Financieel/Geld

Honderden euro’s kwijt aan sport

Door Martijn Klerks

Voor je topsporter wordt als Kiki Bertens, moet je eerst veel tijd en geld investeren.

Voor je topsporter wordt als Kiki Bertens, moet je eerst veel tijd en geld investeren.

Getty Images

Amsterdam - Miljoenen euro’s per jaar geven gezinnen uit aan sport. Lidmaatschappen van sportclubs, kleding en schoenen, en de ’derde helft’ in de kantine drukken voor honderden euro’s op het huishoudboekje.

Voor je topsporter wordt als Kiki Bertens, moet je eerst veel tijd en geld investeren.

Voor je topsporter wordt als Kiki Bertens, moet je eerst veel tijd en geld investeren.

Getty Images

En met een even overvolle als onontkoombare sportzomer als inspiratiebron – dit weekend zijn de finales van Wimbledon en het WK voetbal, plus een kasseienrit in de Ronde van Frankrijk – zullen veel kinderen (en sommige volwassenen) het verlangen niet kunnen onderdrukken om de nieuwe Kiki Bertens, Kylian Mbappé of Tom Dumoulin te worden. Dat kost niet alleen extreem veel trainingsuren, maar ook wat geld.

Kantine

Gemiddeld geven gezinnen €360 per jaar uit aan lidmaatschappen van sportverenigingen voor de kinderen, rekende het Utrechtse sportonderzoekscentrum Mulier Instituut in 2016 uit. Een vader of moeder die zelf sport, geeft daar €250 per jaar aan uit. Dan heb je ook nog deugdelijke kleding en schoenen nodig (€157), én blijf je altijd even in de kantine hangen (€163).

De ene sport is daarbij wel duurder dan de andere. De meest prijzige sport is met €2100 per jaar wielrennen, blijkt uit een onderzoek dat de KU Leuven in oktober publiceerde. Daarna wordt het snel goedkoper: een paardrijdend kind kost al €807 op jaarbasis, een jong voetballertje €458. Aan de nieuwe Roger Federer bent u volgens de Belgische onderzoekers nog iets minder uit: een kind een jaar laten tennissen kost €439. In de staart van de lijst staan turnen (€236), judo (€220), zwemmen (€186) en squash (€121). En dan hebben de Belgen de reiskosten van en naar trainingen en wedstrijden niet eens meegerekend.

Contributie

In eerder onderzoek van het Mulier Instituut, waarin alleen de contributie wordt bekeken, komt tennis ook al als goedkoopste sport voor jongeren uit de bus: €78 per jaar, tegen bijna het dubbele voor voetbal. Hockey is met een contributie van €255 veruit het duurst. In het Mulier-onderzoek ontbreken wel veel sporten, waaronder wielrennen.

Zonder subsidie van gemeenten zou een sportend kind nog veel duurder zijn, maar met alle uitgaven aan tenues en dergelijke is het geen wonder dat bij gezinnen die het even minder breed hebben, het lidmaatschap van de sportclub (of fitness) er als eerste uit gaat. Gezinnen die hun inkomsten zien terugvallen, bezuinigen in de helft van de gevallen op sportuitgaven. Opmerkelijk: het lidmaatschap van de sportclub blijft daarbij vaak buiten schot. Huishoudens bezuinigen liever op toebehoren: een keertje geen nieuwe schoenen of T-shirt, na afloop niet meer in de kantine blijven hangen.

Bezuinigingen

In het algemeen zijn uitgaven aan sport niet heel gevoelig voor het economisch tij, concludeert Mulier-onderzoeker Paul Hover: „Bij een licht aantrekkende economie veren ze niet onmiddellijk op, maar in tijden van recessie prijzen ze ook niet bovenaan het lijstje van bezuinigingen van gezinnen.”

Moet je toch bezuinigen, dan kan dat als gezegd op kleding en materiaal. Wellicht kan een jonger kind het te klein geworden sporttenue van een oudere broer of zus dragen. Via veel verenigingen kun je goedkoop sportkleding of materiaal kopen. En als een kind echt Dylan Groenewegen of Tom Dumoulin achterna wil: op Marktplaats staan kleine racefietsen die goed genoeg zijn voor de eerste jaren.

Armoede

Voor wie de contributie een te grote hobbel is, bestaat het Jeugdfonds Sport. Bijna 250 (van de 380) gemeenten doen daaraan mee. Leerkrachten of andere hulpverleners van kinderen die in armoede leven kunnen financiële hulp aanvragen voor het lid worden van een sportvereniging. Het fonds groeit al jaren harder dan het zelf heeft begroot. Vorig jaar wilde het 50.000 kinderen ondersteunen, maar het werden er 60.103, maar liefst 20% meer.

Vooral in grote steden is er nog de mogelijkheid om een pas voor minima te krijgen: de Ooievaarspas in Den Haag of de U-Pas in Utrecht. Sommige verenigingen geven mensen met zo’n pas korting op de contributie.