Nieuws/Financieel

GM duikelt op Wall Street

New York - De aandelenbeurzen in New York lieten woensdag halverwege de sessie een wisselend beeld zien. General Motors (GM) was een opvallende daler na een winstalarm. Vooral de ontmoeting tussen de Amerikaanse president Donald Trump en Europese Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker om handelsspanningen weg te nemen houdt de gemoederen bezig.

De Dow-Jonesindex stond omstreeks 19.30 uur (Nederlandse tijd) 0,2 procent lager op 25.185 punten. De brede S&P 500 steeg 0,2 procent tot 2826 punten en de Nasdaq dikte 0,5 procent aan tot 7882 punten.

GM verloor in dik 7 procent aan beurswaarde. Het concern kampt met de gevolgen van van gestegen aluminium- en staalprijzen en ongunstige wisselkoerseffecten.

Qualcomm

Verder was er aandacht voor chipbedrijven Qualcomm (min 0,8 procent) en NXP Semiconductor (min 2,4 procent) nu de door hen gehoopte samenvoeging bij de laatste, cruciale horde is aangekomen. De Chinese autoriteiten hebben tot middernacht (New Yorkse tijd) om de overname goed te keuren. Geven ze geen groen licht, dan is de hele samensmelting mogelijk van tafel.

Vliegtuigbouwer Boeing verhoogde naar aanleiding van de kwartaalcijfers zijn omzetverwachting voor de rest van het jaar. Evengoed leverde het concern 2,4 procent aan beurswaarde in. Frisdrankmaker Coca-Cola boekte een fors hogere winst op een lagere omzet. Het aandeel steeg 1,7 procent.

Northrop Grumman

Defensieconcern Northrop Grumman speelde bijna 6 procent aan beurswaarde kwijt na publicatie van de cijfers. Onder meer de mindere prestaties bij de technologietak van het bedrijf zorgde voor gefronste wenkbrauwen.

Pakketbedrijf UPS (plus 5 procent) en airconditionerfabrikant Ingersoll Rand (plus 4 procent) wisten wel te overtuigen met hun resultaten. Dat gold weer niet voor telecomconcern AT&T dat 4 procent verloor.

Facebook

Facebook won, vooruitlopend op de kwartaalcijfers die het techbedrijf na de slotbel publiceert, 1,4 procent aan beurswaarde. Het aandeel steeg tussentijds naar recordhoogte.

De euro was 1,1685 dollar waard, tegen 1,1670 dollar bij het slot van de Europese beurzen. De prijs van een vat Amerikaanse olie steeg 1,5 procent tot 69,53 dollar. Brentolie kostte 0,8 procent meer op 74,04 dollar per vat.