Nieuws/Financieel

Column: ECB blijft stimuleren in 2019

De retoriek van de handelsoorlog zorgt voor volatiele aandelenmarkten en bedrijfsobligatiesmarkten. De verwachte verdere renteverhogingen in de Verenigde Staten ondersteunen de markten ook niet. Ook in Europa is de teneur dat de Europese Centrale Bank (ECB) dit jaar zal stoppen met haar steunaankopen die de markten ondersteunen. Echter dit is niet het geval. Het is een vorm van rebranding, we noemen het geen QE meer, maar we gaan wel in afgeslankte vorm verder. Dit kan en zal de markten in Europa verder ondersteunen.

Op dit moment koopt de ECB per maand €30 miljard aan obligaties. Dit zal vanaf september dalen naar €15 miljard tot het einde van het jaar. En dan stopt de QE, in naam dan. De herinvesteringen voortkomende uit de QE van de afgelopen jaren gaan gewoon door. Waarschijnlijk gaat het zelfs om bedragen van €15 miljard per maand. Net zo veel als de ECB vanaf september aan QE doet, alleen noemen we het vanaf januari 2019 geen QE meer. Maar voor de obligatiemarkt zal er vooralsnog weinig veranderen omdat er wel nog obligaties gekocht gaan worden. Het enige verschil is dat het geen nieuw geld is.

Herbeleggingen

Maar wat belangrijker is en nog niet helemaal vaststaat, is waarin herbelegd gaat worden en in welk tempo. Nu schrijven de regels voor dat zolang er vanuit QE gekocht wordt, staatsleningen binnen twee maanden worden herbelegd in het land van de oorspronkelijke aankoop. We weten nog niet wat de regels zullen na aanstaande december als QE stopt.

Tijdens de persconferentie op 14 juni, maakte ECB-president Mario Draghi een opmerking die in dit opzicht zeer belangrijk te noemen is. Hij zei namelijk dat de centrale bank van plan is de komende maanden de regels over herinvesteringen tegen het licht te houden. „It is an important decision. It’s not marginal one at all”, zei Draghi letterlijk. En daar heeft hij gelijk in. Tijdens de jaarlijkse ECB-conferentie in Sintra (Portugal) herhaalde hij dat weer en voegde er nog eraan toe dat het zal gaan over ‘het ritme van het herinvesteringsbeleid.’