Financieel/Geld

Column: Zorgplicht pensioenuitvoerder

Door Henny van den Hurk

DIJKSTRA BV

Inmiddels weten we dat een pensioenuitvoerder regelmatig op de vingers getikt wordt door de rechter als er niet op juiste en zorgvuldige, maar vooral ook helder en duidelijke wijze met de deelnemers wordt gecommuniceerd. Het komt erg precies, en de deelnemer mag niet te snel meer rechten ontlenen aan één briefje of opgave van de pensioenuitvoerder.

DIJKSTRA BV

Dan moet er vaak meer aan de hand zijn en meer water door de zee zijn gestroomd. Van een pensioenuitvoerder kan ook in de communicatie verwacht worden dat er voor bepaalde risico’s of situaties wordt gewaarschuwd of gevolgen van bepaalde handelingen.

Recent oordeelde de rechter, dat een pensioenuitvoerder wél voldoende had gedaan.

Wat speelde er?

Een werknemer was bij diverse werkgevers in dienst geweest. Gedurende alle dienstverbanden was de werknemer als deelnemer in dezelfde pensioenregeling opgenomen geweest, omdat alle werkgevers nu eenmaal bij hetzelfde pensioenfonds waren aangesloten. De werknemer had tot 1 november 2010 pensioen opgebouwd. De pensioenregeling omvatte tot 1 januari 2004 een eindloonregeling en nadien een geïndexeerde middelloonregeling.

De werknemer ontvangt sinds 1 november 2010 zijn ouderdomspensioen van het pensioenfonds. De werknemer genoot een ouderdomspensioen van ruim € 41.000 bruto per jaar. Daarnaast ontving hij ook nog zijn AOW. De werknemer was het niet eens met de hoogte van zijn pensioen. Hij vond dat het pensioen aanzienlijk hoger diende te zijn. De rechter in eerste aanleg wees de vorderingen af. De werknemer was van mening, dat hij recht had op een redelijk pensioen, want zo stond dat op zijn pensioenoverzichten. En een redelijk pensioen was bij de onderhavige pensioenuitvoerder 70% van zijn laatste loon.

Ondernemer

Maar dat bleek hij dus niet te ontvangen. De reden hiervan was gelegen in het feit dat de werknemer gedurende een 3-tal jaren zélf ondernemer was geweest en zijn deelname onderbroken was geweest (tussen 1978 en 1981). De pensioenuitvoerder had hier een pensioenknip toegepast. Dat houdt in deze situatie kort gezegd in, dat de nadien opgebouwde eindloonaanspraken geen backservice opleveren over de jaren voor 1981. En daardoor ontstond het pensioentekort.

De werknemer was van mening dat de pensioenuitvoerder dit toepassen van een pensioenknip aan hem had moeten communiceren. Er was immers nooit een melding van gemaakt in de pensioenoverzichten die hij had ontvangen in de jaren van de opbouw. De werknemer vorderde dan ook dat hem strikt genomen dus meer rechten werden toegekend dan op basis van het pensioenreglement op te bouwen waren.

Helder overzicht

De rechter in hoger beroep kwam tot het oordeel, dat de werknemer steeds periodiek een helder en duidelijk overzicht had ontvangen van de pensioenuitvoerder betreffende zijn pensioenopbouw. De werknemer kon concreet zien welke bedragen naar verwachting en op basis van hetgeen hij had opgebouwd, op de pensioengerechtigde leeftijd aan hem konden worden uitgekeerd. De rechter in hoger beroep stelde vast dat de genoemde bedragen op de overzichten veel lager waren dan het bedrag dat de werknemer stelt dat hij mocht verwachten.

Op de overzichten had de pensioenuitvoerder wél aandacht besteed aan het onderwerp van een mogelijk pensioentekort en de werknemer was daardoor gewezen op de mogelijkheid dit bij te verzekeren. De werknemer had echter naar aanleiding daarvan geen vragen heeft gesteld aan de pensioenuitvoerder of daarnaar onderzoek gedaan.

Nu in de pensioenoverzichten telkens (ook) concrete bedragen werden vermeld én de pensioenuitvoerder waarschuwde tegen een mogelijk pensioentekort, mocht werknemer niet uitsluitend afgaan op de algemene mededeling van de pensioenuitvoerder dat een redelijk pensioen 70% bedraagt van het laatstverdiende loon. Maar ook dat daarvoor in elk geval 40 volle dienstjaren nodig zijn. De rechter in hoger beroep achtte in dit verband van belang dat de pensioenuitvoerder ook had vermeld dat om dat ‘redelijke pensioen’ te bereiken, ‘in elk geval’ 40 volle dienstjaren moeten worden gemaakt.

Gewaarschuwd

De rechter in hoger beroep oordeelt dan ook, dat niet valt in te zien waarom de pensioenuitvoerder had moeten meedelen dat zij de pensioenknip had toegepast. De pensioenuitvoerder heeft concreet de bedragen genoemd die voor werknemer van toepassing waren (met toepassing van de pensioenknip) en gewaarschuwd voor tegen een pensioentekort.

In dit geval werd dus geoordeeld dat de pensioenuitvoerder wel genoeg had gedaan. Helaas komt het vaak voor dat dat niet het geval is. Het loont dan ook steeds de moeite om de inspanningen van de pensioenuitvoerder te onderzoeken op volledigheid en de vraag of voldaan wordt aan de communicatieverplichtingen.

Mw. mr. Henny van den Hurk (1966) is mede-oprichtster en partner van Gommer & Partners Pensioen Advocaten in Tilburg. Gommer & Partners houdt zich bezig met alle facetten van het pensioenrecht voor alle professionele partijen in de markt.