Nieuws/Financieel

Column: Let op uw BMI

AFP

Mensen worden steeds zwaarder. Ook in Nederland neemt het aantal gevallen van overgewicht toe. We eten te veel en we bewegen te weinig. Een ware explosie van dieetboeken, -goeroes en fitnessapparatuur heeft deze trend niet kunnen keren.

AFP

Er is ook een index die het gewicht berekent in verhouding tot de lichaamslengte, de Body Mass Index (BMI). De BMI geeft een schatting van het gezondheidsrisico van je lichaamsgewicht.

Hamburger

Het Britse weekblad The Economist lanceerde in 1986 echter een andere BMI, de Big Mac Index. Deze index geeft een geheel andere verhouding weer, namelijk die van de koers van de Amerikaanse dollar afgezet tegen andere valuta. Door de koopkracht van de dollar te vergelijken met die van een andere munt kan men zien hoeveel dollars die munt eigenlijk waard zou moeten zijn en of de wisselkoers te hoog of te laag is. Uitgangspunt is de prijs van de beroemde hamburger, een Big Mac, die overal ter wereld wordt gefabriceerd en verkocht.

Deze Big Mac-index klinkt grappig, maar blijkt behoorlijk betrouwbaar. De hamburger ziet er namelijk overal hetzelfde uit. Bovendien bestaat hij uit verschillende producten: vlees, brood, groenten en arbeid. Aangezien McDonald’s deze producten overal lokaal inkoopt, is een index op basis van een Big Mac een aardige doorsnede van het prijsniveau in een lokale economie. De Big Mac index wordt tweemaal per jaar gepubliceerd.

Overeenkomst

Waarom deze aandacht voor twee ogenschijnlijk totaal verschillende indices? Welnu, behalve als grondslag voor een ingenieuze methode om de waarde van valuta te berekenen vormt de hamburger, en zeker die van McDonald’s, mede de basis van het uitdijen van die andere BMI. Met name de fors toegenomen inname van snelle snacks hebben er toe bijgedragen dat de mensheid steeds meer met overgewicht te kampen heeft.

In hoeverre is de hamburger ook geschikt om een adequate inschatting te maken van de waarde van een valuta? Zo is de verwachte waarde van de dollar voor beleggers een cruciaal onderdeel bij hun beleggingsbeslissing. Daarbij dienen ze zich te baseren op de visie van gespecialiseerde analisten. Hoe beredeneerd ook, deze visie zit er nogal eens naast. En vervolgens lopen beleggers het risico om met hun andere, daarvan afgeleide beslissingen, de plank ook volledig mis te slaan. Wanneer de dollar besluit om een andere weg in te slaan dan verwacht kan een veronderstelde lucratieve belegging in de VS opeens een zwaar verliesgevende blijken te zijn.

Zo noteerde de dollar begin 2017 1,04 tegen de euro. Analisten waren het er vrijwel unaniem over eens dat de dollar weldra pariteit zou bereiken. Het zou nooit gebeuren. Sterker, de dollar zou een daling inzetten naar 1,25 tegen de euro ruim een jaar later. De financiële wereld was onaangenaam verrast. Beleggers werden om de oren geslagen met uitspraken als ’valutaire tegenwind’ en ’gecorrigeerd voor valutaverschillen’. Aandachtige volgers van de Big Mac-index wisten echter wel beter. Zo gaf deze index al begin 2017 aan dat de reële waarde van de dollar 1,24 zou moeten zijn, gebaseerd op de beroemde hamburger. Tsja, de hamburger bleek een betere voorspeller dan menig deskundig analist.

Consensus gedraaid

En nu? Begin dit jaar was de consensus over de dollar volledig gedraaid. Er werd een verdere daling van de dollar verwacht. De Big Mac index gaf begin dit jaar echter een onderwaardering van de dollar van 11 procent aan ten opzichte van de euro. Een stijging lag dus in het verschiet! En inderdaad, een half jaar later blijkt de dollar na een dip in februari te zijn opgeklommen van 1,25 naar 1,17.

Wederom bleek de Big Mac-index een redelijk goede voorspeller. Momenteel lijken analisten enigszins verdeeld over de koers van de dollar. Enerzijds lijkt de sterkte van de Amerikaanse economie een verdere rally te rechtvaardigen. Anderzijds maakt men zich zorgen over het zwakke fundament van de Amerikaanse economie als gevolg van de enorme staatschuld. De Big Mac Index geeft een onderwaardering van 5 procent aan van de dollar tegen de euro.

Kritiek op de Big Mac Index

Een punt van kritiek op het gebruik van de Big Mac Index is dat de prijs van een hamburger in minder welvarende landen lager moet zijn dan in rijkere landen omdat de kosten (loon en huur) er lager zijn. Dit punt lijkt terecht. De inrichters van de Big Mac Index hebben in reactie daarop een voor het BNP aangepaste index geïntroduceerd. Een relatie tussen de prijs van een hamburger en het BNP per hoofd van de bevolking maakt wellicht een betere inschatting van de waarde van een munt mogelijk. Overigens is bij bovengenoemde waarden van de dollar hier reeds gebruik van gemaakt.

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer.