Financieel/Geld

Makelaars willen louche types kunnen weren

Den Haag - Makelaars willen louche figuren kunnen weren. Ze vragen om wetgeving zodat ze potentiële huurders kunnen weigeren, bijvoorbeeld mensen die in het verleden een wietplantage hebben gehad.

Dat stelt Hans van der Ploeg, directeur van brancheorganisatie VBO Makelaar. „Een criminele huurder heeft vrij spel, omdat de wetgever privacy van de huurder prevaleert boven het aanpakken van criminaliteit in vastgoed.”

De makelaars zijn ontevreden omdat zij in het verleden wél succesvolle samenwerking met justitie hadden op dit gebied. In enkele gemeenten waren hierover afspraken gemaakt. Daar gaf de politie aan makelaars informatie over louche huurders. Ze kregen te horen of de potentiële bewoner wel of niet een risico vormde, op basis van eerdere fouten. Het stoplichtmodel werd het genoemd: iemand kreeg wel of geen groen licht om ergens een woning te huren.

Maar er werd nationaal ingegrepen en de samenwerking tussen makelaars en politie werd gestopt. Deze uitwisseling van politiegegevens zou tegen het gegevensbescherminsrecht ingaan.

Stoplichtmodel

De makelaars vragen nu aan minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) om de wet zo te wijzigen dat het stoplichtmodel weer ingevoerd kan worden, en deze keer landelijk. Op die manier kan voorkomen worden dat een huurder elders makkelijk weer criminele activiteiten voort kan zetten, zeggen zij. Van der Ploeg vindt dat mensen die ’rood licht’ krijgen, alleen in de sociale huur terecht zouden moeten kunnen komen en niet bij verhuurders die misschien een paar pandjes hebben en geen ervaring hebben met de gevaren van louche verhuurders. Bovendien kan er in de sociale huur extra toezicht geregeld worden op deze groep, zegt de makelaarsorganisatie.

Minister Grapperhaus zegt dat het gegevensbeschermingsrecht echt geen ruimte biedt om dit opnieuw in te kunnen voeren. Hij onderstreept wel het doel van het eerdere stoplichtmodel: „namelijk het tegengaan van de verhuur van woon- en bedrijfsruimten voor criminele doeleinden”. De bewindsman bekijkt of hij dit met ’een alternatieve oplossing’ ook kan bereiken.

De makelaars blijven erbij, zij willen snel de oude oplossing. „Dat werkte al.”