Nieuws/Financieel

Investering groene energie zakt ineen

Investeringen in duurzamere en herwinbare energie en efficiencymaatregelen nemen af. Dat blijkt cijfers van het Internationaal Energieagentschap.

Daarmee komen de doelen van beperking van milieuvervuiling via het klimaatakkoord van Parijs in gevaar, aldus het agentschap. Dit is het derde jaar op rij. Ook voor dit jaar jaar wordt een teruggang verwacht.

De teruggang lijkt in strijd met de trend onder bedrijven en overheden om meer te willen investeren in schonere energie, aangespoord door de politiek. Het Nederlandse kabinet presenteerde op 10 juli de hoofdlijnen van een klimaatakkoord opgesteld en loopt hiermee voorop.

Uitgaven in schonere energie voor verwarming, airconditioning en verlichting in auto’s en gebouwen namen in 2017 met 3% af afgezet tegen het jaar ervoor, zo blijkt uit het jaarrapport.

„Die daling baart zorgen”, aldus IEA-directeur Fatih Birol tegen de Financial Times. „Hoewel we deze investering snel nodig hebben, is het teleurstellend om te merken dat dit dit jaar mogelijk minder wordt.”

Het terugdringen van de CO2-uitstoot is al jaren beeldbepalend in wereldwijde aanpak om vervuiling en klimaatverandering te bestrijden. Maar door vermindering van de subsidies en de dalende prijzen voor wind- en zonne-energiebedrijven is een afname van de investeringen ingezet, constateert het in 1973 opgerichte IEA met 29 landen.

Afname investeringen

Investeringen in hernieuwbare energie, die goed waren voor tweederde van de uitgaven voor nieuwe generaties, daalden in 2017 met 7% ten opzichte van het jaar ervoor, tot ongeveer $298 miljard.

Dit komt volgens het IEA deels door de lagere kapitaalkosten voor windprojecten op land, een afname van waterkrachtinvesteringen en de teruggang van de steun van overheden voor goedkopere zonne-energie-ontwikkelingen.

Uitgaven om meer energie-efficiëntie lieten vorig jaar een van de sterkste expansies zien, tot $ 236 miljard vooral door de investeringen in verbetering van gebouwen en groener transport. Toch is deze groei van 3 procent langzamer dan voorgaande jaren.