Nieuws/Financieel

Column: Help, onze banen verdwijnen

Een robot-hond van Sony.

Een robot-hond van Sony.

Bloomberg

Het is altijd interessant om te beleggen in een nieuwe trend. Zeker wanneer zo’n trend de toekomst lijkt te gaan domineren. Eén van de meest spannende sectoren van het moment is robotica en kunstmatige intelligentie.

Een robot-hond van Sony.

Een robot-hond van Sony.

Bloomberg

Het leven lijkt in toenemende mate beheerst te gaan worden door machines en robots die menselijke taken kunnen overnemen. Recente technologische ontwikkelingen hebben reeds een ontwrichtende werking in de industrie, de gezondheidszorg, defensie en transport.

Robotica en kunstmatige intelligentie

Wat houden robotica en kunstmatige intelligentie nu precies in? Een robot is een mechanisch apparaat, ontwikkeld om een taak of operatie uit te voeren. In combinatie met geavanceerde software die computers in staat stelt werkzaamheden te verrichten, te leren en problemen op te lossen ontstaat de wetenschap die tegenwoordig kunstmatige intelligentie wordt genoemd. Maar weinigen beseffen hoe weinig menselijke activiteit er in sommige bedrijfstakken nog aan te pas komt om te produceren. Zo staan er in Japan fabrieken die al meer dan 15 jaar in de ‘lichten uit’-stand opereren. In deze volledig geautomatiseerde, in het donker opererende, productiefaciliteiten worden uiteenlopende producten gemaakt, variërend van scheerapparaten tot zelfs andere robots.

Japan leidt de dans

Volgens de Universiteit van Oxford zal de komende twee decennia 47 procent van alle banen in de Verenigde Staten geautomatiseerd worden. Aangezien er in de Verenigde Staten momenteel zo’n 150 miljoen mensen aan het werk zijn is dat nogal wat. Wereldwijd zijn er zo’n een miljard robots geïnstalleerd. De helft daarvan is actief in Japan en slechts 15 procent in de Verenigde Staten. Ook China heeft nog een grote achterstand. De twee grootste economieën van de wereld hebben dus nog wat schade in te halen.

Zoals aangegeven is Japan leidend. In Japan en Duitsland zijn er meer dan 300 robots per 10.000 werknemers actief. In de Verenigde Staten ligt dat onder de 200 en in China slechts 50. Deze voorsprong van Japan en Duitsland heeft alles te maken met de toepassing van robotica in de automobielindustrie. Maar de robotica verspreidt zich. Werd rond de eeuwwisseling nog 90 procent van alle robots gebruikt in de automobielsector, nu is dat nog maar 50 procent. Ook in laboratoria, ziekenhuizen, warenhuizen, het huishouden, sport en in de landbouw heeft men robots ontdekt. In combinatie met kunstmatige intelligentie worden ze bovendien efficiënter.

Niet zo’n vaart

Zoals bij iedere nieuwe technologische ontwikkeling zal het ook bij deze waarschijnlijk niet zo hard gaan als door veel enthousiastelingen voorspeld. Zo was de opinie dat door betere computerchips en 5G-bandbreedte kunstmatige intelligentie vleugels zou krijgen. Daardoor zou de menselijke factor uiteindelijk het loodje leggen. Kennis en ervaring zouden aan waarde inboeten.

Het is echter de vraag of met behulp van kunstmatige intelligentie inderdaad op afzienbare tijd het werk van juristen, accountants, radiologen en chauffeurs kan worden overgenomen, laat staan van creatieve beroepen. Steeds meer experts zetten vraagtekens bij de aanvankelijk veronderstelde snelle ontwikkeling van robotica en kunstmatige intelligentie. In hun bijgestelde visie staan de komende jaren eerder in het teken van de zogenaamde cobot, de collaboratieve robot. Alles zal draaien om deze robot die mensen bijvoorbeeld zwaar (autofabrieken), smerig (verfspuiterijen), gevaarlijk (opruimen uranium) en herhalend werk (administratie) uit handen kan nemen.

Hype en koopmoment

Het zal met de voortgang van robotica en kunstmatige intelligentie waarschijnlijk net zo lopen als met eerdere technologische ontwikkelingen. Aanvankelijk heerst er groot enthousiasme over de mogelijkheden. Beleggers lopen vervolgens ver op de zaken vooruit. Er ontstaat een hype tot men tot de ontdekking komt dat het allemaal niet zo snel zal gaan als in eerste instantie gedacht. De verwachte veranderingen komen wel, maar duren langer dan voorzien. Veel beleggers van het eerste uur zijn teleurgesteld afgehaakt. Er bleek geen pot met goud aan het eind van de regenboog te staan. Voor de echte langetermijnbelegger is dat vaak de goede tijd om in te stappen.

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer.