2378153
Geld

Fiscus moet €20.000 betalen na foute navordering

Amsterdam - De Belastingdienst moet iemand die een zaak tegen de fiscus heeft gewonnen ook nog €20.000 betalen om de kosten die zij maakte voor belastingadvies te vergoeden. Dat is een uitzonderlijk hoge vergoeding.

Het ging in de zaak om een vrouw die aangaf een aanmerkelijk belang (aandelen) te hebben. Daarop volgde een navordering van de Belastingdienst over niet-betaalde belasting over de winsten over die aandelen. Maar de vrouw slaagde er met succes in die navordering te laten schrappen. Er was in 2009 en 2011 nog helemaal geen sprake van aandelenbezit, dus kon er ook geen sprake van winst zijn.

Dat lukte alleen pas nadat de vrouw de zaak voorlegde aan de rechtbank in Gelderland. De rechter vond het beroep gegrond en vernietigde de navorderingen.

Kosten voor adviseur

Daarmee was de kous nog niet af voor de vrouw, die namelijk ook een vergoeding wilde voor de kosten die zij maakte om in beroep te gaan. Dat ging vooral om de kosten voor een belastingadviseur om dat bezwaar te onderbouwen. Die zou €104.000 hebben gekost, maar door no cure no pay-afspraken wist ze dat op €62.400 te houden. Toch eiste ze het volledige bedrag van ruim een ton op.

Dat vonden de belastinginspecteur en de rechter een wat te gortige eis. De rechtbank in Gelderland hield het in eerste instantie op een vergoeding van €10.000. Maar uiteindelijk besloot het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden daar het dubbele van te maken, daar kon de belastinginspecteur zich ook in vinden.

Forse vergoeding

Die €20.000 is behoorlijk hoog voor een proceskostenvergoeding, Normaal gesproken blijft die onder €1000, vertelt fiscalist Monique Ligtenberg van Fiscaal up to Date. „In zeldzame gevallen veroordeelt de belastingrechter de Belastingdienst tot het betalen van de werkelijke kosten van rechtsbijstand. Dat kan hij doen als de Belastingdienst een beslissing heeft genomen terwijl op dat moment duidelijk was dat die in de daartegen gestelde procedure geen stand zou houden. Of als de inspecteur in vergaande mate onzorgvuldig heeft gehandeld, waardoor de belastingplichtige proceskosten heeft moeten maken of de hoogte van die kosten daardoor is opgedreven.”

Over de €20.000 in deze zaak zegt Ligtenberg: „In de uitspraak wordt helaas niet goed uitgelegd wat de inspecteur precies verwijtbaar fout heeft gedaan, maar tussen de regels door kun je wel lezen dat aan beide criteria is voldaan: de inspecteur heeft kennelijk halsstarrig aan een standpunt heeft vastgehouden en de belastingplichtige daarmee laten procederen. En zij heeft daardoor een dure belastingadviseur in de arm moeten nemen.”