Nieuws/Financieel

Troebele toekomst voor pensioen

Door Leon Brandsema

1 / 2

De klad zit er weer in bij de pensioensector. In 2017 leken de grote pensioenfondsen zich met imposant herstel weer in de veilige haven te loodsen. Maar terwijl de dreiging van kortingen steeds dichterbij komt, valt de opmars van de fondsen bijna stil. En het beeld voor de nabije toekomst ziet er bepaald niet florissant uit, zeggen experts.

1 / 2

„Het gaat niet zo goed als we zouden willen”, is het understatement dat Bastiaan Starink, pensioenspecialist bij PwC, gebruikt om de situatie in pensioenland te duiden. „De rente stijgt niet, daar had de sector wel op gehoopt. De levensverwachting is gestegen, dat drukt ook op de dekkingsgraden. En veel fondsen vragen geen volledig kostendekkende premie. Dus kopen we ieder jaar met verlies pensioenen in voor de mensen die nu nog aan het werk zijn en pensioen opbouwen.”

En daardoor zitten we nu met de situatie dat vier van de vijf grootste pensioenfondsen hun beleidsdekkingsgraden nog altijd op een niveau hebben dat in de komende jaren tot een korting moet leiden. Uitzondering is al tijden bpfBouw, dat ruim boven de kritische grens zit en zelfs alweer kan indexeren.

In de gevarenzone

Dat is voor de andere vier grote fondsen - ABP, PFZW, PME en PMT - nog lang niet in beeld. Zij zitten in het web van de zeer moeilijk te begrijpen regels rondom het verplicht korten van het pensioen. Daarvoor wordt gekeken naar de actuele dekkingsgraad en de beleidsdekkingsgraad. De actuele dekkingsgraad laat zien hoeveel een pensioenfonds in kas heeft ten opzichte van de verplichtingen. Zijn de verplichtingen €100 en zit er €110 in kas, dan is de dekkingsgraad 110%. De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de actuele dekkingsgraden van de afgelopen twaalf maanden.

Voor PME en PMT geldt dat zij eind 2019 hun beleidsdekkingsgraad boven 104,3% moeten hebben, voor ABP en PFZW is dat een jaar later. Er is nog een ontsnappingsroute: als de over twaalf maanden gemeten beleidsdekkingsgraad de 104,3% niet heeft gehaald, maar de actuele dekkingsgraad van december 2019 (PME en PMT) of 2020 (ABP en PFZW) wel, krijgen de fondsen nog een jaar uitstel.

Het gaat nog een moeilijk verhaal worden, ook voor de fondsen die nog tweeënhalf jaar hebben, denkt Corine Reedijk, pensioenexpert bij Aon Hewitt. „Het is al heel lastig voor verschillende fondsen onderaan, die moeten roeien met de riemen die ze hebben. Ze hebben ook weinig bewegingsruimte. Wat kunnen ze nog doen in anderhalf of tweeënhalf jaar? Ze mogen gezien de financiële situatie ook niet risicovoller gaan beleggen.”

’Beter meteen korten’

Als het uiteindelijk tot een verplichte korting komt, is dat wat hoogleraar pensioenrecht Hans van Meerten betreft mosterd na de maaltijd. „We hebben steeds aan uitstel van executie en het vooruitschuiven van problemen gedaan. Fondsen hadden allang een keer moeten korten. Voor fondsen in onderdekking geldt dat als je nu niet kort, je het risico loopt dat je geld aan het uitdelen bent dat er helemaal niet is. Bij de minste of geringste tegenvaller komen deze fondsen echt onder water te staan.”

Starink rekent voor wat een tegenvaller op de beurzen zou betekenen voor de dekkingsgraden van pensioenfondsen. „Ongeveer 30 tot 40% van de beleggingen van pensioenfondsen zit in aandelen. Dus stel dat de wereldwijde aandelenmarkten 20% terugvallen, dan moet je rekenen op een daling van de dekkingsgraden met 6 tot 8%.”

Pensioenfondsen hoopten lange tijd dat er een akkoord over het nieuwe pensioenstelsel zou zijn, voordat ze verplicht het mes in de oude dag van hun deelnemers moeten zetten. Maar gezien het immer voortdurende gebakkelei in de polder daarover, lijkt dat ijdele hoop. Hoogleraar Van Meerten vindt ook niet dat fondsen daar nu nog op moeten zitten gaan wachten: „We kunnen een hele discussie gaan voeren over de huidige regels en het huidige pensioenstelsel. Dat doe ik ook graag, maar dit is waar we voorlopig mee te maken hebben en waar we mee moeten werken.”

Dit artikel verscheen afgelopen zaterdag in de krant.