Nieuws/Financieel

Column: hand van de knip

ANP XTRA

Begin deze maand bleek het officiële percentage werklozen in de Verenigde Staten iets te zijn opgelopen van 3,8 naar 4,0 procent. Tegelijkertijd kwamen er wel meer dan 200.000 nieuwe banen bij. De gestegen werkloosheid was voornamelijk het gevolg van het feit dat er meer mensen, die eerder de moed hadden verloren, nu op zoek zijn gegaan naar een baan.

ANP XTRA

Bovendien zit ook in de Verenigde Staten het schooljaar erop. Veel scholieren en studenten overspoelen in deze periode de arbeidsmarkt waardoor het werkloosheidspercentage iets oploopt.

Krap

Ondanks de lichte stijging is de werkloosheid nog altijd erg laag. Bovendien staan er in de Verenigde Staten, net als bij ons, behoorlijk veel vacatures open. Dat zijn de banen waar niemand voor gevonden kan worden, in ieder geval niet tegen het geboden salaris. Daarmee komen we op een heikel punt dat economen al enige tijd bezighoudt.

Want hoe komt het toch dat de lonen niet echt stijgen terwijl er een enorme krapte heerst op de arbeidsmarkt? Mede door de achterblijvende loonstijging blijft de inflatie relatief laag en in het kielzog daarvan ook de rente. Een doorstomende economie gecombineerd met een lage inflatie en een lage rente is de hemel op aarde voor beleggers.

De angst onder beleggers is dat bedrijven eventueel hogere lonen doorrekenen in hogere prijzen. De inflatie zou erdoor oplopen en de rente ook. Daardoor zou de economie vervolgens in een recessie kunnen raken. Het is deze gevreesde uitkomst die de Fed heeft doen besluiten de rente geleidelijk op te trekken naar een meer normaal niveau.

Het is echter de vraag of deze weg der geleidelijkheid begaanbaar blijft. Er komt immers een punt waarop bedrijven zo hard nieuwe werknemers nodig hebben dat ze bereid zullen zijn er de hand voor van de knip te halen met alle gevolgen van dien.

Aandeel werknemers historisch laag

Het is uiteraard de vraag of en wanneer dat punt wordt bereikt. Sinds 1929, het jaar dat men dergelijke data is gaan bijhouden, schommelt het aandeel van de werkende klasse in de winst van bedrijven gemiddeld tussen de 65 en 80 procent.

Naast de belasting ging de rest van de winst naar aandeelhouders en schuldeisers in de vorm van dividend en rente. Tussen 1970 en 2003 kwam dit percentage gemiddeld op 73 procent uit, terwijl er 12 procent aan beleggers werd uitgekeerd. Deze eeuw vindt er echter een verschuiving plaats die tijdens de financiële crisis versnelde.

Opgerekt

Tegenwoordig is het deel dat naar de kapitaalverschaffers gaat maar liefst 17 procent. Dat is vijf procent meer dan het historisch gemiddelde. Zo bezien is het dus niet zo vreemd dat de beurzen bleven stijgen terwijl de werknemers wereldwijd steeds meer begonnen te morren. De verkiezing van Trump kwam niet zomaar uit de lucht vallen.

De huidige situatie lijkt tot het uiterste punt opgerekt. Dat blijkt ook uit de cijfers. Het aandeel van de werknemers loopt sinds een paar jaar iets op. Zo groeien de lonen momenteel harder dan de arbeidsproductiviteit. De balans tussen arbeid en kapitaal lijkt daarmee in het voordeel van arbeid door te slaan.

Beleggers doen er goed aan dit in hun beslissingen mee te nemen. Zo wijst onderzoek uit dat ieder procent minder winstaandeel leidt tot een daling van 13 procent aan rente- en dividenduitkeringen. Zou het werknemersaandeel weer oplopen naar het niveau van 1970-2003 dan kunnen beleggers zo maar tegen een verlies van 50 procent aanlopen.

Welke kant gaan we op?

Het lijkt er een beetje op dat de gouden tijden van beleggers weliswaar nog niet voorbij zijn maar wel op hun einde lopen. De onrust op de beurzen komt de laatste tijd niet voor niets vooral uit politieke hoek. Handelsoorlogen, nationalisme en importtarieven, het zijn stokpaardjes van populistische politici die in de gaten hebben wat er aan de hand is en daar hun voordeel mee willen doen.

Door: Martine Hafkamp, algemeen directeur Fintessa Vermogensbeheer