Nieuws/Financieel

'Lager begin voor Damrak'

Amsterdam - De Amsterdamse aandelenbeurs begint woensdag waarschijnlijk met verlies. Ook de andere Europese beurzen lijken lager te openen na de winstbeurt een dag eerder. De handel wordt opnieuw gedomineerd door de kwartaalcijfers van grote Europese beurzen. Op het Damrak verwerken beleggers de resultaten van chipbedrijf ASMI.

Aan het politieke front ontvangt president Donald Trump woensdag Europese Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker in het Witte Huis om te praten over verbetering van de trans-Atlantische handelsbetrekkingen. Het handelsconflict tussen de VS en de EU dreigt te escaleren door de Amerikaanse heffingen op staal en aluminium en het dreigement van fors hogere importtarieven op Europese auto’s en auto-onderdelen.

ASM International (ASMI) kwam dinsdag nabeurs met cijfers. De toeleverancier aan de chipindustrie rekent voor de tweede helft van het jaar hoger op een hogere omzet dan in eerste helft. Ook denkt het bedrijf sneller te kunnen groeien dan de markt. In het tweede kwartaal bedroeg de orderinstroom 176 miljoen euro en de omzet 209 miljoen euro. De bruto winstmarge kwam in de afgelopen periode uit op 42,1 procent.

Deutsche Bank

In Frankfurt staat Deutsche Bank in de schijnwerpers. De grootste bank van Duitsland presteerde in de afgelopen verslagperiode beter dan verwacht.

Ook Banco Santander heeft het in het tweede kwartaal beter gedaan dan verwacht. De Spaanse bank wist meer klanten te trekken, onder meer doordat de klanten van de vorig jaar overgenomen Banco Popular in maart werden toegevoegd.

De Europese beurzen sloten dinsdag hoger. De AEX-index steeg 0,6 procent tot 573,62 punten. Dat is het hoogste niveau sinds 2001. De MidKap klom 0,9 procent tot 778,08 punten. De beurzen in Londen, Parijs en Frankfurt wonnen tot 1,1 procent.

Euro

Ook Wall Street ging overwegend omhoog. De Dow-Jonesindex eindigde 0,8 procent in de plus op 25.241,94 punten. De brede S&P 500 kreeg er 0,5 procent bij en de technologiegraadmeter Nasdaq bleef vrijwel vlak.

De euro was 1,1681 dollar waard, tegen 1,1692 dollar een dag eerder. De prijs van een vat Amerikaanse olie steeg 0,4 procent tot 68,81 dollar. Brentolie kostte 0,8 procent meer op 74,02 dollar per vat.