoving. Dan moet je de knip trekken voor de isolatie van dak en gevels. Ramen en deuren moeten hermetisch sluiten. „Voor de broodnodige frisse lucht moet je een systeem laten aanleggen waarmee je mechanisch kunt ventileren.”

En ook het verwarmingssysteem zelf moet op de schop. Radiatoren moeten groter of er moet een vloerverwarming worden aangelegd, schetst Hoving.

De financiële impact van deze investeringen verschilt enorm per woningtype, zo blijkt uit een onderzoek van bureau Berenschot in opdracht van Vereniging Eigen Huis (zie illustratie).

En de transitie kost niet alleen veel geld, maar kan ook om heel andere redenen veel vergen van een eigenaar, waarschuwt Hoving. „Als je in een appartement woont, heb je vaak te maken met een vereniging van eigenaren. Bij niet al die verenigingen zit genoeg geld in kas om het gebouw te isoleren. En niet iedere appartementeneigenaar zal zomaar bereid zijn geld uit te geven aan de transitie.”

Monument

Een ander probleem zijn de huizen met een monumentale status. Daaraan mag wettelijk gezien nauwelijks worden verspijkerd. „Daarvoor blijft gas – of dat nou aardgas, biogas of waterstof is – de beste oplossing”, zegt Hoving.

Dit soort kwesties wordt ook besproken aan ’de onderhandelingstafel voor de gebouwde omgeving’, een van de tafels waaraan wordt gepolderd over het nieuwe Klimaat- en Energieakkoord. Op 10 juli verwachten de verschillende sectortafels – naast gebouwde omgeving, zijn dat ook de sectoren industrie, elektriciteitsopwekking, mobiliteit, landbouw en klimaatberaad – de bouwstenen voor het akkoord te kunnen presenteren.

Grote vraag is vooralsnog wie de rekening van de transitie moet betalen. Oud-PvdA-leider Diederik Samsom leidt de onderhandelingen aan de tafel voor de gebouwde omgeving en hij zegt dat ’de rekening zo eerlijk mogelijk wordt verdeeld’. Wie geen eigen geld heeft om te investeren in zijn huis, moet een goedkope lening kunnen krijgen die ’vastzit’ aan het pand. Hoe die leningen er precies uit komen te zien, is nog niet bekend, maar volgens de oud-politicus zouden de banken zich al hebben gecommitteerd aan zo’n oplossing.

Eigen Huis is kritisch. „Je moet mensen niet dwingen om meer geld te lenen”, zegt Hoving. Ook Samsom waarschuwt desgevraagd voor al te veel groen enthousiasme. „Ren nou niet meteen naar je aannemer of bouwmarkt. Daar kun je spijt van krijgen. We hebben de tijd, als het moet tot 2050”, zei hij eerder al tegen deze krant.

Het is de gemeente die straks bepaalt welke oplossing het beste is, zegt Samsom. Dat gebeurt op wijkniveau en het kan heel goed zijn dat gas plaatselijk onderdeel blijft van het energiesysteem. Ook kunnen huizen worden aangesloten op collectieve warmtevoorzieningen, zoals geothermische installaties of netwerken die restwarmte van bijvoorbeeld bedrijven leveren.

Elektriciteit wordt in dat model ontegenzeggelijk nog belangrijker, maar de transitie voltooien kan volgens Hoving alleen als je een mix van energiebronnen inzet: „Als je alles gaat elektrificeren, krijg je bovendien een enorme belasting van het elektriciteitsnetwerk. De vraag is of je dat allemaal elektrisch kunt realiseren. Ik denk dat het antwoord daarop nee is.”