2418536
Financieel

Column: Klimaatbeleid leidt tot politiek vuurwerk

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Het klimaatbeleid in Nederland zal leiden tot forse lastenverhogingen voor burgers en bedrijven. Die zullen politiek vuurwerk in de Haagse politiek veroorzaken.

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

In december 2015 spraken 195 landen en de EU in Parijs af dat aan het eind van deze eeuw de opwarming van de aarde ten opzichte van 1990 beperkt moet blijven tot onder de 2 graden Celsius. Daarvoor is het nodig dat de wereldwijde netto-uitstoot van broeikasgassen (vooral CO2) in de tweede helft van deze eeuw nihil is. Lukt dit niet, dan zullen we wereldwijd te maken krijgen met de negatieve effecten van de verdere opwarming van de aarde, zoals extreem weer, overstromingen, maar ook droogte en in veel landen lagere economische groeicijfers. Andere effecten zijn voedseltekorten, conflicten en migratiestromen. Vooral het afgelopen jaar zijn steeds meer landen geconfronteerd met extreme weersomstandigheden. Daardoor nemen ook de zorgen toe over het realiseren van de doelstellingen van Parijs.

Doelstellingen worden niet gehaald

Volgens recente internationale publicaties zullen de doelen met het huidige beleid niet gehaald worden. In de meeste landen bestaat dit beleid uit klassieke maatregelen, zoals belastingheffing op de uitstoot van CO2, overheidssubsidies voor het opwekken van duurzame energie en energiebesparing en milieuvoorschriften Daarnaast wordt in veel landen vervuilend verkeer en vervoer aan banden gelegd en staat de sluiting van kolencentrales op het klimaatprogramma.

Naast het feit dat deze pakketten volstrekt onvoldoende zijn om het klimaatakkoord van Parijs te realiseren, wordt in de praktijk steeds duidelijker dat aan deze maatregelen grote nadelen kleven:

- Een forse verhoging van de lastendruk op burgers en bedrijven, waardoor de economische groei en werkgelegenheid wordt aangetast, tenzij er compenserende verlagingen komen.

- De introductie van bureaucratische (subsidie)regelingen met hoge administratieve lasten voor overheden, burgers en bedrijven.

- De verdeling van de klimaatkosten over bedrijven en burgers zal tot heftige politieke discussie leiden.

- De politiek moet een antwoord vinden op concurrentievervalsing tussen landen die niet meedoen met Parijs, zoals de VS, of achterblijven met hun klimaatbeleid. Zo kan de VS bij het werven van bedrijven ondernemers er op wijzen dat ze geen last hebben van klimaatkosten.

Beleid van lastenverzwaringen

Vooral door de extra lasten en dreigende lastenverhogingen om alle kimaatsubsidies te kunnen betalen heeft het klimaatbeleid bij veel bedrijven en burgers een slecht imago. Het wordt beschouwd als een beleid van extra lasten, extra voorschriften en nieuwe bureaucratie. Ook Nederland hanteert klassieke klimaatmaatregelen en dat zal de komende jaren tot politiek vuurwerk in den Haag leiden. Op dit moment is het nog rustig en kan het kabinet Rutte 3 pronken met een voorstel voor een ambitieuze klimaatwet. Daarin staat dat de uitstoot van CO2 in 2050 95% lager moet liggen dan in 1990. Dat jaar moet er ook sprake zijn van een elektriciteitsproductie die volledig CO2-neutraal is. Daarnaast omvat de nieuwe wet ook het streven naar 49% minder C02-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990.

Wie betaalt de klimaatrekening?

Zo bevat de wet bevat geen maatregelen en budgetten om de verplichtingen te kunnen uitvoeren. De politieke opvattingen daarover tussen de politieke partijen zijn zo groot dat een poging daartoe niet is gedaan. Ze hebben dat overgelaten aan de opstellers van het zogenoemde Klimaatakkoord dat op 10 juli 2018 werd gepresenteerd. Ruim honderd maatschappelijke organisaties hebben daar bijna vier maanden over onderhandeld aan de zogenoemde tafels van Wiebes.

Dit akkoord omvat concept maatregelen om de uitstoot van CO2 op allerlei terreinen terug te dringen. Deze worden de komende maanden door de planbureaus doorgerekend. Het kabinet stelt daarna het klimaatpakket samen dat uiteindelijk in de vorm van wetsvoorstellen aan de Tweede Kamer wordt voorgelegd. Deze voorstellen hebben inmiddels kritiek geoogst. Ze zijn bureaucratisch, worden niet concreet ingevuld, onduidelijk blijft wie de klimaatrekening moet betalen en CO2-reducties worden bereikt met subsidies in plaats van een neutrale CO2-taks.

Er zijn ook critici die vraagtekens zetten bij de Nederlandse ambitie de klimaatkoploper van de wereld te worden. Ze wijzen op onze geringe bijdrage van 0,5% aan de wereldwijde CO2-uitstoot en op dure maatregelen, zoals gasloos worden, terwijl er andere opties zijn die het komende decennium goedkoper en sneller gerealiseerd kunnen worden met nieuwe technologieën. Daarbij gaat het zowel om C02-arme productieprocessen, veel hoger rendementen met innovatieve zonnepanelen en de introductie van een schone waterstof economie, waar Japan aan werkt.

Beste oplossing

Met kimaatlastenverzwaringen krijgt Nederland problemen. Met onze huidige belasting en premiedruk zitten we nu al in de Europese kopgroep. Burgers en bedrijven zullen voorlopig nog moeten wachten op de klimaatrekening en hoeveel ze dat gaat kosten. We voorspellen nu al politiek vuurwerk.

Het valt ons op dat de beleidsmakers van de klimaatpakketten zich vooral baseren op oude klassieke economie (3.0.) en onvoldoende gebruik van de nieuwe economie 4.0 die met behulp van digitalisering en de inzet van nieuwe technologieën een belangrijke bijdrage kan leveren aan het verminderen van de CO2-uitstoot en een versnelling van de energietransitie van fossiel naar duurzaam.

Internationaal geldt onder economen als beste klimaatoplossing het beginsel ’de vervuiler’ betaalt. Het uitgangspunt moet zijn dat de ‘vervuiler’ de schade die veroorzaakt wordt door de CO2-uitstoot zelf moet betalen. Regeringen kunnen dit realiseren door de invoering van een zogenoemde CO2-taks. Een aantal landen (VK, Zweden) kent zo’n taks. Om echt effectief te zijn, moet deze CO2-belasting wereldwijd of op Europese schaal worden ingevoerd. Binnen de EU is daar nog geen meerderheid voor. Nederland moet het voortouw nemen.

De oplopende CO2-taks

Een andere optie waarmee lastenverzwaringen geleidelijk plaatsvinden, is de zogenoemde oplopende CO2-taks die zeker effectief zal zijn. Stel dat het kabinet nu aankondigt dat er, in plaats van de lappendeken aan voorgenomen maatregelen, met ingang van 1 januari 2020 een nationale CO2-taks wordt ingevoerd. De wet begint met een lage CO2-prijs, bijvoorbeeld 30 euro per ton die de komende jaren automatisch oploopt tot een bepaald maximum. De opbrengst wordt gebruikt voor compenserende belastingverlagingen. De meeste bedrijven zullen op basis van deze wet haast gaan maken met de inzet van de nieuwste technologieën om er voor te zorgen dat ze in 2020 en daarna weinig of geen CO2-taks hoeven te betalen. Voor Nederland levert deze oplossing veel voordelen op. Een simpele regeling die effectief is en allerlei bureaucratisch maatregelen overbodig maakt en bovendien nieuwe technologie in ons land extra stimuleert.